Pulmonale hypertensie en cor pulmonale veroorzaakt door chronische obstructieve longaandoening; pathogenese en behandeling

Klinische praktijk
A. Dees
M. Heysteeg
P.W. de Leeuw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:1120-4

Inleiding

Stoornissen in de arteriële bloedgaswaarden en in de uitslagen van het longfunctie-onderzoek zijn belangrijke indicatoren voor de prognose van patiënten met een chronische obstructieve longaandoening.1-4 Het optreden van hypoxemie, hypercapnie en een sterke beperking van het geforceerde expiratoire volume in 1 s (FEV1) is prognostisch ongunstig.

Bij een minderheid van de patiënten wordt secundaire pulmonale hypertensie vastgesteld in samenhang met chronische hypoxie.5 Van pulmonale hypertensie wordt gesproken indien de gemiddelde A. pulmonalis-druk (mPAP), in rust gemeten, hoger is dan 20 mmHg. Deze pulmonale hypertensie kan voorkomen bij een cor pulmonale, waaronder verstaan wordt hypertrofie van de rechter ventrikel ten gevolge van aandoeningen die de functie en (of) de structuur van de long betreffen tenzij deze veranderingen het gevolg zijn van een primaire aandoening van de linker harthelft of van een congenitale hartafwijking. Het gedecompenseerde cor pulmonale wordt gekenmerkt door het herhaald optreden van perioden met…

Auteursinformatie

Zuiderziekenhuis, Rotterdam.

Afd. Interne Geneeskunde: A.Dees (thans: Ikazia Ziekenhuis, afd. Interne Geneeskunde, Montessoriweg 1, 3083 AN Rotterdam) en dr.P.W.de Leeuw, internisten.

Afd. Longziekten: M.Heysteeg, longarts.

Contact A.Dees

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties