Meningitis als oorzaak van prelinguale doofheid

Onderzoek
J.H. van Dijk
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:1125-7
Abstract

Samenvatting

In een onderzoek bij 624 prelinguaal doven in het Christelijk Instituut voor Doven ‘Effatha’ te Voorburg werd speciale aandacht besteed aan doofheid die door meningitis is veroorzaakt. Bij 70 personen bleek dit het geval te zijn. Bij 41 van hen kon de verwekker van de meningitis worden achterhaald. Vooral Streptococcus pneumoniae kwam als verwekker van meningitis met erop volgende doofheid naar voren (60). Haemophilus influenzae, Escherichia coli en Neisseria meningitidis volgden met respectievelijk 12, 9 en 7.

Nadrukkelijk wordt gepleit voor tijdige audiologische controle van alle kinderen die een meningitis hebben doorgemaakt.

Auteursinformatie

J.H.van Dijk, Karel Doormanlaan 227, 2283 AM Rijswijk.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

C.W.R.J.
Cremers

Nijmegen, juni 1989,

Met belangstelling namen wij kennis van het artikel van Van Dijk (1989;1125-7). Prelinguale doofheid wordt door deze auteur gedefinieerd als ‘doofheid vanaf de geboorte of ontstaan in de levensfase waarin spraak en taal nog tot ontwikkeling moeten komen’. De lengte van de prelinguale periode, een psycholinguïstisch begrip, duurt volgens de meeste auteurs de eerste 12 levensmaanden.1-3 Van Uden stelt deze periode op 24 maanden.4

In de tabel van zijn artikel vermeldt Van Dijk voor 70 prelinguaal doven de leeftijd waarop zij wegens een meningitis doof werden. In deze tabel worden ook het 3e tot en met het 6e levensjaar ingesloten, hetgeen strijdig is met de titel van deze tabel alsook met de titel van dit artikel. Wij attenderen hierop om het begrip prelinguale doofheid zijn juiste waarde te laten behouden.

‘Meningitis als oorzaak van doofheid bij het jonge kind’ ware daarom als titel voor dit lezenswaardige artikel te prefereren.

C.W.R.J. Cremers
P.M. van Rijn
R.J.C. Admiraal
Literatuur
  1. Slobin DI. Psycholinguistics. Glenviews, Ill.: Scott & Foresman, 1971 .

  2. Tervoort BTh. Psycholinguïstiek. Utrecht: Spectrum, 1972.

  3. Schaerlaekens AM. De taalontwikkeling van het kind. Groningen: Wolters-Noordhoff, 1980.

  4. Uden A van. Taalverwerving door taalarme kinderen. Rotterdam: Universitaire Pers, 1973.

Rijswijk, juli 1989,

De collegae Cremers, Van Rijn en Admiraal hebben naar mijn mening gelijk door te attenderen op het feit dat de duur van de prelinguale fase welke in de tabel van mijn artikel wordt vermeld, wordt overschreden. Hoewel over de duur van deze periode, zoals ook door u aangegeven, geen eenstemmigheid bestaat en door sommigen zelfs tot de leeftijd van 3 jaar wordt uitgebreid, is het waarschijnlijk beter de eerste 2 levensjaren als de prelinguale periode te beschouwen.1 Van de in de tabel gepresenteerde doven vallen dan minimaal 16 buiten deze periode (1 leeftijd onbekend).

Vervanging van ‘prelinguale doofheid’ door ‘vroeg kinderlijke doofheid’ omvat het totale aantal patiënten met meningitis.

G.H. van Dijk
Literatuur
  1. Moores DF. Educating the deaf. Psychology, principles and practices. Boston, 1978.