Plotseling overlijden na een hartinfarct
Open

In het kort
14-01-2009
Jeroen F. van der Heijden

Waarom dit onderzoek?

Plotseling overlijden na een hartinfarct blijft een belangrijk probleem. Enkele decennia geleden is de incidentie van plotselinge hartdood na een hartinfarct voor het laatst onderzocht.

Onderzoeksvraag

Hoe hoog is tegenwoordig het risico op plotselinge hartdood na een hartinfarct?1

Hoe werd dit onderzocht?

In een relatief geïsoleerd gebied van de VS, Olmsted County in Minnesota, werd een observationeel onderzoek verricht. Er werden 2297 inwoners geïncludeerd die tussen 1979 en 2005 een hartinfarct hadden doorgemaakt. De uitkomstmaten waren: het risico op plotselinge hartdood na een hartinfarct, gedefinieerd als plotseling overlijden buiten het ziekenhuis ten gevolge van coronarialijden, en de bijdrage van recidiefischemie en hartfalen aan deze gebeurtenis.

Belangrijkste resultaten

Tijdens een mediane follow-upduur van 4,7 jaar overleden 1160 patiënten, van wie 282 (24%) aan plotselinge hartdood. De 30-daagse cumulatieve incidentie was 1,2% (gestandaardiseerde mortaliteitsratio: 4,2; 95%-BI: 2,9-5,8). De cumulatieve incidentie van plotselinge hartdood na 5 jaar was 6,9%; deze uitkomst verschilde niet significant van die bij de algemene populatie. Bij multivariate analyse bleek alleen hartfalen gepaard te gaan met een verhoogd risico op plotselinge hartdood (hazardratio: 4,20; 95%-BI: 3,10-5,69). Verder werd bij patiënten die tussen 1997 en 2005 een hartinfarct kregen, een lagere incidentie van plotselinge hartdood na een hartinfarct beschreven dan bij degenen die tussen 1979 en 1987 door een hartinfarct werden getroffen.

Consequenties voor de praktijk

De incidentie van plotselinge hartdood is vooral verhoogd in de eerste maand na het hartinfarct. Mogelijk zouden patiënten in deze periode met een implanteerbare defibrillator tegen het optreden van plotselinge hartdood kunnen worden beschermd; hiervoor is echter tot op heden nog geen bewijs gevonden. Voorlopig dient daarom de nadruk te liggen op een nog betere implementatie van de acute behandeling (bijvoorbeeld in de vorm van percutane coronaire interventies) en secundaire preventie (bijvoorbeeld met adenosinedifosfaat-receptorantagonisten, ACE-remming en statinen).

Literatuur

  1. Adabag AS, Therneau TM, Gersh BJ, Weston SA, Roger VL. Sudden death after myocardial infarction. JAMA. 2008;300:2022-9.