'Psychiatriebijbel' onder invloed farmaceutische industrie
Open

Nieuws
02-06-2008
F. Kievits en M.T. Adriaanse

Het merendeel van de auteurs van de aankomende editie van de Diagnostic and statistical manual of mental disorders (DSM), een uitgave van de American Psychiatric Association (APA), onderhoudt financiële banden met de farmaceutische industrie. ‘Een ongewenst en gevaarlijk belangenconflict’, concludeert men op de Website for Integrity in Science, een initiatief van het Center for Science in the Public Interest, een non-profitorganisatie die zich inzet voor burgerbelangen in (biomedische) wetenschap (www.cspinet.org/integrity).

De DSM is sinds de eerste versie in 1952 (DSM-I) geëvolueerd tot een wereldwijd geaccepteerd classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen. Inmiddels wordt de DSM-IV-TR (2000), een ‘text revision’ (TR) van de DSM-IV (1994), herzien. Naar verwachting verschijnt in 2012 de DSM-V (www.dsm5.org).

Begin mei maakte de APA de financiële belangen openbaar van de leden van de taakgroep die zich bezighoudt met de herziening van de huidige DSM-IV-TR-uitgave. Daaruit valt de relatie tussen auteurs en farmaceutische industrie af te leiden. In een toelichting stelt APA-voorzitter Carolyn Robinowitz dat de werkgroepleden zijn geselecteerd op basis van hun expertise in onderzoek en klinisch werk, en dat middels verplichte ‘conflict of interest’-verklaringen belangenverstrengeling is geëlimineerd (www.psych.org).

De APA staat taakgroepleden weliswaar toe geld te accepteren vanuit de farmaceutische industrie, maar stelt als eis dat gedurende de periode dat zij werken aan de DSM-V-ontwikkeling de ontvangen bedragen niet hoger zijn dan 10.000 dollar per jaar. In The New York Times (6 mei 2008) ontkracht Robinowitz mogelijke belangenverstrengeling door te stellen dat alle inspanningen zijn gedaan om te voorkomen dat de farmaceutische industrie enige invloed heeft op inhoud en totstandkoming van de DSM-V. Volgens Robinowitz wordt gewerkt op basis van actuele wetenschappelijke inzichten door integere psychiaters.

Maar de Integrity in Science-groep twijfelt aan die integriteit en spreekt over excessieve belangen. Als voorbeeld wordt een APA-lid genoemd dat in de afgelopen 5 jaar als consultant werkzaam is geweest voor maar liefst 13 geneesmiddelenfabrikanten, waaronder Pfizer, Eli Lilly, Wyeth, Merck, AstraZeneca en Bristol-Meyers Squibb. Alle farmagiganten die enorme belangen hebben bij de juiste adviezen in deze nieuwste versie van het wereldwijde standaardwerk voor psychiaters, dat immers de komende jaren het voorschrijfbeleid van psychofarmaca in belangrijke mate zal bepalen.

Eerder berichtten Lisa Cosgrove et al. in Psychotherapy and Psychosomatics (2006;75:154-60) kritisch over belangenverstrengeling bij de totstandkoming van DSM-IV. Van de leden van de DSM-IV- en IV-TR-commissie zou 56 één of meer financiële banden onderhouden met de farmaceutische industrie.