Onderzoek naar dehydratie

Fysische diagnostiek
17-12-2010
Jantien D. de Loor, Robert Zietse en Tjeerd O.H. de Jongh

Reacties (6)

Bert Wiechers
19-12-2010 16:10

Fysische diagnostiek, dehydratie

Allereerst mijn waardering voor het initiatief om een reeks artikelen te wijden aan de waarde van fysische diagnostiek. De eerste aflevering stelt niet teleur. Gelukkig is het begrip fysische diagnostiek opgerekt: ook anamnestische gegevens worden besproken. Ik word weer met beide benen op de grond gezet m.b.t. (bijvoorbeeld) de waarde van de huidturgor bij het beantwoorden van de vraag of iemand ‘uitgedroogd’ is of niet. Statistiek is niet mijn fort, maar doordat het betoog wordt geschraagd met specificiteit en sensitiviteit, LR’s en BI’en, heb ik me daar maar weer eens in verdiept. Ook dat is winst.
Wat de statistiek betreft, ik meen de auteurs zelfs te kunnen betrappen op een foutje. Vermeld wordt: “Als de vochtinname en urineproductie ongestoord zijn, is de kans op dehydratie zeer klein (positieve likelyhoodratio (LR+): < 0,1).” Volgens mij klopt dit niet. Ongestoorde urineproductie en vochtinname betekenen een negatief testresultaat. Hier moet denk ik LR− staan. Een LR+ moet ook groter zijn dan 1!
 
Bert Wiechers (huisarts n.p.)
Tjeerd de Jongh
23-12-2010 14:41

Fysische Diagnostiek, dehydratie

De Likelihoodratios zijn dan een belangrijke maat voor een test, zij zijn toch soms moeilijk te interpreteren.
Voor een LR+ geldt inderdaad dat deze meestal groter is dan 1 omdat bij een positief testresultaat de kans op de aandoening toeneemt. In het geciteerde artikel (1) is het echter moeizaam geformuleerd, De onderzoekers hebben als test een ongestoorde  vochtinname en urineproductie genomen. LR+ <0,1 betekent dat de kans op dehydratie in dat geval zeer sterk afneemt en dus zeer klein wordt.
Indien als test een verminderde vochtinname/urineproductie wordt genomen dan is volgens de auteurs de LR- bijna nul en de kans op dehydratie dus zeer groot.
 
TOH de Jongh
JD de Loor
R Sietze
 
(1) Porter SC, Fleisher GR,Kohane IS, Mandl KD. The value of Parental Report for Diagnosis and Management of Dehydration in the Emergency Department. Ann Emerg Med 41:2, 196-205
Raymond Leclercq
24-12-2010 09:59

Fysische Diagnostiek, dehydratie (2)

Het onderzoek naar dehydratie besteedt een secure aandacht aan een aantal waarnemingen bij vochttekort. Het samengaan van dehydratie en volumedepletie is rationeel.
Twee andere waarnemingen hadden voor mij destijds ook waarde. Het eerste was de vraag, hoe lang geleden er urine geproduceerd was. Tussen 6 en 12 uur betekende opletten, 12 uur  was een reden tot doorverwijzen naar de kinderarts. Het tweede was een ingevallen buikje. Van opzij over de "kim" van de buik heenkijkend was een concave lijn suspect voor uitdroging. Hoe concaver, hoe urgenter. Immers het buikje van kleine kinderen is bol, oftewel convex.
 
Raymond Leclerq, huisarts n.p
Tjeerd de Jongh
29-12-2010 10:57

Fysische diagnostiek, dehydratie (antwoord auteur)

Met betrekking tot de persoonlijke waarnemingen van collega Leclerq bij vochttekort bij baby's het volgende . Persoonlijke observaties zijn buitengewoon belangrijk en liggen vaak ten grondslag aan wetenschappelijke ontdekkingen. Wij hebben in de literatuur echter geen informatie kunnen vinden over de waarde van een minder bolle buik of de termijn van 12 uur voor niet plassen met betrekking tot dehydratie.
Beide gegevens zijn waarschijnlijk wel belangrijk bij de beoordeling van dehydratie, aangetoond is dit echter niet.
 
namens de auteurs
TOH de Jongh
Bert Wiechers
08-01-2011 18:50

Fysische diagnostiek, dehydratie

Het antwoord van de Loor c.s. op mijn reactie bevredigt niet helemaal. Na enige aarzeling toch maar een ‘weerwoord’. Ten eerste: de LR is de kans op een bepaalde uitslag bij een ziek persoon, gedeeld door de kans op dezelfde uitslag bij een gezonde. De LR bij een positieve uitslag (LR+) is dus de kans op een ‘echt’ positieve uitslag gedeeld door de kans op een vals positieve uitslag. Bij een diagnostische test met (enige) waarde is de LR+ dus altijd > 1, niet ‘meestal’.
Ten tweede: ik maak uit de reactie van de auteurs op dat ze zich baseren op een artikel waarin een normale uitkomst van het onderzoek als een positief testresultaat wordt beschouwd. Dat is niet ‘moeizaam geformuleerd’, maar volgens mij gewoon fout. Als een onderzoeksresultaat niet duidt op het bestaan van pathologie, dan heet dat negatief.
 
Bert Wiechers
Trudi Herweijer
02-01-2011 16:37

Fysische diagnostiek, dehydratie (kinderen)

Het komt  bijna niet voor dat ik over ouderengeneeskunde lees, maar in dit artikel ging het om dehydratie bij kinderen en ouderen. Op pag 2335 staat dat toename van polsfrequentie en ademhalingsfrequentie een vroeg signaal van hypovolemie zijn. Dat is inderdaad zo. Het zou goed zijn voor zo'n artikel  een kinderarts te laten meelezen. Want is de lezer op de hoogte van de normale frequenties bij kinderen?
  • Pasgeborenen: pols 94-145, gem 25-135; ah 40, tachypneu >60.
  • 1 Maand: pols 114-190 (!), gem 120-130;ah 24-30, tachypneu > 60.
  • 6 Maanden: pols 110-180, gem 120-130; ah 24-30, tachypneu >50.
  • 1-2 Jaar: pols 100-160, gem 110-120 ; ah 20-24 tachypneu (1-5 jr)>40.
  • 4-5 Jaar: pols 65-135,gem 95-105; ah 14-20, tachypneu >40.
  • 6-8 Jaar: pols 70-115, gem 90-100; ah 12-20.
  • 10-12 Jaar: pols 55-110,gem 85-95; ah 12-20.
  • 14 Jaar:pols 55-105, gem 75-85; ah 10-14 
met collegiale groet,
T. Herweijer, kinderarts
 
Literatuur
Nelson Textbook of Pediatrics, Harriet Lane handbook, Levin: Practical Guide to Pedatric Intensive care