Psychologische diagnose via internet

Psychologische diagnose via internet
Open

Nieuws
08-10-2013
Esther van Osselen

Patiënten, huisartsen en GGZ-praktijkondersteuners zijn tevreden met psychodiagnostiek en psychiatrische triage via het internet. Althans, dat geldt voor patiënten die én het diagnostiekprogramma afmaakten én bereid waren voor de evaluatie nog een vragenlijst in te vullen, een kleine 60%. En voor huisartsen die zo enthousiast zijn over e-Health dat ze aan dit onderzoek meededen, de ‘early adopters’.

Dat blijkt uit een evaluatie van TelePsy door de Universiteit van Maastricht, een online diagnostisch systeem dat een brede range van voorlopige DSM-IV-diagnosen stelt aan de hand van vragenlijsten. (Fam Pract. 2013; epub 2 september). Validiteit, betrouwbaarheid en kosteneffectiviteit van de e-diagnose moeten nog worden aangetoond.

Huisartsen kunnen patiënten verwijzen naar TelePsy bij een vermoeden van psychische problemen. Patiënten kunnen dan via een beveiligde verbinding een reeks vragenlijsten invullen, die wordt toegespitst op de antwoorden die ze geven. Bij aanwijzingen voor een depressie wordt bijvoorbeeld de ‘Becks Depression Inventory’ uitgevraagd. Een psycholoog interpreteert de uitkomsten en stelt aan de hand van een telefoongesprek eventueel nog aanvullende vragenlijsten voor. Uiteindelijk gaat er een brief met een voorlopige DSM-IV-diagnose en een behandelvoorstel – behandeling door praktijkverpleegkundige in de eerste of in de tweede lijn – naar de huisarts, die de uitslag bespreekt met de patiënt.

In totaal 417 patiënten waren verwezen naar TelePsy, van wie 353 de hele procedure doorliepen. Van hen wilde 74% deelnemen aan het evaluatieonderzoek. Deze groep was over het algemeen tevreden. Artsen waren doorgaans tevreden en stemden in met de voorgestelde diagnose. Voor de uiteindelijke verwijzing trokken ze echter hun eigen plan. Ze hielden vooral patiënten vaker in de eerste lijn dan TelePsy adviseerde.