Patiënt in revalidatiecentrum vaak ondervoed en te dik

Patiënt in revalidatiecentrum vaak ondervoed en te dik
Open

Nieuws
07-08-2012
Lucas Mevius

In Nederlandse revalidatiecentra is het aantal ondervoede patiënten hoog. Bovendien heeft bijna de helft van deze patiënten last van overgewicht of is obees. Tot die conclusie komen Dorijn Hertroijs (VU Amsterdam) en haar collega’s (J Rehabil Med. 2012;44:696-701).

Omdat de prevalentie van ondervoeding in revalidatiecentra niet geheel bekend is, voerden de auteurs in 2010 een dwarsdoorsnedeonderzoek uit in 11 Nederlandse revalidatiecentra. Aan de hand van het gewichtsverlies in de voorgaande 1, 3 en 6 maanden en de BMI schatten zij de voedingstoestand van de revaliderende patiënten in. Daarnaast bepaalden zij de diagnostische precisie van 5 screeningsinstrumenten voor ondervoeding (SNAQ, SNAQRC, SNAQ65+, MUST en MNA-sf). In totaal vulden 447 patiënten een vragenlijst in. Van 81 patiënten (18%) ontbraken er gegevens zodat de onderzoekers met de gegevens van 366 patiënten verder rekenden.

Van hen waren 102 patiënten (28%) ernstig en 38 patiënten (10%) matig ondervoed. Bovendien hadden 28 (27%) van de 102 ernstig ondervoede patiënten last van overgewicht en waren er 19 obees (19%). 92% van de patiënten met ondervoeding was onbedoeld afgevallen.

Van de diagnostische instrumenten was de MUST het accuraatst in het aantonen van ondervoeding (specificiteit > 90%; sensitiviteit > 80%). De MNA-sf scoorde het slechtst met een sensitiviteit van 44%.

Bijna de helft van de ondervoede patiënten was ook te zwaar. Daarom vinden de auteurs het belangrijk om naast ondervoeding ook overgewicht of obesitas vast te stellen bij revalidatiepatiënten. Hertroijs et al. raden zelf het gebruik van de SNAQ65+ aan bij de screening op ondervoeding, omdat deze van de snelle en gemakkelijke meetinstrumenten het nauwkeurigst was.