Screenen op cardiovasculaire risicofactoren: liever een compleet risicoprofiel

Esther van Osselen
Leestijd
2 minuten
Citeren

artikel

Ongestructureerde screening op risicofactoren voor hart- en vaatziekten levert beperkte gezondheidswinst op. Ruim de helft van de adviezen om een huisarts te raadplegen is gericht aan mensen zonder behandelindicatie, en van de mensen mét een behandelindicatie heeft meer dan de helft niet door dat ze actie moeten ondernemen.

Dat blijkt uit een analyse van gegevens uit de ‘Netherlands Epidemiology of Obesity’-studie (NEO), waarin ruim 6000 deelnemers tussen 2008 en 2012 een baseline-meting ondergingen (Eur J Prev Cardiol. 2015; online 24 november). Zij ontvingen een brief met de uitslagen en bij afwijkende waarden het advies de huisarts te raadplegen. Anna de Boer en collega’s van het LUMC en het VUmc vroegen 4 jaar na de start van de studie wat de deelnemers met de informatie hadden gedaan.

Van de 6343 deelnemers met complete baselinegegevens kreeg 71% het advies de huisarts te raadplegen. Voor 41% was er volgens de SCORE-NL-risicotabel een behandelindicatie voor bloeddruk, cholesterol of beide. In totaal 4933 mensen vulden de follow-up-enquête in. Opmerkelijk is de discrepantie tussen de beleving van deelnemers, de gegeven adviezen en het berekende risico. Zo dachten 1390 deelnemers die het advies hadden gekregen de huisarts te raadplegen dat zij geen afwijkende resultaten hadden; voor 49% was er een behandelindicatie. Bijna een kwart van de deelnemers (24%) raadpleegde de huisarts – bij nog niet de helft was er een indicatie voor een behandeling (46%).

Jaarlijks worden in Nederland ruim 1,8 miljoen mensen ongestructureerd gescreend in het kader van keuringen, wetenschappelijk onderzoek of publieksacties, bijvoorbeeld in apotheken. De Boer en collega’s stellen dat dergelijke acties kunnen helpen patiënten met een verhoogd risico op het spoor te komen. Dan zou echter wel ook de huisarts moeten worden ingelicht, liefst met een compleet risicoprofiel.

Reacties