Artikel
Artsen worden opgeleid om te handelen op basis van bewijs. Geen behandeling zonder onderbouwing, geen beslissing zonder data. Toch selecteren veel zorginstellingen hun toekomstige medisch specialisten op een manier die ze bij een patiënt nooit zouden accepteren: intuïtief, ongestructureerd en nauwelijks reproduceerbaar. Cv’s, motivatiebrieven en ongestructureerde gesprekken vormen nog steeds…




Competenties toetsen
Het aanpassen en verbeteren van de selectiecriteria voor het aannemen van AIOS is een mooi streven.
Wat ik eigenlijk mis in de artikelen die hierover gaan zijn de competenties handvaardigheid en besluitvorming onder stress. Dat is toch waar elke klinisch werkzame medisch specialist mee te maken krijgt.
Zo worden in dit artikel geen criteria genoemd waar een aanstaande AIOS gynaecologie aan moet voldoen qua competenties als handvaardigheid om te kunnen opereren, qua geschiktheid en fitheid om midden in de nacht een partus te begeleiden of om een patiënt die aan het verbloeden is te redden.
Dat kan alleen maar in de praktijk beoordeeld worden. En ik mis die toetsing. Eenmaal in opleiding kan te laat zijn leert de ervaring.
(Geen onderwerp)
Reactie van de auteurs
Dit is een terecht punt, en het raakt aan iets waar wij binnen het bestek van dit artikel te weinig ruimte voor hadden.
Wij beschreven de selectieprocedure zelf. Wat daaraan voorafgaat, de voorwaarden om überhaupt uitgenodigd te worden, bleef buiten beeld. Terwijl daar in de praktijk een groot deel van de selectie plaatsvindt. Het aniosschap is de facto een toelatingsvoorwaarde geworden. Wie geen anios periode in het vak heeft gehad, maakt nauwelijks kans. Daarmee is het het eerste en misschien wel zwaarste selectiemoment, alleen noemen we het niet zo en richten we het ook niet zo in.
Daar zit tegelijk de kans. Klinische besluitvorming, handelen onder druk, samenwerking en technische vaardigheid laten zich inderdaad maar beperkt beoordelen in een sollicitatiegesprek. Ze laten zich uitstekend beoordelen tijdens een anios periode, met echte patiënten, acute situaties, nachtdiensten en observatie over maanden door meerdere mensen. Wij zouden daar wel bij aantekenen dat beoordeling in de praktijk niet vanzelf objectiever is. Werkplekbeoordeling is doorgaans het minst gestandaardiseerde instrument dat we hebben: "Deze persoon doet het goed" is geen beoordeling, het is een indruk.
Ons pleidooi is daarom het aniosschap te erkennen voor wat het al is, een selectiemoment, en het vervolgens ook zo in te richten. Met dezelfde principes die wij voor de sollicitatie bepleiten.
Stel vooraf vast welke competenties je wilt zien en maak ze concreet: handvaardigheid en groei daarin, handelen in acute situaties, besluitvorming onder tijdsdruk, communicatie met patiënt en team, omgaan met feedback, betrouwbaarheid in diensten. Communiceer die lijst bij aanvang, zodat de anios weet waarop hij wordt bekeken.
Leg ook vooraf vast hóe wordt beoordeeld. Gebruik korte beschrijvingen per competentie van wat beginnend, passend en bovengemiddeld functioneren eruitziet. Zonder die ijkpunten scoort iedere beoordelaar op zijn eigen schaal en zegt een gemiddelde niets.
Laat de hele vakgroep beoordelen en niet alleen de opleider of de toevallige supervisor. Een anios werkt met iedereen, in wisselende samenstellingen en op verschillende momenten van de dag. Die spreiding is de kracht van dit instrument. Laat beoordelaars onafhankelijk scoren voordat erover wordt gesproken, en herhaal dat op vaste momenten, zodat ook ontwikkeling zichtbaar wordt. Leg het vast in een portfolio.
Twee kanttekeningen. Een aanstaande aios hoeft aan de poort nog geen operateur te zijn. Handvaardigheid bij instroom voorspelt bovendien weinig, omdat de startpositie vooral weerspiegelt wie al blootstelling aan de operatiekamer heeft gehad. En de opleiding zelf blijft een beoordelingsmoment, met voortgangsgesprekken en de mogelijkheid om te concluderen dat het vak niet past.
Dit vraagt tijd en inzet. Maar nu voeren we losse gesprekken over indrukken, herhalen we discussies omdat niemand iets heeft vastgelegd, en staan we met lege handen tegenover een anios die na twee jaar hoort dat het toch niet past en niet kan navertellen waarom. Vooraf vastleggen wat je zoekt en hoe je scoort is uiteindelijk goedkoper en eerlijker dan achteraf een oordeel onderbouwen dat nooit is opgebouwd.
De opmerking van de lezer laat vooral zien dat goede selectie geen enkel meetmoment is, en dat we in de fase vóór de opleiding een instrument hebben liggen dat we nog onvoldoende gebruiken.
STARR-interviews
Geachte auteurs,
STARR-interviews aandragen als positief voorbeeld, is een heel eenzijdig perspectief. Een goed gesprek voeren volgens de STARR-methode is een trucje. Leer in een paar uur hoe zo'n interview beoordeeld wordt, weet wat de interviewers willen horen, en lever een prachtig gesprek af zonder dat dat íets hoeft te zeggen over je geschiktheid. De STARR-methode is prachtig reproduceerbaar en heeft een lage inter-observer bias. Het is dus wel een accuraat meetinstrument, maar voor kandidaatselectie totaal niet valide. Het toetst hoe goed je voorbereid bent op de STARR-methodiek, niet hoe geschikt je bent.