Psychische problemen in de huisartspraktijk veelvormiger en diffuser dan in de psychiatrie
Open

Onderzoek
21-01-1994
J.M. Bensing en P.F.M. Verhaak

Doel.

Epidemiologische beschrijving van patiënten met psychische problemen in de huisartspraktijk vanuit een huisartsgeneeskundig perspectief.

Opzet.

Descriptief bevolkingsonderzoek.

Plaats.

Gegevens zijn ontleend aan de ‘nationale studie van ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk’.

Methode.

Van 1987-1988 werd bij 10.350 personen boven de 14 jaar (uit 161 huisartspraktijken) naar de gezondheidstoestand en het gebruik van medische voorzieningen gevraagd door middel van een interview; verder werd de kans op aanwezigheid van psychopathologische afwijkingen vastgesteld met behulp van de ‘general health questionnaire’ (GHQ). Gedurende 3 maanden werden alle contacten met de huisarts geregistreerd met de contactredenen en het oordeel van de huisarts over de aanwezigheid van psychische factoren in de contactredenen.

Resultaten.

In de groep met een hoge GHQ-score legde slechts een derde zijn psychische problematiek direct aan de huisarts voor, bij 70 herkende de huisarts de psychische problemen tijdens de onderzoeksperiode van 3 maanden; naast psychische problemen had deze groep ook tal van acute en chronische lichamelijke problemen. Personen met een hoge GHQ-score hadden weliswaar meer klachten, maar geen andere klachten dan ‘geestelijk gezonde’ patiënten.

Conclusie.

Het gebruik van screeningsprogramma's voor psychische problemen in de huisartspraktijk is af te raden omdat risicogroepen onvoldoende kunnen worden gespecificeerd; specifieke diagnostiek is mogelijk in een welomschreven groep van patiënten die vaak bij de huisarts komen met veel lichamelijke klachten. Voorlichting in de gezondheidszorg waarbij patiënten worden aangespoord psychische problemen rechtstreeks met hun huisarts te bespreken lijkt zinvol.