SARS-CoV-2 kan placenta-afwijkingen veroorzaken

Een placenta.
Lara Harmans
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:C4994

Bij vrouwen die tijdens hun zwangerschap een SARS-CoV-2-infectie doormaken, vertoont de placenta vaak afwijkingen. De ernst van deze afwijkingen hangt niet samen met de ernst van de covid-19-symptomen. Dat concluderen Marjolein Husen van het ErasmusMC en collega’s uit een prospectief, multicentrisch cohortonderzoek.

Overdracht van SARS-CoV-2 van moeder op kind is met 3-4% zeldzaam gebleken. Overdracht naar de placenta komt vaker voor; het werd eerder gerapporteerd in 7,7-21% van de zwangerschappen. Dit kan ernstige perinatale gevolgen hebben. Husen en collega’s (Viruses. 2021;13:1670) wilden weten of te voorspellen is welke vrouwen een hoog risico lopen op placentaire complicaties door een SARS-CoV-2-infectie. Daarom analyseerden ze de histopathologie van de placenta’s van vrouwen die tijdens hun zwangerschap een SARS-CoV-2-infectie doormaakten en legden ze de resultaten naast de maternale klinische covid-19-symptomen en de perinatale uitkomsten.

De onderzoekers includeerden 36 zwangere vrouwen (zwanger van 39 kindjes) die in de periode april 2020-maart 2021 een positieve SARS-CoV-2-PCR-test hadden. Ze vergeleken hun placentaire histologie met die van een historisch cohort van aterme zwangerschappen zonder complicaties.

Van de geïncludeerde vrouwen hadden er 8 (22%) gematigde tot ernstige symptomen; 5 van hen belandden op de IC. Van de bevallingen waren er 11 preterm (waarvan 10 spoedkeizersnedes); dit gebeurde vaker bij een actieve infectie dan bij een infectie die eerder in de zwangerschap had plaatsgevonden (resp. 52,9 vs. 10,5%).

Van de 39 placenta’s vertoonden er 24 (62%) histologische afwijkingen. Van de afwijkende placenta’s hadden er 5 dezelfde diffuse, inflammatoire, afwijkende kenmerken: fibrine-afzettingen rond de placentavlokken, chronische intervillositis, necrose van de syncytiotrofoblast en CD20+ B-cellen. Deze combinatie van afwijkingen is nog niet eerder gedocumenteerd bij infecties. Ze lijkt specifiek voor een SARS-CoV-2-infectie van de placenta. De combinatie correleerde met foetale nood: bij 75% van de placenta’s met deze kenmerken kwam de foetus in de problemen. Bij de overige placenta’s met histologische afwijkingen gold dat voor 15,6% van de foetussen.

Al deze bevindingen waren niet geassocieerd met de ernst van de symptomen bij de moeder. De placenta’s van moeders die voor covid-19 waren opgenomen zonder tekenen van foetale nood (n = 27), toonden alle namelijk geen ernstige afwijkingen.

Aanvullend laat Lotte van der Meeren (patholoog in het LUMC en tweede auteur van het artikel) weten dat er meerdere intra-uteriene sterftes zijn opgetreden als gevolg van een SARS-CoV-2-infectie van de placenta.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Covid-19

Reacties