Metformine, eventueel gecombineerd met clomifeen, als behandeling van subfertiliteit bij het polycysteus-ovariumsyndroom
Open

In het kort
12-08-2007
I.J.G. Ketel en C.B. Lambalk

Het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) komt in 7-8 van de gevallen voor bij premenopauzale vrouwen en is de meest voorkomende oorzaak van subfertiliteit ten gevolge van anovulatie. Vaak bestaat er insulineresistentie met compensatoire hyperinsulinemie. Als gevolg van verhoogde insulinespiegels in het bloed produceren de ovaria meer androgenen, hetgeen bijdraagt aan de bekende kenmerken van PCOS: hyperandrogenisme, polycysteuze ovaria en menstruatiestoornissen. In kleine onderzoeken leek het dat de insuline-‘sentisizer’ metformine tot een even grote verbetering van de fertiliteit zou leiden als clomifeen, het hiervoor meest gebruikte middel.

Legro et al. rapporteren de resultaten van een groot opgezette, gerandomiseerde, placebogecontroleerde trial waarbij werd gekeken of het gebruik van metformine tot een hoger percentage zwangerschappen leidt dan clomifeen, en of de combinatie van metformine met clomifeen een nog beter resultaat oplevert. Het primaire eindpunt was het aantal levendgeborenen per studiearm.1 626 vrouwen met PCOS en een zwangerschapswens werden gerandomiseerd over de volgende drie groepen: clomifeen met placebo, ‘extended-release’-metformine (Glucophage XR) met placebo of clomifeen met metformine (combinatiegroep). Het resultaat was een significant lager aantal levendgeborenen in de metforminegroep (7,2) ten opzichte van de clomifeengroep (22,5) en de combinatiegroep (26,8) (p < 0,001 voor beide vergelijkingen). Er was geen significant voordeel van de combinatie, hetgeen bevestigt wat in een eerdere studie van voldoende omvang ook al werd gevonden.2 Alhoewel niet significant, is het opmerkelijk dat het percentage miskramen in het eerste trimester hoger was in de metforminegroep (40) dan in de clomifeengroep (23), hoewel altijd werd aangenomen dat metformine de implantatie van het embryo bevordert. Zoals verwacht was het aantal levendgeborenen bij vrouwen met een ‘body mass index’ (BMI) < 30 significant hoger dan bij vrouwen met een BMI > 30 (p < 0,0001). Echter, ook bij deze groep bleven de resultaten ten aanzien van therapie in relatie tot het aantal levendgeborenen hetzelfde. Daarnaast bleek dat het percentage ovulaties significant hoger was in de combinatiegroep (60) ten opzichte van de monotherapiegroepen (clomifeen 49 en metformine 29). Dit verschil resulteerde echter niet in een groter aantal levendgeborenen in de groep die de combinatietherapie kreeg.

Blijkbaar spelen andere belangrijke factoren met betrekking tot de in deze studie gekozen eindparameter een rol. Uit deze studie blijkt dat clomifeen het aantal levendgeborenen bij vrouwen met PCOS het meest doet toenemen. Metformine heeft in dit opzicht geen toegevoegde waarde.

Literatuur

  1. Legro RS, Barnhart HX, Schlaff WD, Carr BR, Diamond MP, Carson SA, et al. Clomiphene, metformin, or both for infertility in the polycystic ovary syndrome. Cooperative Multicenter Reproductive Medicine Network. N Engl J Med. 2007;356:551-66.

  2. Moll E, Bossuyt PMM, Korevaar JC, Lambalk CB, Veen F van der. Effect of clomifene citrate plus metformin and clomifene citrate plus placebo on induction of ovulation in women with newly diagnosed polycystic ovary syndrome: randomised double blind clinical trial. BMJ. 2006;332:1485-90.