Keizersnede blijft uitzondering in Nederland
Open

Nieuws
22-06-2016
Hans van Maanen

Anders dan in de meeste rijke landen is in Nederland het aantal keizersneden de afgelopen decennia betrekkelijk laag gebleven. De verklaring daarvoor lijkt te liggen in de ‘zeer kritische houding’ in Nederland jegens keizersneden bij de eerste geboorte. Dit lijkt ‘de sleutel niet alleen voor het huidige lage aandeel keizersneden maar ook voor het toekomstige,’ aldus Yanjun Zhao en Jun Zhang van de universiteit van Sjanghai en Nederlandse collega’s (PLoS One. 2016; e155565). Gebruikt werden de gegevens van ruim 1,9 miljoen vrouwen in de Perinatale Registratie.

Het totale aandeel keizersneden is de afgelopen 10 jaar in Nederland wel licht gestegen, van 14,0% in 2000 tot 16,7% in 2010, maar beduidend minder dan in andere landen. Een onderzoek onder WHO-landen kwam onlangs tot een aanbeveling van 19% (JAMA. 2015;314:2263-2270). De foetale sterfte in Nederland halveerde in 10 jaar van 0,53% naar 0,29%, vroege neonatale sterfte van 0,21% naar 0,12% en late neonatale sterfte van 0,04% naar 0,02% ‘wat erop duidt dat Nederlandse moeders en baby’s het goed doen’.

‘De arts die beslist de eerste keizersnede uit te voeren, moet denken aan de complicaties die zo’n beslissing met zich kan meebrengen voor volgende zwangerschappen. Tegelijkertijd is het belangrijk een normale bevalling aan te moedigen bij vrouwen met een uterien litteken en het succespercentage van vaginale geboorte na een eerdere keizersnede te verhogen, evenals het draaien bij stuitligging,’ besluiten de onderzoekers.