Schommeling van het serumcholesterolgehalte bij één persoon: wat is de werkelijke waarde en wanneer is er sprake van een significante verandering?
Open

Onderzoek
04-08-1992
I.J.M. Hendriksen, P.D. Bezemer, G.J.M. Boerma en U. Zuiderveld

Het cholesterolgehalte in het bloed is over de tijd niet constant. Dit probleem van wisselende waarden doet zich voor bij controle van eerder gevonden verhoogde waarden en in het bijzonder bij de follow-up van patiënten met een dieet of medicatie. Meerdere keren meten is noodzakelijk. Er kan dan een schatting worden gemaakt van de werkelijk gemiddelde waarde per patiënt. Dit is het theoretisch gemiddelde van een groot aantal metingen bij één persoon.

In dit onderzoek werd de intra-individuele variatie van het serum-cholesterolgehalte en de consequenties hiervan voor screening en follow-up bepaald. Hiertoe werden bij 33 mannen in de leeftijdscategorie van 25-40 jaar 12 cholesterolbepalingen gedaan in 4 weken tijd. De gemiddelde variatiecoëfficiënt was 5,7, waarbij de spreiding tussen de deelnemers groot was; 2,9 tot 9,8. De ligging van de werkelijk gemiddelde waarde bij een individu werd geschat (met 90 betrouwbaarheid), na respectievelijk en 3 bepalingen.

De gevonden variatie heeft consequenties bij het indelen van personen in de verschillende risicocategorieën van de Nederlandse cholesterolconsensus. Tevens is het mogelijk om na een periode van interventie af te lezen of het cholesterolgehalte significant is gedaald. Ruwweg kan gesteld worden dat een daling van 10-12 een significant verschil oplevert.