Medische opleiding gaf geen overlevingsvoordeel*

Levensverwachting van Nederlandse medici geboren in 1550-1909
Onderzoek
18-07-2018
Frans W.A. van Poppel, Govert E. Bijwaard, Mart J. van Lieburg, Fred A. van Lieburg, Rik Hoekstra en Frans Verkade

In 1724 verscheen een Nederlandse vertaling van het werk van de Italiaanse medicus Bernardino Ramazzini onder de titel Historisse natuur- en geneeskundige verhandeling van de ziekten der konstenaars, ambagtslieden en handwerkers . Ramazzini’s werk wordt beschouwd als de eerste studie waarin de relatie tussen beroep en ziekte als ordenend beginsel van de nosologie werd gehanteerd. De geneeskunstbeoefenaren komen in het boek in gunstige zin naar voren. Casuïstische waarnemingen vormden lange tijd de basis voor deze en latere beschrijvingen van de gezondheid van medici.

Reacties (2)

Inloggen om een reactie te plaatsen
maaike van wijgerden
12-08-2018 17:19

kinderloosheid verklaring hogere levensverwachting?

Geachte redactie,

In bovengenoemde conclusie wordt gesteld dat vrouwen met een medische opleiding een iets hogere levensvewachting hebben dan vrouwen in de algemene bevolking. Iets wat niet teruggezien wordt bij de mannen met medische opleiding. 

Zou dit mogelijk kunnen samenhangen met het feit dat tot voor enkele decennia  veel medisch opgeleide vrouwen ongehuwd maar vooral kinderloos waren? Dit heeft gezien de in het verleden aanzienlijke kans op complicaties en sterfte rond een zwangerschap mogelijk bijgedragen aan deze uitkomst.

Maaike van Wijgerden

Frans Poppel
17-08-2018 10:09

Reactie auteur, Kinderloosheid

Het gesuggereerde verband tussen kinderloosheid en de levensverwachting zou inderdaad een deel van de verklaring kunnen zijn voor de in verhouding tot de totale bevolking hogere levensverwachting van de vrouwelijke medici. Van de eerste generaties vrouwelijke medici was immers maar ongeveer de helft gehuwd en van de gehuwden werkte ook nog een kwart niet (1). Kinderloosheid zal dan ook veel algemener zijn geweest dan onder de totale bevolking. Anderzijds moet in het oog worden gehouden dat tussen 1875 en 1939 de direct aan zwangerschap gerelateerde sterfgevallen verantwoordelijk waren voor maar 5-10 procent van alle sterfgevallen onder 20-49 jaar oude vrouwen (2). Daarnaast waren er natuurlijk indirecte gezondheidseffecten van herhaalde zwangerschappen en bevallingen zoals beperkingen van de mobiliteit, lichamelijke uitputting, concurrentie om beperkte middelen en verhoogde risico's op infecties (3, 4). Zonder verder onderzoek, bijvoorbeeld op basis van de beschikbaar komende doodsoorzaakverklaringen voor Amsterdam over de periode tot 1940, valt echter geen uitsluitsel te geven over de oorzaken van de verschillen in levensverwachting.

1. Cornelia Hermann, Vrouwelijke artsen in Nederland; een onderzoek naar opleiding en beroepswerkzaamheden van vrouwelijke artsen. 
Proefschrift KU Nijmegen. 1984

2. Wolleswinkel-van den Bosch J. The epidemiological transition in the Netherlands. Rotterdam: Ph. D. Erasmus University 1998.

3. Reves R. Declining fertility in England and Wales as a major cause of the twentieth century decline in mortality. Am J Epidemiology 1985; 122: 112-126.

4 Potter JE, Volpp L. Sex differentials in adult mortality in less developed countries: The evidence and its explanation. In: Federici N, Mason KO, Sogner S, eds. Women's position and demographic change. Oxford: Clarendon Press, 1993, 140-161.

Frans van Poppel