Prevalentie van leeftijdgebonden maculopathie bij ouderen; het ERGO-onderzoek

Onderzoek
J.R. Vingerling
I. Dielemans
A. Hofman
M. Hijmering
C.F.L. Kramer
P.T.V.M. de Jong
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:2252-5
Abstract

Samenvatting

Doel

Bepaling van de prevalentie van leeftijdgebonden maculopathie van het netvlies in een omschreven bevolkingsgroep in Nederland.

Opzet

Dwarsdoorsnede-bevolkingsonderzoek.

Plaats

De stadswijk Ommoord, Rotterdam.

Methode

Fundusfoto's van 6251 deelnemers van het ‘Erasmus Rotterdam gezondheid en ouderen’ (ERGO)-onderzoek werden beoordeeld op de aanwezigheid van maculopathie in de vorm van drusen en pigmentatieveranderingen, en tevens op atrofische of neovasculaire leeftijdgebonden maculadegeneratie als eindstadia van de maculopathie.

Resultaten

De prevalentie van minstens 1 druse met een diameter > 63 µm nam significant toe van 40,8 in de leeftijdscategorie 55-64 jaar tot 52,6 bij 85-plussers. Significante prevalentietoename was er ook voor: drusen ≥ 125 µm (van 4,8 tot 17,5), hypopigmentatie van het retinale pigmentepitheel (van 3,5 tot 9,0) en hyperpigmentaties (van 3,7 tot 15,3). De prevalentie van atrofische of neovasculaire leeftijdgebonden maculadegeneratie bedroeg 1,7. Beide afwijkingen namen significant toe in de genoemde leeftijdsgroepen van 0,1 tot 3,7 voor atrofische en van 0,1 tot 7,4 voor neovasculaire maculadegeneratie. De prevalentie was gelijk bij vrouwen en mannen.

Conclusie

De prevalentie van leeftijdgebonden maculopathie nam sterk toe met de leeftijd en was niet verschillend tussen mannen en vrouwen. De neovasculaire vorm kwam 2 maal zo vaak voor als de atrofische. De resultaten doen vermoeden dat leeftijdgebonden maculopathie minder vaak voorkwam dan in overeenkomstige populaties in de V.S.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt, Instituut Oogheelkunde, Rotterdam.

Dr.J.R.Vingerling (tevens: Erasmus Universiteit, Instituut Epidemiologie & Biostatistiek, Rotterdam); mw.dr.I.Dielemans (tevens: Erasmus Universiteit, Instituut Epidemiologie & Biostatistiek, Rotterdam); M.Hijmering en C.F.L.Kramer, medisch studenten; prof.dr.P.T.V.M.de Jong, oogarts (tevens: Erasmus Universiteit, Instituut Epidemiologie & Biostatistiek, Rotterdam). Erasmus Universiteit, Instituut Epidemiologie & Biostatistiek, Rotterdam.

Prof.dr.A.Hofman, arts-epidemioloog.

Contact prof.dr.P.T.V.M.de Jong, Interuniversitair Oogheelkundig Instituut, Postbus 12.141, 1100 AC Amsterdam

Verantwoording

Namens de ERGO-onderzoeksgroep, verder bestaande uit: mw.J.G. van der Bom, dr.M.L.Bots, mw.ir.J.H.den Breeijen, mw.dr.M.M.B.Breteler, ing.A.M.de Bruijn, mw.M.C.de Bruijne, H.Burger, dr.J.J. Claus, P.L.A.van Daele, mw.dr.C.M.van Duijn, mw.drs.J.M.Geleijnse, prof.dr.D.E.Grobbee, dr.A.W.Hoes, mw.C.C.W.Klaver, C.E.D.H.de Laet, mw.dr.L.J.Launer, mw.ir.L.I.Mennen, A.Mosterd, mw.dr.E.Odding, A.Ott, H.Pleumeekers, dr.H.A.P.Pols, R.S.Ramrattan, mw.ir. C.T.M.van Rossum, M.C.de Rijk, dr.R.P.Stolk, mw.M.C.Visser, mw. dr.J.C.M.Witteman, R.C.W.Wolfs.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties