Overbehandeling bij cytologische cervixafwijkingen

Tara Lorjé
Leestijd
2 minuten
Downloaden
Citeren

artikel

Alleen bij vrouwen met een cervixuitstrijkje met een hoge Pap-uitslag en daarnaast geen kinderwens, is behandeling bij de eerste colposcopie te rechtvaardigen. Dit komt overeen met de Nederlandse richtlijn.

Diede Loopik van het Radboudumc en collega’s (Am J Obstet Gynecol. 2019; online 21 oktober) vergeleken twee methoden die worden ingezet bij vrouwen met een afwijkend cervixuitstrijkje: bij colposcopie met lisexcisie vindt tijdens de eerste colposcopie meteen behandeling plaats en bij colposcopie met biopten is de behandeling afhankelijk van de uitkomst van een histologisch biopt. De eerste methode is goedkoper en vermindert mogelijk de ongerustheid bij de patiënt, maar is mogelijk gevoeliger voor overbehandeling.

Met behulp van de PALGA-database, waarin cervixcytologie-uitslagen worden opgeslagen, gingen de onderzoekers na welke methode leidt tot meer overbehandeling. Hiertoe bekeken ze laag- en hooggradige cytologische afwijkingen tussen 2016 en 2017 en onderzochten ze het voorkomen van overbehandeling bij zowel colposcopie met lisexcisie als colposcopie met biopten.

Ze analyseerden de gegevens van meer dan 36.000 vrouwen, van wie ruim 29% colposcopie met biopten onderging en bijna 19% colposcopie met lisexcisie. Bij de overige vrouwen volgde een conservatief beleid met cytologische follow-up. Overbehandeling werd gedefinieerd als behandeling bij een biopt met cervicale intra-epitheliale neoplasie I (CIN I) of lager.

Colposcopie met lisexcisie leidde bij 65% van de vrouwen met een laaggradige cytologische uitslag tot overbehandeling tegenover 32,1% van de vrouwen bij wie colposcopie met biopten werd toegepast. Bij hooggradige cytologische afwijkingen was het verschil in overbehandeling tussen de twee methoden slechts 3%. Het onderzoek toonde ook aan dat gynaecologen niet altijd de richtlijn volgen bij colposcopie met lisexcisie, waardoor nog meer overbehandeling optreedt. Loopik en collega’s concludeerden dat alleen bij vrouwen met hooggradige cytologische cervixafwijkingen zonder kinderwens colposcopie met lisexcisie gerechtvaardigd is. Bij de overige vrouwen zou eerst een biopsie verricht moeten worden om overbehandeling te voorkomen. Marian Mourits, hoogleraar Gynaecologische Oncologie in het UMCG, geeft aan dat dit ook precies is wat de Nederlandse richtlijn voorstelt. Mourits: ‘In de Nederlandse richtlijn wordt colposcopie met lisexcisie geadviseerd vanaf Pap IIIB, dus cytologie bij hooggradige dysplasie in een uitstrijkje. De reden hierachter is dat er in dat geval zo’n hoge kans is op CIN II of hoger, dat dit een directe behandeling rechtvaardigt, en bovendien “sampling error” van een biopsie voorkómt.’

Ook interessant

Reacties