Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie

Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:695-6

Vergadering gehouden op 15 november 2001 te Utrecht

V.J.Goossens, D.M.van Leeuwen, D.C.Baas, C.A.Brugeman en A.J.van der Ven (Maastricht), Bij HIV-1-patiënten is er, na aanvang van ‘highly active antiretroviral therapy’, een tijdelijke vertraging in de CD4-respons bij cytomegalovirusseropositieve patiënten

In-vitrostudies wijzen erop dat, naast cytomegalovirus (CMV), ook herpes-simplexvirus (HSV) type 1 en 2 kan fungeren als virale cofactor voor HIV-replicatie. Wij bestudeerden of seropositiviteit voor CMV, HSV-1 of HSV-2 gepaard gaat met een gewijzigde CD4-respons tijdens ‘highly active antiretroviral therapy’ (HAART).

Methoden

Het beloop van CD4-cellen werd geanalyseerd bij HIV-1-patiënten bij wie de virale ‘load’ daalde tot

Resultaten

14 (23) CMV-seronegatieve…

Auteursinformatie

Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie, Postbus 21.020, 8900 JA Leeuwarden.

Dr.C.H.E.Boel, secretaris van de commissie Wetenschap.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties