Preventieve werking van raloxifeen valt tegen

Preventieve werking van raloxifeen valt tegen
Open

Nieuws
17-05-2010
Femia Kievits
 

In de preventie van mammacarcinoom bij gezonde vrouwen is raloxifeen minder riskant dan tamoxifen, maar uit gegevens die op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association of Cancer Research werden gepresenteerd en in Cancer Prevention Research (doi:10.1158/1940-6207.CA{R-10-0076) gepubliceerd, blijkt dat het beschermende effect verdwijnt na het staken van het middel. De beslissing het middel in te zetten als chemopreventie bij borstkanker wordt daarmee een stuk ingewikkelder.

In de Breast Cancer Prevention Trial ‘P-1’ halveerde tamoxifen de incidentie van borstkanker bij gezonde vrouwen met een verhoogd risico (JNCI. 1998;90:1371-88). Deze selectieve oestrogeenreceptormodulator (SERM) werd vervolgens in de VS goedgekeurd voor de chemopreventie van borstkanker. Maar dit middel bleek het risico op endometriumcarcinoom (baarmoederslijmvlieskanker) te verdubbelen en bovendien traden regelmatig trombo-embolische complicaties op.

Later werd bij toeval ontdekt dat raloxifeen, een SERM die is goedgekeurd voor de behandeling van osteoporose, ook het risico op borstkanker verlaagt. In tegenstelling tot tamoxifen bevordert raloxifeen het ontstaan van endometriumcarcinoom niet.

Dit was de reden dat de ‘Study of Tamoxifen and Raloxifene’ ofwel de STAR-studie werd opgezet. Hierbij waren meer dan 19.000 vrouwen betrokken. Zij werden 5 jaar lang met raloxifeen of tamoxifen behandeld en aan het eind bleek dat raloxifeen een even groot effect op de preventie van borstkanker had als tamoxifen (JAMA. 2006;295:2727-41).

Nu is de eerste follow-up van deze vrouwen gepubliceerd. 21 maanden geleden zijn zij gestopt met het gebruik van raloxifeen of tamoxifen en naar blijkt is het preventieve effect van raloxifeen verminderd. Onder raloxifeen hadden 310 van 9754 deelneemsters (3,17%) na 81 maanden een mammacarcinoom gekregen; onder tamoxifen waren dit 247 van 9736 vrouwen (2,53%).

Dit verschil laat zich op 2 manieren uitleggen, schrijven de auteurs. Ten eerste blijkt dat de incidentie van borstkanker voor raloxifeen in directe vergelijking met tamoxifen 24% hoger is (95%-BI: 1,05-1,47). Aan de andere kant is 76% (100-24%) van het borstkankerpreventieve effect bewaard gebleven en daar tamoxifen in de ‘P1’-studie iedere 2de tumor verhinderde, betekent dit volgens de onderzoekers dat door raloxifeen het risico op borstkanker met 38% (76% gedeeld door 2) daalt. Of dit in de orde van grootte van een placebo-effect ligt kan niet worden vastgesteld, omdat in de STAR-studie uit ethische overwegingen de placebo-arm is weggelaten. Het is echter duidelijk dat de preventieve werking afneemt. Dit roept de vraag op of de behandeling met raloxifeen langer moet duren dan 5 jaar. Daarmee zal het middel niet geaccepteerd worden als primaire preventie, schrijven de auteurs. Want gezien de overgangsverschijnselen die het middel veroorzaakt zijn vrouwen minder bereid de bijwerkingen op de lange termijn erbij te nemen, en die bereidheid wordt nog minder als borstkanker met intensievere screening in een behandelbaar stadium gediagnosticeerd kan worden.

Literatuur