Na operatie wegens lumbosacraal radiculair syndroom bij meer dan de helft van de patiënten nog klachten op middellange termijn, maar wel grote tevredenheid

Onderzoek
P.A.J. Luijsterburg
H.K. Schreuder
A.P. Verhagen
C.J.J. Avezaat
B.W. Koes
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:1516-20
Abstract

Samenvatting

Doel

Inventariseren van de uitkomsten op middellange termijn bij patiënten die worden geopereerd wegens een lumbosacraal radiculair syndroom (LRS) en prognostische factoren voor persisterende LRS-klachten vaststellen.

Opzet

Descriptief retrospectief en prospectief.

Methode

Aan 250 opeenvolgende patiënten van 7 neurochirurgen uit 4 ziekenhuizen met medische dossiers in de periode mei 2001-december 2001 werd gevraagd mee te doen met een telefonische enquête gemiddeld 6 en 19 maanden na operatie. Allen hadden een discectomie ondergaan vanwege LRS op basis van een discushernia op niveau L4-L5 of L5-S1 en waren 18-65 jaar oud.

Resultaten

Van de 250 patiënten namen 163 aan het onderzoek deel: 63 rapporteerde op middellange termijn nog in meer of mindere mate LRS-klachten. Ernstige beenpijn nam met 83 af en de patiënten waren tevreden over de ontvangen behandeling. Geslacht (vrouw) en een leeftijd van 51-65 jaar waren significante prognostische factoren voor het aanhouden van LRS-klachten op middellange termijn.

Conclusie

Meer dan de helft van de patiënten rapporteerde 19 maanden na de operatie nog LRS-gerelateerde klachten.

Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:1516-20

Auteursinformatie

Erasmus MC, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam.

Afd. Huisartsgeneeskunde: hr.drs.P.A.J.Luijsterburg, wetenschappelijk onderzoeker; mw.drs.H.K.Schreuder, onderzoeksassistent; mw.dr.A.P.Verhagen, epidemioloog; hr.prof.dr.B.W.Koes, hoogleraar huisartsgeneeskunde.

Afd. Neurochirurgie: hr.prof.dr.C.J.J.Avezaat, neurochirurg.

Contact hr.drs.P.A.J.Luijsterburg (p.luijsterburg@erasmusmc.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

M.A.
van Leeuwen

Utrecht, juli 2005,

Verbeek becommentarieert de studie van Luijsterburg et al. naar de uitkomsten van operatie wegens lumbosacraal radiculair syndroom (2005:1516-20) en belicht het fenomeen paradoxale tevredenheid (2005:1493-4). Terloops noemt hij in de inleiding als voorbeeld van mislukte operaties de hydrocelectomie en suggereert dat in 40% van de gevallen deze ingreep niet effectief is. Echter, in de studie waarop hij deze uitspraak baseert, is dit niet terug te vinden.1 In deze vergelijkende studie tussen aspiratie en sclerotherapie enerzijds en hydrocelectomie anderzijds bij de behandeling van hydroceles treedt bij 4 van de 24 patiënten die een open hydrocelectomie ondergingen een recidief op, waarvoor bij slechts 1 patiënt een heroperatie nodig was. Bij 40% van deze 24 patiënten trad weliswaar een complicatie op zoals postoperatief oedeem, nabloeding of wondinfectie, maar dit is uiteraard niet hetzelfde als het niet-effectief zijn van de ingreep. In een recent artikel over de resultaten van dergelijke scrotale chirurgie wordt bij 9,3% van 161 patiënten na hydrocelectomie of spermatocelectomie falen van de operatie gezien.2 In hetzelfde artikel wordt een uitgebreid literatuuroverzicht gegeven, met succespercentages variërend van 81 tot 100 voor verscheidene open procedures; complicaties traden op in 0 tot 54% van de gevallen.

Graag willen wij de auteur op zijn verwarrende interpretatie van bovengenoemd artikel wijzen en deze reëlere uitkomsten aangaande recidiefkans en, overigens zeker niet geringe, complicatierisico’s onder de aandacht brengen. Tenslotte benadrukken wij dat een hydrocele in principe geen operatieve correctie behoeft, tenzij deze zo groot is dat de patiënt er duidelijk mechanische hinder van ondervindt.

M.A. van Leeuwen
M.T.W.T. Lock
Literatuur
  1. Beiko DT, Kim D, Morales A. Aspiration and sclerotherapy versus hydrocelectomy for treatment of hydroceles. Urology 2003;61:708-12.

  2. Kiddoo DA, Wollin TA, Mador DR. A population based assessment of complications following outpatient hydrocelectomy and spermatocelectomy. J Urol 2004;171(2 Pt 1):746-8.

J.H.A.M.
Verbeek

Collega’s Van Leeuwen en Lock wijzen terecht op een slordigheid bij de beschrijving van de resultaten van een hydrocelectomie. In mijn artikel wordt inderdaad de suggestie gewekt dat de operatie in 40% van de gevallen niet effectief is. Dat is niet zo. Het betreffende artikel beschrijft dat er in de hydrocelectomiegroep in 40% van de gevallen complicaties waren. Daarnaast was in 16% van de gevallen de omvang van de hydrocele niet met minstens de helft verminderd en was er volgens de auteurs sprake van een niet-effectieve operatie. Het voorbeeld had als doel aan te geven dat medische interventies vaak niet effectief zijn en gepaard gaan met relatief veel bijwerkingen. Afgezien hiervan had een goed systematisch literatuuroverzicht meer duidelijkheid over deze cijfers kunnen verschaffen. Op het gebied van de hydrocelebehandeling heb ik dat echter niet kunnen vinden. Het lijkt mij de moeite waard om een Cochrane-review over dit onderwerp te maken.

J.H.A.M. Verbeek