Beste collega’s,
Dit artikel gaat over strongyloidiasis, een parasitaire infectie die decennialang latent kan blijven. Deze infectie kan opvlammen bij verzwakte weerstand. Hoe herken je dat? En belangrijker nog: hoe voorkóm je het?
De kennis over parasitaire infecties, zoals Strongyloides stercoralis, wordt steeds belangrijker, mede door de toename van immigratie uit endemische gebieden en het toegenomen reisgedrag van Nederlanders.1,2 Vroegtijdige herkenning kan verkeerde diagnoses en inadequate behandelingen voorkómen. In dit artikel bespreken we als voorbeeld twee patiënten bij wie een latente Strongyloides-infectie jarenlang onopgemerkt bleef, maar uiteindelijk leidde tot ernstige gezondheidsklachten. Hiermee benadrukken we het belang van herkenning en kennis van (sub)tropische parasitaire infecties.1-3
Patiënt A, een 86-jarige man die bekend was met onverklaarbaar oedeem aan beide voeten sinds vier maanden, rode vlekken in het gelaat sinds een half…
Leukocytose en eosinofilie
In het interessante en relevante artikel wordt gesproken over eosinofilie en de leukocytendifferentiatie. De leukocytendifferentiatie werd begin 20ste eeuw ingevoerd in het laboratorium om de verschillende typen leukocyten te kunnen onderscheiden onder de microscoop. Daarbij werden in de uitstrijk van het bloed het aantal totaal aantal van 100 leukocyten geteld en de verschillende soorten leukocyten gedifferentieerd. De uitslag van de soorten leukocyten werd als percentage uitgeslagen.
In de loop van de 20ste eeuw werd duidelijk dat de verschillende soorten leukocyten in hun concentratie niet van elkaar afhankelijk zijn, maar autonoom gestimuleerd of onderdrukt kunnen worden in hun aanmaak. Dit geldt bij een parasitaire infectie ook voor de concentratie eosinofiele leukocyten, zoals in deze casussen goed te zien is.
In de tweede casus wordt gesproken over een toegenomen concentratie van 14.1 x 10e9/L eosinofiele leukocyten en een totaal aantal van 8,1 x 10e9/L leukocyten. Voor de telling van het totaal aantal leukocyten moet de concentratie eosinofiele leukocyten opgeteld worden bij het totale aantal leukocyten. Omdat de concentratie van de overige typen leukocyten (neutrofile en basofiele leukocyten, lymfocyten en monotypen) niet genoemd wordt is het juiste aantal leukocyten niet te bereken maar meer dan 8,1 x 10e9/L.
Nogmaals dank aan de auteurs voor het artikel.
Reactie van de auteurs op 'Leukocytose en eosinofilie'
Reactie van de auteurs
Wij danken collega Van de Leur voor zijn inhoudelijke reactie en de heldere toelichting op de leukocytendifferentiatie. Terecht wijst hij erop dat absolute leukocytenaantallen klinisch relevanter zijn dan percentages.
De door hem gesignaleerde inconsistentie in de tweede casus betreft inderdaad een onjuist weergegeven laboratoriumwaarde. Het vermelde totale leukocytenaantal van 8,1 × 10⁹/L is, gezien de absolute eosinofilie van 14,1 × 10⁹/L, niet mogelijk. Aangezien de verdeling van de overige leukocytensubpopulaties niet is vermeld, kan het correcte totale leukocytenaantal niet meer worden gereconstrueerd.
Deze onnauwkeurigheid doet geen afbreuk aan de kernboodschap van de casus, namelijk het fulminante beloop van een Strongyloides-hyperinfectie bij een immuungecompromitteerde patiënt en het diagnostisch belang van eosinofilie.
Wij onderschrijven het belang van nauwkeurige en consistente rapportage van absolute leukocytentellingen en danken collega Van de Leur voor zijn scherpe observatie en kritische beschouwing.