Postmortale donornierpreservatie gaat beter met pulsatiele machinale perfusie dan met koude statische preservatie

Klinische praktijk
S. Azam Nurmohamed
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:A294
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Postmortale donornieren komen dikwijls traag op gang (vertraagde transplantaatfunctie). Dit hangt samen met een verhoogde kans op rejectie, transplantaatfalen en een verminderde nierfunctie op termijn. Het is nog niet opgehelderd of de methode van nierpreservatie van invloed is op de vertraagde transplantaatfunctie.

Onderzoeksvraag

Er bestaan twee manieren van nierpreservatie: de koude statische preservatie (‘cold storage’; CS) en de hypotherme pulsatiele machinale perfusie (HMP). In deze studie worden de twee methoden met elkaar vergeleken.

Hoe werd dit onderzocht?

Moers et al. verrichtten een gerandomiseerd multicenteronderzoek waarbij van 336 opeenvolgende postmortale donoren één nier werd gerandomiseerd voor HMP en de andere nier werd gepreserveerd middels CS.1

Belangrijkste resultaten

HMP reduceerde de kans op vertraagde transplantaatfunctie van 26,5 naar 20,8% (oddsratio: 0,57; 95%-BI: 0,36-0,88). De duur van vertraagde transplantaatfunctie werd verkort: 10 dagen (uitersten: 1-41) bij HMP en 13 (uitersten: 1-48) dagen bij CS. HMP werd gekenmerkt door minder transplantaatfalen (oddsratio: 0,52; 95%-BI: 0,29-0,93) en een verbeterde 1-jaarstransplantaatoverleving (94 tegenover 90%). Er was geen verschil in rejectie.

Consequenties voor de praktijk

Vervolgonderzoek zal gericht zijn op het vinden van een verklaring voor de gevonden resultaten: mogelijk een vasoprotectieve rol van de pulsatiele flow bij HMP? Dit onderzoek zal wellicht een aanzet vormen tot verdere verbetering van de orgaanpreservatie.

Literatuur

  1. Moers C, Smits JM, Maathuis MH, Treckmann J, van Gelder F, Napieralski BP, et al. Machine perfusion or cold storage in deceased-donor kidney transplantation. N Engl J Med. 2009;360:7-19.

Reacties

C.M.B.
Duwel

4 mei 2009 - 10:33

Bij onderzoek met een geïsoleerd en donor-geperfundeerd kattenhart neemt de coronaire perfusie in ca. 3 uur af tot hypoxisch (gemeten als lactaatproductie). Wanneer een pulsatiele perfusie aan het hart is opgelegd, dan neemt de coronaire perfusie weer fysiologische waarden aan. Deze waarneming is niet gepubliceerd. (Zie onder andere [1].)

Literatuur

[1] Duwel CM, Westerhof N. Feline left ventricular oxygen consumption is not affected by volume expansion, ejection or redevelopment of pressure during relaxation. Pflugers Arch. 1988;412:409-16.

UWV

Dr. Caspar Duwel, verzekeringsarts