Pediatrisch reanimatie- en interventielint, een hulpmiddel bij de eerste opvang van kinderen in levensbedreigende situaties
Open

Richtlijnen
18-11-1994
K. Oberndorff, F. Hazebroek, G. Vos en E. Heineman

Hulpverleners in de gezondheidszorg worden weinig geconfronteerd met cardiopulmonale resuscitatie bij kinderen. De meest voorkomende oorzaak van een adem- en hartstilstand bij kinderen is hypoxie op basis van respiratoire insufficiëntie. Andere belangrijke oorzaken zijn septische shock, traumata en hartritmestoornissen. De prognose voor het kind hangt sterk af van de kwaliteit van eerste opvang.1 Om die kwaliteit te verbeteren is in het Academisch Ziekenhuis Maastricht het pediatrisch reanimatie- en interventielint (PRIL) ontwikkeld, naar het model van de ‘Broselow pediatric resuscitation tape’.2

De resuscitatie van kinderen onderscheidt zich in een aantal belangrijke opzichten van die van volwassenen. Er worden andere technieken toegepast en bij kinderen moet de dosering van bij resuscitatie noodzakelijke medicatie en resuscitatievloeistoffen berekend worden op basis van het lichaamsgewicht. Voorts dienen hulpmiddelen zoals endotracheale tubes, infuusnaalden en thoraxdrains aangepast te zijn aan leeftijd en grootte van het kind.

Door de aard van de problematiek is het uiteraard niet mogelijk het kind in zo'n kritieke situatie te wegen. De tot nog toe meest gebruikte methode om het gewicht van een kind in noodsituaties te bepalen is op basis van leeftijd of op basis van uiterlijk van het kind. De leeftijd van het kind is echter niet altijd bekend en het schatten op basis van uiterlijk is alleen betrouwbaar indien dit gebeurt door hierin ervaren personen. Dezen zijn bij de opvang van een kind in een levensbedreigende situatie in een ambulance of op een EHBO-afdeling echter niet altijd aanwezig. Als het lichaamsgewicht geschat is, moet de juiste dosering toe te dienen medicatie opgezocht of berekend worden, evenals de keuze van hulpmiddelen. Dit proces is tijdrovend in een situatie waarin tijdverlies de prognose ongunstig beïnvloedt en is bovendien zeer gevoelig voor fouten.

Het PRIL is ontwikkeld om dit proces te optimaliseren en de kans op fouten zo klein mogelijk te maken. Het is aan één zijde verdeeld in vakken, oplopend van 3 tot en met 34 kg. De plaatsing hiervan is zo gekozen dat de plaats van een vak met een bepaald gewicht overeenkomt met het gemiddelde gewicht naar lengte van Nederlandse kinderen.3 In deze vakken staat de dosering van medicatie bij resuscitatie of intubatie in standaardoplossingen, passend bij dat gewicht (figuur 1).

Op de andere zijde van het PRIL staat op gelijke hoogte van de gewichtvakken een vakverdeling met bij leeftijd, lengte en gewicht passende reanimatiehulpmiddelen (laryngoscoop, endotracheale tube, infuusnaald en dergelijke; figuur 2).

Op het PRIL staan verder nog tabellen met infusiesnelheden van standaardoplossingen cardiotonica en resuscitatievloeistoffen, normale vitale parameters (ademhalingsfrequentie per minuut, polsfrequentie per minuut en systolische bloeddruk in mmHg) gerelateerd aan de leeftijd,4 de Glasgow-comaschaal voor kinderen,5 maten van endotracheale tubes,6 en een basis voor berekening van de dosering van de verschillende geneesmiddelen zoals vermeld in de vakverdeling.

Bij de opvang van een kind in een levensbedreigende situatie wordt het PRIL langs de patiënt gelegd (figuur 3) en kan direct een schatting van het gewicht gemaakt worden. Indien de onderzoeker het kind adipeus vindt, kan 1 gewichtsvakje vooruit en bij magere kinderen 1 gewichtsvakje terug worden gegaan.

Door de aflezing van de dosering van medicatie in het betreffende gewichtsvak op het lint is de kans op fouten gereduceerd en gaat er geen kostbare tijd verloren aan berekeningen. Door het lint om te draaien vindt men op dezelfde hoogte van het lint een vak met gegevens over hulpmiddelen bij de cardiopulmonale resuscitatie passend bij het betreffende kind.

Het PRIL is met betrekking tot juistheid van het geschatte gewicht getest op de polikliniek Kinderchirurgie en de EHBO-afdeling van het Academisch Ziekenhuis te Maastricht en het Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam.

Alleen tevoren gezonde kinderen van 0 tot en met 10 jaar werden tot het onderzoek toegelaten. Zij werden gemeten met een prototype van het PRIL en het hiermee bepaalde gewicht werd vastgelegd. Vervolgens werden de kinderen ontkleed en op een geijkte weegschaal nauwkeurig gewogen. Nadat alle gegevens verzameld waren, werden het geschatte gewicht volgens het PRIL en het werkelijke (gewogen) gewicht door middel van statistische analyse met elkaar vergeleken. Bij de 78 kinderen uit het onderzoek bleek het met het PRIL vastgestelde gewicht goed te correleren met het werkelijke gewicht (correlatiecoëfficiënt 0,98).

Met het PRIL kan men op nauwkeurige wijze het gewicht van kinderen bepalen op basis van hun lengte, door het lint langs het kind te leggen. Dit is eenvoudig en ook in een acute situatie snel uit te voeren.

Doordat op het PRIL tevens de bij het gewicht behorende doseringen van cardiotonica en reanimatievloeistoffen staan en de maten voor reanimatiehulpmiddelen, wordt de kans op fouten van de berekening hiervan drastisch verminderd. Dit heeft grote voordelen voor de snelheid en nauwkeurigheid van reanimaties bij kinderen.

Het is derhalve aan te bevelen dat elke (para)medicus die regelmatig participeert in de acute opvang van kinderen in een ambulance of op een EHBO-afdeling, het PRIL ter beschikking heeft. Juist doordat levensbedreigende situaties bij kinderen – gelukkig – zeer zelden optreden, is er bij de meeste (para)medici die hierbij betrokken kunnen raken weinig ervaring op dit gebied, en weinig gelegenheid om opgedane ervaring op peil te houden.

Het PRIL is te verkrijgen bij de firma MediScore, Galvanistraat 136, 3029 AD Rotterdam

Literatuur

  1. Molenaar JC. Kind en trauma: dalende sterfte, andere zorg.Ned Tijdschr Geneeskd 1990; 134:1723-4.

  2. Lubitz DS, Seidel JS, Chameides L, Luten R, Zaritsky AL,Campbell FW. A rapid method for estimating weight and resuscitation drugdosages from length in the pediatric age group. Ann Emerg Med 1988; 17:576-81.

  3. Roede JM, Wieringen JW van. Groeidiagrammen 1980.Tijdschrift voor Sociale Gezondheidszorg 1985; 63(Suppl): 11-3.

  4. Seidel JS. Recognition and stabilization of the criticallyill or injured child. Pediatr Ann 1990; 19: 580-3.

  5. McCarty DL, Surpure JS. Pediatric trauma: initialevaluation and stabilization. Pediatr Ann 1990; 19: 584-96.

  6. Vos GD. Respiratoire insufficiëntie bij kinderen. In:Berg P van den, Hulstaert PF, eds. Compendium voor intensive care. Utrecht:Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, 1992: 64-76.