Draad cochleair implantaat verschuift regelmatig

Draad cochleair implantaat verschuift regelmatig
Open

Nieuws
20-06-2012
Christel van Dongen

Migratie van elektrodes van cochleaire implantaten (CI’s) is niet zeldzaam. Kim van der Marel (LUMC) en collega’s schrijven dit in Audiology & Neurotology (2012;17:275-81). Sommige patiënten ondervinden wel klachten van deze draadmigratie, terwijl anderen geen veranderingen opmerken.

Sinds 2000 implanteert het LUMC bij patiënten met perceptief gehoorverlies een elektronische stimulator. Van 35 patiënten met een implantaat in het middenoor waren 2 CT-scans beschikbaar: 1 net na de operatie en 1 gemiddeld 2 jaar later.16 patiënten hadden het nieuwe model implantaat, de HiFocus1J, 19 patiënten een eerder model, de HiFocus1. Van de 35 patiënten ondervonden er 5 klachten. Slechter algeheel functioneren, een verminderde geluidsperceptie, hoofdpijn, oorsuizen en duizeligheid meldden zij het vaakst. Bij elke reguliere controle testten de onderzoekers de spraakperceptie.

Bij 10 patiënten (29%) bleek de CI-elektrode minstens 1 mm te zijn verschoven. Het is bekend dat een verschuiving van 3 mm kan zorgen voor 1 octaaf toonverschil. Van deze 10 patiënten ondervonden er 8 (22%) geen klachten en hadden er 2 een duidelijke terugval qua spraakperceptie. Migratie kwam vaker voor bij de HiFocus1J dan bij het oude model. Er was geen causaal verband aantoonbaar tussen de diepte van plaatsing van de draad en het optreden van verschuivingen en de uitgebreidheid ervan.

De auteurs tonen met deze studie aan dat migratie van een CI-draad niet altijd gepaard hoeft te gaan met klachten. Of de verschuiving bij patiënten met klachten ook daadwerkelijk de oorzaak van de ondervonden ongemakken is, blijft de vraag. De onderzoekers stellen immers dat migraties vooral in de eerste weken na plaatsing optreden, vaak nog voordat patiënten last hebben.

(Bijdrage: Christel van Dongen.)