De kater komt later

De kater komt later
Open

Nieuws
19-04-2012
Christel van Dongen

Symptomen van een kater door het drinken van te veel alcohol zijn zeer divers. Renske Penning (Universiteit van Utrecht) en haar collega’s melden dat ‘sufheid’ en ‘verstoorde cognitieve functies’ het meest bijdragen aan het katergevoel (Alcohol Alcohol. 2012; epub 19 maart).

Zij lieten 1410 Utrechtse studenten een vragenlijst invullen over hun drinkgedrag en hun laatste kater. Voor 47 katersymptomen gaven zij op een schaal van 1 (afwezig) tot 10 (maximaal) de ernst aan.

56,1% van de studenten had de voorgaande maand ten minste 1 kater gehad. Zij dronken gemiddeld 17 alcoholische drankjes per week en hadden 2,5 katers per maand. De avond voor hun laatste kater dronken de studenten gemiddeld 10,6 glazen. De onderzoekers namen een klein maar significant verband waar tussen het aantal alcoholconsumpties en de ernst van de kater.

Moeheid was met 96% het meest gemelde symptoom, gevolgd door dorst (89%). 87% had hoofdpijn en 81% was misselijk. 21% van de studenten braakte bij de kater. De onderzoekers groepeerden de 47 katersymptomen middels een factoranalyse in 11 factoren, die 62% van de variantie verklaarden.

De meest voorkomende factor ‘sufheid’ (een combinatie van ‘zwakte’, ‘moeheid’ en ‘slaperigheid’) verklaarde 28,8% van het totale katergevoel, gevolgd door de factor ‘cognitieve problemen’ (‘verminderde alertheid’, ‘geheugenproblemen’ en ‘concentratiestoornissen’), die 5,9% verklaarde. Een ‘verstoorde waterbalans’ (‘droge mond’ en ‘dorst’) droeg minder bij aan een kater dan de auteurs hadden verwacht (4,5%).

De 11 factoren lieten 38% van de kater onverklaard. De auteurs zijn van mening dat verder onderzoek, dat bijvoorbeeld rekening houdt met roken en dansen, noodzakelijk is om de pathofysiologie van een kater boven water te krijgen.

(Bijdrage: Christel van Dongen.)