Verpleegkundigen mijden seksuele counseling

Verpleegkundigen mijden seksuele counseling
Open

Nieuws
10-07-2012
Christel van Dongen

Hoewel hartfalenverpleegkundigen zich verantwoordelijk voelen om seksuele problemen aan te kaarten bij hun patiënten, doen zij dit in de praktijk maar zelden. Tialda Hoekstra (Universiteit Groningen) en collega’s identificeerden enkele barrières die seksuele counseling in de weg staan (Heart Lung. 2012; epub 12 juni).

Er lijkt een taboe te rusten op het bespreken van seksuele problemen met hartpatiënten, terwijl dit een veelvoorkomende klacht is in deze patiëntengroep. Om in kaart te brengen in welke mate verpleegkundigen dit tot hun taak rekenen, stuurden de onderzoekers vragenlijsten naar alle Nederlandse hartfalenpoli’s.

Maar liefst 146 verpleegkundigen retourneerden de ‘Nurses’ survey of sexual counseling of myocardial infarction patients’. Slechts 30% gaf aan scholing te hebben gehad in seksuele hulpverlening. Niet meer dan 1% van de hartfalenverpleegkundigen informeerde frequent naar de seksuele gezondheid van hun patiënten. 38% deed dit sporadisch en 53% zelden. 8% bracht het nooit ter sprake. Tegenstrijdig met deze cijfers is het feit dat 75% van de verpleegkundigen vond dat seksuele counseling wel degelijk tot hun takenpakket behoorde. De grootste obstakels voor seksuele hulpverlening zijn volgens de verpleegkundigen een gebrek aan een gestructureerd beleid (67%), een gebrek aan training (42%), cultuur- en taalverschillen of geloofsovertuigingen (38-40%) en de leeftijd van de patiënt (39%). De verdeling van de barrières verschilde flink tussen verpleegkundigen die seks wel of niet ter sprake brachten.

De auteurs adviseren verpleegkundigen beter te scholen. Verpleegkundigen die namelijk een cursus hadden gevolgd, brachten seks vaker ter sprake (41% vs. 22%). Handige tips om het onderwerp ‘seksualiteit’ te introduceren in een gesprek, zijn volgens de verpleegkundigen meer dan gewenst.

(Bijdrage: Christel van Dongen.)