Met een jointje op achter het stuur leidt tot meer ongelukken

Met een jointje op achter het stuur leidt tot meer ongelukken
Open

Nieuws
06-03-2012
Karen van Weelden

Cannabis in het verkeer is in Nederland niet toegestaan, maar er bestaan nog geen wettelijke limieten of sneltesten zoals voor alcohol. Een meta-analyse in BMJ laat zien dat regelgeving hard nodig is, aangezien cannabisgebruik geassocieerd is met een bijna 2 maal verhoogd risico op fatale auto-ongelukken (2012; epub 9 februari).

Mark Asbridge en collega’s (Dalhousie University) zochten in verschillende databases naar publicaties over cannabisgebruik en auto-ongelukken waarbij ze studies includeerden met een duidelijke controlegroep en de bevestiging van de psychoactieve component van cannabis in het bloed.

Van alle studies voldeden 9 aan deze criteria; ze lieten allemaal een verhoogd risico op een auto-ongeluk zien met een oddsratio (OR) variërend van 1,36-7,16. Het gepoolde risico was bijna 2 maal hoger voor personen die cannabis hadden gebruikt dan voor personen uit de controlegroep (OR = 1,92). Patiëntgecontroleerd onderzoek liet een hogere OR (2,97) zien dan studies waarin slachtoffers van het ongeluk de controlegroep waren (1,65). Voor fatale botsingen was het verhoogde risico van cannabisgebruik statistisch significant, terwijl dat niet gold voor niet-fatale botsingen.

De kans op een ongeluk is hoger met alcohol dan met wiet (OR = 2,69); gezamenlijk gebruik leidt tot een nog hoger risico op ongevallen. De auteurs beseffen dat deze resultaten niet zullen leiden tot invoering van wettelijk toegestane hoeveelheden; daarvoor zijn de geïncludeerde studies te heterogeen en is niet gecorrigeerd voor variabelen zoals leeftijd of rijervaring van de automobilist. De auteurs hopen wel op meer politieke en maatschappelijke aandacht voor dit onderwerp. In Nederland ligt er nu een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer over invoering van speekseltesten als screeningsmethode, dat het aantal jaarlijkse verkeersslachtoffers als gevolg van drugsgebruik terug moet dringen.

(Bijdrage: Karen van Weelden.)