artikel
Als een moeder het gevoel heeft dat zij haar huilende baby niet kan troosten, dan is dat een sterkere voorspeller van postnatale depressieve klachten dan de totale tijd die haar baby dagelijks huilt. ‘Hoewel veel kinderartsen regelmatig vragen naar huilen, suggereren onze resultaten dat we moeten vragen naar hoe makkelijk de baby te troosten is’, zo schrijven Jenny Radesky (Boston Medical Center) en haar collega’s daarom in Pediatrics (2013;131:e1857).
De auteurs voerden – binnen een RCT in 2004-2006 – een retrospectieve cohortstudie uit. Zo’n 5 à 6 weken na de bevalling hielden 587 moeders 4 etmalen lang gedetailleerd een babydagboek bij, en rond de bevalling en 8 weken daarna brachten de onderzoekers depressieve klachten in kaart met de ‘Edinburgh Postnatal Depression Scale’ (EPDS).
Na 8 weken had 10% van de moeders mogelijk een depressie (EPDS ≥ 9) en iets minder dan de helft van de moeders meldde ontroostbaar huilen. Moeders met een mogelijke depressie na 8 weken noteerden gemiddeld 171 minuten huilerigheid per dag bij hun baby’s, moeders met een EPDS-score < 9 rapporteerden 141 minuten. Het mediane aantal minuten ontroostbaar huilen was respectievelijk 7,5 en 0. Voor moeders van baby’s die meer dan 20 minuten per dag ontroostbaar huilden (13%) was de aangepaste oddsratio voor een mogelijke depressie 4 (gecorrigeerd voor meerdere confounders en begin-EPDS), terwijl deze voor moeders met koliekbaby’s (meer dan 3 uur huilerig per dag; 25%) 2 was (95%-BI’s respectievelijk 2,0-8,1 en 1,1-3,7).
De auteurs geven toe dat moeders met depressieve klachten gevoeliger zijn voor huilerigheid bij hun baby’s en dit vaker rapporteren als ‘ontroostbaar’ (‘depression-distortion’).



Reacties