Een Amerikaans onderzoek liet zien dat de informatieoverdracht van zorgprofessionals aan patiënten bij ontslag uit het ziekenhuis ondermaats is. In Nederland is dat vermoedelijk niet anders. Hoe zorgen we dat patiënten de periode na ontslag zo veilig mogelijk doorkomen?
artikel
Elders in het NTvG staat een observationele studie beschreven die was bedoeld om de communicatie rondom ontslag uit het ziekenhuis te verbeteren. Dit onderzoek werd opgezet nadat eerdere studies hadden aangetoond dat suboptimale communicatie bij het ontslag bijdraagt aan medicatiefouten, complicaties en heropnames.1-3
Het onderzoek
Gedurende een periode van meer dan een jaar werd een observationeel onderzoek uitgevoerd op de afdeling Interne Geneeskunde van twee ziekenhuizen in de Verenigde Staten. In die periode werd bij 33 patiënten het ontslaggesprek geobserveerd en gedocumenteerd. Na het ontslaggesprek nam de observator ook een kort interview af bij de patiënt.
Het betrof een zeer kleine groep patiënten. Per ziekenhuis werd het ontslaggesprek geobserveerd bij minder dan twee patiënten per maand. Dat gesprek kon worden gevoerd door verschillende zorgprofessionals, verpleegkundig of medisch. Het gesprek vond plaats op het moment van ontslag. De onderzoekers keken naar verschillende domeinen van het ontslaggesprek: (a) doel van medicatieverandering; (b) doel van vervolgafspraken; (c) zelfmanagement; (d) redenen om contact op te nemen; (e) of de patiënt in eigen woorden kon vertellen wat er werd besproken; en (f) de mogelijkheid om vragen te stellen.
De meeste domeinen werden ad hoc besproken, in verschillende volgorden. Het meest opvallende voor de onderzoekers was dat de ontslaginformatie vaak benedenmaats was en dat er zelden uitleg werd gegeven bij een medicatiewijziging. De onderzoekers beschreven verder nauwelijks de context van deze gesprekken, zoals de opnameduur, de ‘frailty’-index en eventuele verschillen in gezondheidsvaardigheden van de patiënten. Hun observatie is daardoor een momentopname.
Verpleegkundigen namen de meeste tijd voor het ontslaggesprek; medisch specialisten en artsen-in-opleiding besteedden doorgaans niet meer dan enkele minuten. Het is niet duidelijk of sommige zorgverleners vaker geobserveerd werden bij een ontslaggesprek in dit cohort en bij wie de verantwoordelijkheid voor het ontslaggesprek was belegd binnen de afdeling Interne Geneeskunde van deze ziekenhuizen.
Vertaling naar de Nederlandse situatie
Vooralsnog hebben we geen vergelijkbare Nederlandse studie. In veel Nederlandse ziekenhuizen wordt echter de Patiëntervaringsmonitor (PEM) gebruikt. Deze vragenlijst kan op afdelingsniveau worden afgenomen bij ontslag en na bepaalde interventies. Onderdelen die in de PEM vaak minder goed scoren zijn medicatievoorschriften en de aanwezigheid van familieleden bij het ontslaggesprek. Onderdelen die doorgaans goed scoren zijn kennis van de zorgprofessionals over het dossier en vriendelijkheid. Ook in de PEM registreren we niet wie het gesprek heeft gevoerd met de patiënt en wat er is besproken, en ontbreekt de koppeling met het patiëntendossier. Daardoor geeft ook de PEM onvoldoende duidelijkheid over de opname-indicatie, opnameduur en multimorbiditeit. Ondanks de tekortkomingen in zowel de Amerikaanse studie als de PEM, laten beide wel verbeterkansen zien voor het ontslaggesprek.
Goede vervolgstappen voor de Nederlandse situatie lijken daarom: (a) maak bij de observatie van ontslaggesprekken een koppeling met patiëntinformatie, en (b) leg vast welk doel het ontslaggesprek heeft en welke rol patiënten en zorgverleners daarin hebben. Ieder ziekenhuis dat de PEM gebruikt kan de huidige rapportage ook verbinden met gegevens uit het epd. Daarvoor zullen we wel de anonimiteit moeten loslaten, of we moeten de koppeling op zorgpadniveau inrichten. Het geeft in ieder geval de mogelijkheid om de ontslagprocedure en vooral de informatievoorziening aan de patiënt waar nodig aan te passen en te verbeteren. Het is goed mogelijk dat de PEM-vragen aangepast moeten worden om hiervan een duidelijk beeld te krijgen.
Het vervolg
Naar aanleiding van deze observationele studie blijft de kernvraag: hoe kan het ontslaggesprek in de huidige vorm daadwerkelijk bijdragen aan gepersonaliseerde zorg en een veilig ontslag? Er is behoorlijk wat ruimte voor verbetering. Belangrijk daarbij is dat vervolgonderzoek wordt gedaan naar voor de patiënt relevante uitkomsten, waarin praktijkvariabelen worden meegenomen, follow-up wordt verricht en vooral ook verbeterinitiatieven worden getest.4,5 Dergelijk onderzoek kan alleen worden ingevuld als eerst de dialoog wordt aangegaan met patiënten met verschillende gezondheidsvaardigheden, hun naasten en zorgverleners over welke zaken er werkelijk toe doen rondom het ontslag.
Literatuur
- Rognan SE, Kälvemark Sporrong S, Bengtsson K, et al. Discharge processes and medicines communication from the patient perspective: A qualitative study at an internal medicines ward in Norway. Health Expect. 2021;24:892-904. doi:10.1111/hex.13232. Medline
- Hesselink G, Flink M, Olsson M, et al; European HANDOVER Research Collaborative. Are patients discharged with care? A qualitative study of perceptions and experiences of patients, family members and care providers. BMJ Qual Saf. 2012;21:i39-49. doi:10.1136/bmjqs-2012-001165. Medline
- Becker C, Zumbrunn S, Beck K, et al. Interventions to improve communication at hospital discharge and rates of readmission: a systematic review and meta-analysis. JAMA Netw Open. 2021;4:e2119346. doi:10.1001/jamanetworkopen.2021.19346. Medline
- Lockwood C, Mabire C. Hospital discharge planning: evidence, implementation and patient-centered care. JBI Evid Synth. 2020;18:272-4. doi:10.11124/JBIES-20-00023. Medline
- Rameli PM, Rajendran N. Outcomes of complex discharge planning in older adults with complex needs: a scoping review. J Int Med Res. 2022;50:3000605221110511. doi:10.1177/03000605221110511. Medline
Reacties