Medisch-ethisch onderwijs in de Verenigde Staten en in Nederland

Perspectief
H.A.M.J. ten Have
G.K. Kimsma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1987;131:1447-9

Het onderwijs op het gebied van de medische ethiek in ons land maakt een povere indruk vergeleken bij de situatie in de Verenigde Staten. In dit artikel worden de meest relevante aspecten van het onderwijs in de ethiek aan Amerikaanse medische opleidingen besproken. Tevens wordt aangegeven welke impulsen hieraan te ontlenen zijn.

Medisch-ethisch onderwijs in de verenigde staten

Organisatorisch kader

In de zestiger jaren wordt men zich in de meeste westerse landen meer bewust van de ethische dimensie van medische kennis en haar toepassingen. Deze bewustwording komt niet zozeer op gang door externe factoren, als wel door de enorme ontwikkeling van de naoorlogse geneeskunde zelf. Vrijwel overal gaat deze gepaard met een groei van medisch-ethisch onderwijs.

In de Verenigde Staten is deze groei wel zeer explosief, hetgeen voor een deel toegeschreven kan worden aan het feit dat zeer vroeg een nationale structuur daarvoor aanwezig is: In 1965 organiseert een informele…

Auteursinformatie

Rijksuniversiteit Limburg, Vakgroep Gezondheidsesthetiek en Wijsbegeerte, Postbus 616, 6200 MD Maastricht.

Prof.dr.H.A.M.J.ten Have, arts en filosoof.

Vrije Universiteit, Vakgroep Filosofie en Medische Ethiek, Amsterdam.

G.K.Kimsma, huisarts en filosoof.

Contact prof.dr.H.A.M.J.ten Have

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Nijmegen, augustus 1987,

In dit tijdschrift hebben onlangs onze collegae Ten Have en Kimsma een pessimistisch beeld geschilderd van de situatie van het onderwijs in de medische ethiek aan de Nederlandse medische faculteiten (1987;1447-9). Er moet inderdaad nog heel wat gebeuren op dit terrein. Mogen wij er niettemin op wijzen dat in Nijmegen het onderwijs in de medische ethiek de laatste jaren zodanig werd uitgebreid dat het aandeel ervan in het huidige medisch curriculum als bevredigend kan worden gezien. Ter informatie volgt hier een overzicht van ons medisch-ethisch programma:

1. Preklinische fase:

– theoretisch-cognitieve inleidingen in de medische ethiek d.m.v. hoorcolleges: deze worden verplicht onderdeel van het curriculum. Aan de orde komen algemene ethische theorieën en principes en enkele onderwerpen uit de speciale ethiek;

– keuze-onderwijs: wordt aangeboden vanaf het 4e t.m. het 8e semester; hier valt grote nadruk op de eigen activiteit van de studenten;

– wetenschappelijke keuzestages: deze beslaan drie maanden en monden uit in een werkstuk dat aansluit bij de onderzoekslijnen van de afdeling en daarnaast is afgestemd op de persoonlijke interesse van de student.

2. Klinische fase: zowel tijdens de algemene introductie als op twee tijdstippen tijdens de co-schappen vindt medisch-ethisch onderwijs plaats aan groepen van steeds 12 studenten; dit richt zich op het leren definiëren, ontleden en hanteren van ethische vragen in de kliniek. Eigen ervaringen van studenten vormen hierin het belangrijkste aanknopingspunt.

Dit programma zou verbeterd kunnen worden. Maar dat is momenteel onze zorg niet. Wat baat een mooi programma als de menskracht ontbreekt om het behoorlijk uit te voeren. De huidige bezetting van de afdeling zou op korte termijn de kwaliteit van het onderwijs in gevaar kunnen brengen. Van een docent medische ethiek wordt immers veel gevraagd: onderwijs, onderzoek, publiceren van boeken en artikelen, deelname aan studiedagen en congressen, het bijhouden van het vakgebied, dienstverlening (lezingen en adviezen) en commissiewerkzaamheden. Door de feiten is hij gedwongen heel het terrein van de medische ethiek, waar steeds nieuwe vragen aan de orde komen, te bestrijken (bezuinigingen in de gezondheidszorg, AIDS, in vitro-bevruchting, verdeling van schaarse middelen, experimenten op embryo's, enz.).

Het is goed dromen van een ideaal programma medische ethiek. Vooralsnog wint de realiteit (geen geld en dus geen menskracht) het van de wensen.

J. Rolies
M. Pijnenburg
H.A.M.J.
ten Have

Maastricht, september 1987,

Vergeleken met de Verenigde Staten, waar in vrijwel iedere medische faculteit ethiek een onderdeel vormt van het curriculum, is het in ons land beroerd gesteld met het onderwijs in de medische ethiek. En wat er al gedaan wordt, is voortdurend bedreigd. De Nijmeegse ethici Rolies en Pijnenburg zijn het met die stelling eens; tegelijkertijd geven ze een schets van het Nijmeegse ethiekprogramma (dat blijkbaar nog in ontwikkeling is; helaas wordt de omvang van het programma niet gekwantificeerd).

Wellicht is ons beeld te pessimistisch geweest. Collegae Kuijjer en Bremer lieten ons weten dat nu ook in Groningen sinds vorig studiejaar een cursus Metamedica (totaal 36 uur) in het 1e en 3e jaar wordt aangeboden. Dat is een belangrijke ontwikkeling, ook al omdat onder de benaming ‘Metamedica’, naar Leids model, ethiek, filosofie en geschiedenis van de geneeskunde worden samengenomen.

Papier is evenwel geduldig en de realiteit weerbarstig. Zonder zorgvuldige bepaling (en publikatie van de resultaten) zijn programmabeschrijvingen mooi, maar valt over de kwaliteit van het onderwijs weinig te zeggen. Zonder publikatie en uitwisseling van ervaringen wordt telkens opnieuw het buskruit uitgevonden. En zonder kwalitatief goed onderwijs gerelateerd aan serieus wetenschappelijk onderzoek blijft het idee bestaan dat ethiek (en filosofie) iets is voor het weekend of voor het kerstnummer van dit tijdschrift; met andere woorden een gemarginaliseerd vak dat geen speciale voorzieningen vereist. Daarom heeft vragen naar kwaliteit niets te maken met dromen, maar alles met realisme.

H.A.M.J. ten Have
G.K. Kimsma