Artikel
Inleiding
De ziekte van Alzheimer is een veelvoorkomende neurodegeneratieve ziekte met een prevalentie van circa 200.000 patiënten in Nederland. De behandelingsmogelijkheden zijn tot op heden beperkt. De enige groep van medicijnen die in verschillende landen geregistreerd is voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer is die van de acetylcholinesteraseremmers…



(Geen onderwerp)
Doetinchem, januari 2002,
Onlangs publiceerden Richard et al. de eerste ervaringen met gestructureerde effectmeting van behandeling met rivastigmine bij de ziekte van Alzheimer (2002:24-7).
Het evalueren van therapie-effecten bij individuele patiënten is van belang, ook bij het beslissen over voortzetting van de behandeling. Het door Richard et al. beschreven evaluatieschema wordt ook op onze geheugenpolikliniek toegepast. Hoewel de aanzet prijzenswaardig is, is het jammer dat toch alleen gekeken wordt naar cognitie, gedrag en algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Het effect van een behandeling op de kwaliteit van leven is weliswaar (even) moeilijk meetbaar, maar deze meting wordt nu nagelaten, ook bij de verzorger van de patiënt.1-3 De gebruikte klinimetrische tests zijn gemakkelijk toepasbaar (zonder hulp van een neuropsycholoog) en kosten weinig tijd; de vraag is echter of hiermee wel altijd betrouwbaar gemeten wordt wat men wil meten. Bij onze eigen patiëntengroep die met rivastigmine wordt behandeld, bleek dat bij een gelijkblijvende of verbeterde score op de ‘Mini mental state examination’ (MMSE) de score op de ‘Cambridge cognitive examination’ (Camcog) bij 9 patiënten verslechterde.4 Bij 6 patiënten met een verbeterde MMSE-score was de score op de Camcog niet verbeterd. De bevindingen met de Camcog waren beter in overeenstemming met de resultaten van het overig neuropsychologisch onderzoek en de heteroanamnese.
Daarnaast is het van belang afspraken te maken over minimaal te accepteren effectieve dagdoseringen. In onze patiëntenpopulatie (nu evalueerbaar: 47) gebruikt 68% na 6 maanden nog rivastigmine, van wie 78% de maximale dagdosering van 12 mg. Als de patiënt een minimale dagdosering van 6 mg niet verdraagt, wordt medicamenteuze behandeling als suboptimaal beschouwd en gestopt.
In het artikel staat niet vermeld hoe de patiënten verder behandeld worden (dagbehandeling en andere vormen van begeleiding; psychofarmaca bij gedragsproblemen; antidepressiva bij stemmingsstoornissen?). Ook deze vormen van behandeling hebben invloed op de scores op de gebruikte meetschalen. Al met al is behandeling van patiënten (en hun verzorgers) met de ziekte van Alzheimer niet makkelijk, maar wel pluriform en uitdagend. Medicamenteuze behandeling is daar een onderdeel van. Het gestructureerd evalueren hiervan is belangrijk, maar dit moet uitvoerbaar zijn in de dagelijkse praktijk en ook betrouwbaar als er conclusies aan worden verbonden over de verdere behandeling (en vergoeding hiervan). Een begin hiermee is nu in ieder geval gemaakt.
Olde Rikkert MGM, Jansen RWMM. Cholinesteraseremmers bij de ziekte van Alzheimer: voorlopige aanbevelingen voor de praktijk. [LITREF JAARGANG="1998" PAGINA="2644-5"]Ned Tijdschr Geneeskd 1998;142:2644-5.[/LITREF]
Schölzel-Dorenbos CJM, Jellesma-Eggenkamp MJH. Cholinesteraseremmers bij de ziekte van Alzheimer: voorlopige aanbevelingen voor de praktijk. [LITREF JAARGANG="1999" DEEL="1" PAGINA="122-3" VOLGNR="2"]Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143:122-3.[/LITREF]
Schölzel-Dorenbos CJM. Meting van kwaliteit van leven bij patiënten met dementie van het Alzheimertype en hun verzorgers: Schedule for the Evaluation of Individual Quality of Life (SEIQoL).Tijdschr Gerontol Geriatr 2000;31:23-6.
Derix MMA, Hofstede AB, Teunisse S, Hijdra A, Walstra GJM, Weinstein HC, et al. CAMDEX-N: de Nederlandse versie van de Cambridge Examination for Mental Disorders of the Elderly met geautomatiseerde dataverwerking. Tijdschr Gerontol Geriatr 1991; 22:143-50.