Slechte journalistiek bij wetenschap

Slechte journalistiek bij wetenschap
Open

Nieuws
08-06-2009
Femia Kievits en Hans van Maanen

Onderzoekers mogen graag mopperen op journalisten die onderzoeksresultaten overdrijven, verminken of zonder wetenschappelijk voorbehoud in de krant zetten. Een deel van de schuld zou echter wel eens bij de wetenschap zelf kunnen liggen, in ieder geval bij de wetenschappelijke bladen. Die brengen niet zelden persberichten uit die de zaken meteen al een stuk mooier voorstellen.

Dit blijkt uit een onderzoekje van Steven Woloshin en Lisa Schwartz, gepubliceerd in de Annals of Internal Medicine (2009;150:613–8). Zij analyseerden de inhoud van 200 willekeurige persberichten van 10 Amerikaanse academische medische centra. Hun conclusie: ‘Persberichten van academische medische centra vragen vaak aandacht voor onderzoek waarvan de relevantie voor de gezondheid onduidelijk is, en ze laten belangrijke feiten of beperkingen van het onderzoek weg.’

Van de 200 onderzochte persberichten gingen er 87 (44%) over dier- of laboratoriumproeven, en van die 87 vermeldden 64 (74%) uitdrukkelijk dat het onderzoek van belang was voor de gezondheid van de mens. Van de 95 persberichten over primair onderzoek bij mensen vermeldden 22 niet de grootte van de studie en gaven 32 geen cijfermateriaal. ‘Van de 113 berichten over humaan onderzoek gingen er maar weinig (17%) over studies met de krachtigste opzet (gerandomiseerde trials of meta-analyses). Wel 40% rapporteerde over de beperktste studies: interventies zonder controlegroepen, met kleine steekproeven (minder dan 30 deelnemers), surrogaatuitkomsten of ongepubliceerde data; toch ontbrak in 58% ervan de nodige reserve.’

‘Overdrijving begint wellicht bij de bron van de journalist’, aldus de auteurs – die zich haasten te waarschuwen dat zij niet hebben gekeken naar wat er uiteindelijk in de media verscheen naar aanleiding van de persberichten.

Volgens de auteurs kunnen academische centra de zaak het snelst verbeteren door over voorlopige resultaten en vooral over wetenschappelijke bijeenkomsten minder persberichten uit te geven; 40% van de abstracts wordt nooit in een tijdschrift gepubliceerd.

‘Onderzoekers kunnen het zelf ook beter doen’, besluiten zij. ‘Ze zouden geen persberichten moeten eisen van studies met evidente tekortkomingen; ze zouden inzage moeten vragen in persberichten voordat ze verspreid worden, en zouden erop moeten letten dat de toon wat wordt gematigd (vooral die van hun eigen citaten, die wij nogal eens al te enthousiast vonden).’

Dezelfde auteursgroep, werkzaam bij het Veterans Affairs Medical Center en de Dartmouth Medical School, heeft al eerder laten zien dat ook samenvattingen van wetenschappelijke artikelen de inhoud niet altijd correct weergeven en dat bij patiëntenvoorlichting niet zelden de nadelen van een behandeling worden verdoezeld en de voordelen opgeblazen.