Substance abuse.

Media
J.H. Lowinson
P. Ruiz
R.B. Millman
J.G. Langrod
G.H.A. van Brussel
Download PDF

artikel

Substance abuse. A comprehensive textbook. 3e druk. Onder redactie van J.H.Lowinson, P.Ruiz, R.B.Millman en J.G. Langrod. 956 bl., fig., tabellen. Williams & Wilkins, Baltimore 1997. ISBN 0-683-18179-3. Prijs: geb. ƒ 485,10.

In deze 3e editie van dit prestigieuze boek over verslavingen wordt op alle denkbare aspecten van verslaving ingegaan, waarbij per onderwerp een uitgebreid overzicht van de relevante literatuur wordt gegeven. Het boek in ingedeeld in twaalf secties met in totaal 87 hoofdstukken. Achtereenvolgens wordt aandacht gegeven aan de volgende aspecten.

- De historische ontwikkeling van het gebruik van illegale middelen en de reactie daarop in de USA en andere landen worden beschreven.

- De determinanten van middelenmisbruik worden besproken aan de hand van de onderzoeken over tweelingadopties en kinderen van alcoholisten met betrekking tot de al dan niet genetisch bepaalde kans op het ontstaan van alcoholisme. Tevens wordt een beschrijving van ‘craving’ en van de verschillende stadia van het ontstaan en het herstel van verslaving gegeven. Nieuw in deze sectie is een uitgebreid overzicht van de recente literatuur met betrekking tot ‘receptorbeloningsmechanisme’ (767 referenties). In dit hoofdstuk worden eveneens de resultaten van moderne beeldvormende technieken ten aanzien van de werking van de diverse gebruikte stoffen beschreven.

- De diverse stoffen worden in detail beschreven op het gebied van werking, epidemiologie van gebruik, directe complicaties van gebruik en het ontstaan van verslaving, evenals met gebruik samenhangende specifieke problemen als het hanteren en behandelen van aids, psychopathologische stoornissen en zwangerschapscomplicaties als gevolg van alcohol en drugs.

- Met verslaving samenhangende dwangmatige gedragspatronen als gokken, eetstoornissen en seksverslaving krijgen ook aandacht.

- Het zeer uiteenlopende spectrum van de diverse behandelstrategieën wordt in korte hoofdstukken geschetst. Het gaat dan om de Anonieme Alcoholisten, therapeutische gemeenschappen, methadonprogramma's, individuele psychotherapie, gestructureerde groepsbehandeling, acupunctuur en religieuze sekten.

- Tevens komen specifieke onderwerpen aan bod als de aandacht voor verslavingsproblemen in de medische opleiding, hoe om te gaan met verslaafden in het algemeen ziekenhuis, pro's en contra's van legalisatie van drugs en het testen op het gebruik van middelen in de werksituatie. De zorg voor bijzondere groepen als kinderen van verslaafde ouders, oudere verslaafden en homo- en biseksuele verslaafden, medische problemen en verslavingsproblemen worden apart gepresenteerd. Preventie- en onderwijsmethoden gericht op het voorkómen van middelenmisbruik bij jeugdigen worden beschreven.

Tekenend voor de emancipatoire fase waarin het vak ‘verslavingsgeneeskunde’ zich bevindt, is het hoofdstuk over de consequenties van de volgens de ‘managed care’-systematiek gebudgetteerde zorg. Het aanbod van behandelingen en de toegang ertoe worden steeds strakker geprotocolleerd waar het gaat om verslaving. Duidelijk is dat het boek is gericht op en voortkomt uit de Amerikaanse praktijk. Dit blijkt uit het gegeven dat alle auteurs werkzaam zijn in de USA, met uitzondering van Reisinger, die beschrijft hoezeer in de diverse Europese landen de substitutiebehandeling van heroïneverslaving met methadon en buprenorfine de laatste jaren is gegroeid.

Inherent aan de Amerikaanse praktijk is het gegeven dat de publieke opinie over het algemeen de stelling betrekt: ‘een verslaafde is een slecht en zwak mens en een morele degeneré’. Men geeft de voorkeur niet zozeer aan behandeling, maar aan langdurige gevangenisstraffen indien er sprake is van illegale drugs. Het gevolg hiervan is dat de financiering van verslavingszorg en onderzoek permanent bevochten moet worden. Dit leidt tot een zich herhalend betoog dat het belangrijk is verslaving te zien als ‘chronische hersenziekte met een golvend beloop van herstel en terugval’, zoals van Leshner, de directeur van het National Institute on Drug Abuse (NIDA), in het voorwoord. Vanuit deze polarisering is sprake van een in vergelijking tot de Nederlandse situatie verdergaande medicalisering van de verslavingszorg, zowel ten aanzien van de duiding van verslaving als van de behandeling van het verslaafde individu. Dit leidt er tevens toe dat er betrekkelijk weinig tot geen aandacht is voor de sociaaleconomische aspecten van het gebruik van en de handel in illegale middelen, bijvoorbeeld het gegeven dat illegale drugs zo belangrijk zijn geworden in binnenstadsgetto's omdat ze niet alleen een probleem vormen, maar ook een aanpassingsinstrument zijn. Aan deze aspecten, die noodzaken tot maatschappelijke herstelmaatregelen in het kader van een geïntegreerde sociaal-medische behandeling zoals die in Nederland wordt geboden, als ook aan de feitelijke omgang met thuisloze en psychiatrisch gestoorde verslaafden, wordt in het boek weinig aandacht gegeven. Verslaving wordt als een individueel medisch probleem gezien.

Ondanks deze beperkingen is het boek uitermate waardevol. In de diverse hoofdstukken wordt de relevante recente literatuur meestal uitgebreid behandeld. Het boek is dan ook functioneel als naslagwerk in de wereld van de verslavings- en geestelijke gezondheidszorg.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties