Pijn in de nek door tendinitis longus colli

Klinische praktijk
Jan Adriaan Coebergh
Hille Koppen
Ad P. van Gils
Bas F. de Bruijn
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A933
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Op de afdeling Spoedeisende Hulp zagen wij 2 patiënten met hevige nekpijn: een 70-jarige vrouw met acute, hevige pijnklachten van de nek, die enige dagen na een poliklinische verwijdering van haar linker tongtonsil ontstaan waren, en bij wie de verdenking op spondylodiscitis bestond. De andere patiënt, een 54-jarige vrouw, werd verwezen met een verdenking op meningitis in verband met de hevige nekpijn. Bij beiden berustte de pijn op een acute, calcificerende tendinitis van de M. longus colli. Deze goedaardige aandoening kan die zich bij vele specialismen presenteren. Beide patiënten reageerden goed op behandeling met NSAID’s. De diagnose ‘acute, calcificerende tendinitis van de M. longus colli’ wordt gesteld met behulp van beeldvormend onderzoek, zoals röntgenopnames, CT of MRI. Een verkalking op CT-scans van de cervicale wervelkolom of een hoog signaal op de T2-gewogen MRI-opname in de M. longus colli zijn pathognomonisch voor een tendinitis. Juiste diagnosestelling kan verdere invasieve diagnostiek en onnodige behandeling voorkomen.

Inleiding

Tendinitis longus colli is een goedaardige, maar relatief onbekende oorzaak van heftige nekpijn. Klinische of radiologische herkenning van dit ziektebeeld kan onnodige diagnostiek, interventies en pijn voorkomen.

Ziektegeschiedenis

Patiënt A, een 70-jarige vrouw, werd wakker met een progressieve nekpijn, de heftigste die zij ooit had ervaren. Hierdoor durfde zij haar nek niet meer te bewegen. Zij had hierbij geen andere klachten. 3 dagen voor het ontstaan van de nekklachten was haar linker tongtonsil onder narcose met een diodelaser verwijderd wegens globusklachten in combinatie met persisterende kriebelhoest. De huisarts gaf patiënte voor de nekpijn aanvankelijk diazepam 5 mg en tramadol 50 mg 4 dd, en later morfine. Patiënte bleef desondanks heftige pijn houden en bezocht daarom de afdeling Spoedeisende Hulp.

Wij zagen daar een vrouw die haar nek met haar handen vasthield wegens forse pijn. Er was sprake van drukpijn ter plaatse van de bovenste cervicale wervels. Zij had geen koorts. Laboratoriumonderzoek liet een CRP-concentratie van 113 mg/l (referentiewaarde: < 5) en een BSE van 53 mm/h zien (< 30). Er werd een röntgenfoto van de cervicale wervelkolom gemaakt vanwege een verdenking op spondylodiscitis na de recente operatie en de verhoogde infectieparameters. Op deze foto was er zwelling van enige prevertebrale weke delen ter hoogte van Ci-Cii zichtbaar (figuur 1). Een cervicaal MRI-onderzoek liet een hyperintens signaal ter plaatse van de M. longus colli zien op ‘short T1 inversion recovery’(STIR)-opnamen (figuur 2; uitleg), zonder aankleuring na contrasttoediening. Een cervicale CT-opname ter bevestiging liet enkele calcificaties in de M. longus colli zien.

Figuur 1
Figuur 2

De diagnose ‘tendinitis longus colli’ werd gesteld en patiënte werd met diclofenac 50 mg 3 dd behandeld, met direct een goed resultaat. De pijnklachten verdwenen binnen enige dagen en de verhoogde ontstekingsparameters, die als postoperatief werden geduid, daalden. Bij controle na 6 weken was patiënte klachtenvrij.

Patiënt B, een 54-jarige vrouw, werd wakker met hevige, progressieve nekpijn zonder specifieke aanleiding voor het ontstaan ervan. Ook had zij pijnklachten bij slikken. De huisarts duidde de klachten als een keelinfectie en behandelde deze met antibiotica, zonder effect. Hij verwees haar na 3 dagen naar de afdeling Spoedeisende Hulp wegens een verdenking op een meningitis.

Bij lichamelijk onderzoek zagen wij een licht pijnlijke bewegingsbeperking van de nek, zonder andere afwijkingen. Een meningitis werd zeer onwaarschijnlijk geacht gezien het ontbreken van koorts en niet-afwijkende bevindingen bij laboratoriumonderzoek: leukocyten: 8,3 x 109/l (4,0-10,0); CRP: 7 mg/l (< 8). De klachten werden geduid als myogeen. Na 8 dagen werd er poliklinisch een CT-onderzoek van de cervicale wervelkolom verricht. Hierop waren calcificaties in de aanhechting van de M. longus colli te zien (figuur 3).

Figuur 3

De inmiddels voorgeschreven ibuprofen werd gecontinueerd, gezien de goede, snelle respons binnen een dag. Hiermee werd de diagnose ‘tendinitis longus colli’ gesteld. De klachten waren geheel verdwenen na 6 weken.

Beschouwing

Tendinitis longus colli werd voor het eerst beschreven in 1964.1 Sinds de opkomst van beeldvorming middels CT en MRI werd het ziektebeeld inmiddels meer dan 40 keer beschreven.2 Aangezien sommige van deze casusbeschrijvingen meerdere patiënten betroffen, is de aandoening vermoedelijk niet zeer zeldzaam, maar wordt deze waarschijnlijk onvoldoende herkend. Patiënten met een tendinitis longus colli kunnen zich bij uiteenlopende specialismen presenteren. In de eerste lijn zal de aandoening waarschijnlijk met enige regelmaat bewust en onbewust gezien en behandeld worden. In de literatuur zijn er casussen beschreven in verschillende vakgebieden: spoedeisende hulp,3 KNO,4 kaakchirurgie,5 orthopedie,6 neurologie,7 neuroradiologie,2 neurochirurgie,8 en in de hoofdpijnliteratuur.9 De meest voorkomende benaming van het ziektebeeld is ‘acuut calcificerende tendinitis van de M. longus colli’, maar de termen ‘retrofaryngeale tendinitis’, ‘myositis-’ en ‘calciumhydroxyapatietziekte van de nek’ worden ook gebruikt.

Klinische symptomen

De aandoening is beschreven bij patiënten tussen de 21 en 81 jaar.2 Op de voorgrond staat subacute hevige nekpijn. Deze is over enige dagen progressief en verdwijnt bij behandeling binnen 2 weken. Typisch zit de patiënt het liefst rechtop zonder de nek te bewegen, met toename van de nekpijn bij slikken. In tegenstelling tot bij nekstijfheid als gevolg van meningeale prikkeling, zijn het teken van Kernig (bij knie- en heupflexie is extensie van de knie pijnlijk en beperkt) en Brudzinski (flexie van benen treedt op bij flexie van de nek) negatief. Soms is er sprake van temperatuurverhoging of wordt er een milde leukocytose gevonden bij laboratoriumonderzoek.10

Diagnose

De diagnose is primair met radiologisch onderzoek vast te stellen, zowel met behulp van een cervicale röntgenfoto, als met CT- of MRI-opnames van de cervicale wervelkolom. Cervicale röntgenfoto’s laten meestal een amorfe calcificatie anterior van Ci-ii zien, met daarbij prevertebrale zwelling van de weke delen. Ekbom et al. beschreven 7 patiënten met een forse toename van de mid-sagittale diameter van de prevertebrale weke delen ten opzichte van controlepatiënten.11 Op cervicale CT-opnames zijn typisch kleine calcificaties in de M. longus colli te zien. Bij MRI-onderzoek is een hoog signaal in de M. longus colli op T2-gewogen opnames pathognomonisch voor een tendinitis. Dit typische signaal verdwijnt met de tijd en met het verdwijnen van de klachten. 10

Bij hevige nekpijn moet differentiaaldiagnostisch worden gedacht aan spondylodiscitis, maligniteit, fractuur van de cervicale wervelkolom, cervicale hernia, vertebralis- of carotisdissectie, meningitis, epiglottitis, faryingitis, mastoïditis, thyroïditis, whiplash-syndroom, jicht en reuma. Bij de in de literatuur beschreven casussen werden zeer diverse aanvullend onderzoeken en behandelingen ingezet, terwijl de diagnose uiteindelijk ‘tendinitis longus colli’ bleek te zijn. In de door ons beschreven casus A was pijnbehandeling met morfine in plaats van een NSAID niet juist. In casus B werden ten onterechte antibiotica voorgeschreven.

Pathogenese

De M. longus colli bestaat uit 3 delen; een verticaal deel, een superior oblique en een inferior oblique deel. Deze hechtten aan de atlas en de wervellichamen vanaf Cii tot Tiv aan, en worden geïnnerveerd vanuit de wortels C3 tot C8 (figuur 4). De spier is de belangrijkste flexor en ook een rotator van de cervicale wervelkolom.

Figuur 4

Vele casusbeschrijvingen vermelden een voorafgaand licht trauma, een bovenste luchtweginfectie of chiropractische behandeling, waarbij de causale relatie echter onduidelijk blijft.

Therapie

In diverse casusbeschrijvingen en ook bij onze patiënten wordt een zeer goede reactie op NSAID’s beschreven. Opiaten hebben, opvallend genoeg, een matig effect. Geruststelling en fysiotherapie, ter mobilisatie na de acute fase, kunnen helpen.

Conclusie

Een acute tendinitis van de M. longus colli kan zich bij vele medisch specialismen aandienen, waarbij de hoofdklacht bestaat uit heftige nekpijn en/of nekpijn bij slikken. Het van belang deze goedaardige aandoening te herkennen, aangezien het klinisch beeld en specifieke radiologische afwijkingen verder invasief onderzoek overbodig kunnen maken. De pijn reageert goed op NSAID’s en verdwijnt doorgaans binnen 2 weken.

Uitleg

Short τ-inversion recovery-pulssequentietechniek (STIR)

MRI-techniek waarmee het vetsignaal wordt onderdrukt. Weefsels met lange T1- en T2-relaxatietijden, zoals oedeem, hebben bij deze techniek een hoge signaalintensiteit. Voordeel van de STIR-techniek is een groter contrast tussen oedeem en infiltraat enerzijds en niet-afwijkend weefsel anderzijds. Nadeel van de STIR-techniek is een lage signaal-ruisverhouding en een geringe specificiteit.

Leerpunten

  • Acute tendinitis van de M. longus colli is een oorzaak van heftige nekpijn of nekpijn bij slikken.

  • De diagnose kan met behulp van radiologisch onderzoek worden gesteld. Typisch zijn calcificaties of tekenen van prevertebrale wekedelenzwelling

  • De pijn reageert nauwelijks op opiaten maar zeer goed op NSAID’s, en verdwijnt doorgaans binnen 2 weken.

Literatuur
  1. Hartley J. Acute cervical pain associated with retropharyngeal calcium deposit. A case report. J Bone Joint Surg Am. 1964;46:1753-4 Medline.

  2. Mihmanli I, Karaarslan E, Kanberoglu K. Inflammation of vertebral bone associated with acute calcific tendinitis of the longus colli muscle. Neuroradiology. 2001;43:1098-101.

  3. Kanzaria H, Stein JC. A severe sore throat in a middle-aged man: calcific tendonitis of the longus colli tendon. J Emerg Med. 2008;22. Epub ahead of print.

  4. Kaplan MJ, Eavey RD. Calcific tendinitis of the longus colli muscle. Ann Otol Rhinol Laryngol. 1984;93:215-9 Medline.

  5. Ellika SK, Payne SC, Patel SC, Jain R. Acute calcific tendinitis of the longus colli: an imaging diagnosis. Dentomaxillofac Radiol. 2008;37:121-4 Medline. doi:10.1259/dmfr/23211511

  6. Ring D, Vaccaro AR, Scuderi G, Pathria MN, Garfin SR. Acute calcific retropharyngeal tendinitis. Clinical presentation and pathological characterization. J Bone Joint Surg Am. 1994;76:1636-42 Medline.

  7. Leep Hunderfund AN, Robertson CE, Bell ML, Busby DJ, Koehler TF, Ireland SP. Calcific retropharyngeal tendinitis: unusual cause of acute neck pain with nuchal rigidity. Neurology. 2008;71:778 Medline. doi:10.1212/01.wnl.0000324917.44950.8b

  8. Jiménez S, Millán JM. Calcific retropharyngeal tendinitis: a frequently missed diagnosis. Case report. J Neurosurg Spine. 2007;6:77-80 Medline. doi:10.3171/spi.2007.6.1.77

  9. Harnier S, Kuhn J, Harzheim A, Bewermeyer H, Limmroth V. Retropharyngeal tendinitis: a rare differential diagnosis of severe headaches and neck pain. Headache. 2008;48:158-61 Medline.

  10. Artenian DJ, Lipman JK, Scidmore GK, Brant-Zawadzki M. Acute neck pain due to tendonitis of the longus colli: CT and MRI findings. Neuroradiology. 1989;31:166-9 Medline. doi:10.1007/BF00698847

  11. Ekbom K, Torhall J, Annell K, Traff J. Magnetic resonance imaging in retropharyngeal tendinitis. Cephalalgia. 1994;14:266-9 Medline. doi:10.1046/j.1468-2982.1994.1404266.x

Auteursinformatie

HagaZiekenhuis, Den Haag.

Drs. J.A. Coebergh, arts in opleiding tot neuroloog; drs. H. Koppen, neuroloog; dr. A.P. Gils, radioloog; dr. S.F.T.M. de Bruijn, neuroloog

Contact drs. J.A. Coebergh (coebergh@doctors.org.uk)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 11 januari 2010

Gerelateerde artikelen

Reacties