Artikel
Dementie heeft dramatische gevolgen voor de patiënt en zijn of haar naasten. Stoornissen in de verwerking van informatie gaan in wisselende combinaties gepaard met veranderingen in de persoonlijkheid, de stemming en het gedrag. Goede begeleiding dient gestoeld te zijn op zorgvuldige diagnostiek; het gaat om circa 20.000 nieuwe patiënten per…




(Geen onderwerp)
Leuven, België, mei 2006,
Terecht wordt volgens ons in de recent gepubliceerde dementierichtlijn aandacht besteed aan de zorg voor de mantelzorger. Collegae Van Gool et al. (2006:839-43) merken in hun bespreking op dat heel wat studies beperkte resultaten opleveren, onder andere door onduidelijke begrippen. Wat is bijvoorbeeld ‘mantelzorg’? Een literatuurstudie genereert de volgende definitie:1 2 ‘Mantelzorgers zijn al die personen die vanuit een gevoel van vanzelfsprekendheid op regelmatige basis de zorg opnemen voor een zorgbehoevende persoon in zijn directe omgeving, waarbij er naast de zorgrelatie ook sprake is van een verwantschapsrelatie (buur, vriend, familie) en waarbij de zorgverlener niet professioneel bezig is met de zorg’.
In een door de Belgische overheid gefinancierde studie naar instrumenten voor het bepalen van de zorgbehoefte van en een kwaliteitsvolle zorg voor dementerenden,2-5 werden op vier opeenvolgende ogenblikken een groep dementerenden en hun professionele en informele verzorgers onderzocht; men ging na op welke wijze het zorgen voor een dementerende versus een niet-dementerende oudere van invloed was op hun algemeen welzijn.
Uit het dwarsdoorsnedeonderzoek bleek de zorgafhankelijkheid van de bejaarde ten aanzien van instrumentele activiteiten van het dagelijks leven (IADL) een sterke voorspeller voor depressie bij de mantelzorger te zijn. Een hoger kwetsbaarheidsprofiel bij de bejaarde (‘frailty’) zorgde voor een hogere werkbelasting bij de mantelzorger (toename van het risico met een factor 2,7). Depressie bij de mantelzorger is ook afhankelijk van diens profiel. Opvallend is dat het profiel van de mantelzorger meer dan de objectieve werkbelasting bepaalt of de zorgsituatie als negatief wordt ervaren. Als de mantelzorger een hogere werkbelasting ervaart, meer emotioneel en minder probleemoplossend ‘coping’-gedrag vertoont, loopt hij een hoger risico op depressie. Emotioneel copinggedrag gecombineerd met een hoge werkbelasting maakt dat de mantelzorger niet bestand is tegen drukke en stressvolle zorgsituaties.
Vanuit dit perspectief lijkt het dan ook belangrijk de mantelzorger (adequaat) te ondersteunen en hem of haar voldoende aandacht te schenken.
Schoenmakers B, Buntinx F, De Lepeleire J, Ylieff M, Fontaine O. Mantelzorgers van dementerende bejaarden: wie is de mantelzorger? Wat is zijn taak? Huisarts Nu. 2002;31:217-24.
Buntinx F, De Lepeleire J, Fontaine O, Ylieff M. Qualidem eindrapport 1999-2002, versie 1.1. Leuven: Qualidem; 2002.
Buntinx F, De Lepeleire J, Fontaine O, Ylieff M. Qualidem II. Eindrapport 2002-2005. Deel A. Leuven: Qualidem; 2005.
Buntinx F, De Lepeleire J, Fontaine O, Ylieff M. Qualidem II. Eindrapport 2002-2005. Deel B. Leuven: Qualidem; 2005.
Paquay L, De Lepeleire J, Schoenmakers B, Stessens J, Bouwen A, Van der Burg M, et al. The Qualidem project in Belgium. A two-center study on care needs and provision in dementia care: inclusion criteria and description of the population. Arch Public Health. 2004;62:125-42.