Marius Tausk (1902-1990), invloedrijk endocrinoloog en producent van geneesmiddelen; terugblik bij zijn honderdste geboortedag
Open

Geschiedenis
18-02-2002
R.M. Lequin en J.H.H. Thijssen

Marius Tausk, geboren in Sarajevo, studeerde medicijnen in Graz, Oostenrijk. In 1926 bezocht hij een socialistisch jeugdcongres in Amsterdam en kwam hij in contact met prof. Ernst Laqueur, farmacoloog aldaar. Hij kreeg het aanbod om bij het nieuwe bedrijf Organon in Oss te komen werken, bleef in Nederland en werd dé man achter dit innoverende farmaceutische bedrijf. Tausk droeg veelvuldig bij aan nieuwe ontwikkelingen op zeer verschillende gebieden binnen de endocrinologie, zoals de ontdekking van de corticosteroïden (met T.Reichstein, Nobelprijswinnaar in 1950) en de ontwikkeling van de orale contraceptieve pil. Hij wist de corticosteroïden snel te patenteren. Hij was in staat uit informatie het essentieelste te halen en dit in vijf talen door te geven. Tausk was een scherpzinnig mens – een eigenschap die hem veel vrienden opleverde, maar ook gevreesd maakte. De faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht benoemde hem in 1937 tot privaatdocent en in 1956 tot buitengewoon hoogleraar met de cryptische leeropdracht ‘theoretische endocrinologie’. Hij ontving een aantal hoge wetenschappelijke onderscheidingen, waaronder twee eredoctoraten. In 1949 werd hij tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw benoemd.

Gedurende de eerste helft van de 20e eeuw maakte de endocrinologie een enorme ontwikkeling door; er werden vele stoffen met hormonale activiteit ontdekt en het hormoonconcept werd ontwikkeld. Het universitaire endocrinologische onderzoek in Nederland bouwde zeer vroeg contacten op met commerciële organisaties en raakte daarmee betrokken bij de opbouw van een innovatieve farmaceutische industrie in ons land, namelijk Organon NV. Prof.dr. Marius Tausk, een man van hoog wetenschappelijk niveau, vervulde hierbij een cruciale rol (figuur). Gedurende 40 jaren was hij de wetenschappelijk leider van Organon. Vanuit de commerciële hoek werd Tausk wel voorgehouden dat wetenschappelijk onderzoek weliswaar interessant is, maar dat de uitkomst ervan beoordeeld dient te worden volgens de vraag wat men ermee kan verdienen.

biografie

Marius Tausk werd als Oostenrijker geboren op 15 februari 1902 in Sarajevo, Bosnië-Herzegovina, deel van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk onder de Habsburgers. Hij was de eerste zoon van Viktor Tausk (geboren in 1879 te Zilina, thans Slowakije, en overleden in Wenen in 1919) en Martha Frisch (geboren in 1881 in Wenen en overleden te Nijmegen in 1957). Een tweede zoon, Viktor Hugo, werd geboren in 1903; hij overleed in 1969 te Graz, Oostenrijk. Het huwelijk van Viktor Tausk en Martha Frisch eindigde vrij snel na de geboorte van Viktor Hugo; Martha Frisch heeft vele jaren, deels onder moeilijke omstandigheden, gezorgd voor de opvoeding van haar twee zonen. Zij hing het sociaal-democratische gedachtegoed aan en heeft haar kinderen vanuit deze toen moderne opvatting opgevoed.

In 1902 was de vader van Marius Tausk nog advocaat te Sarajevo, maar hij zou later (1908-1914) geneeskunde gaan studeren en zich intensief bezighouden met de psychiatrie, die zich in Wenen ontwikkelde rond Sigmund Freud. Al tijdens zijn studie schreef Viktor Tausk verhandelingen over psychoanalyse, zijn Gesammelte psychoanalytische und literarische Schriften zijn uitgegeven in 1983, met een boeiende biografie van de hand van zijn zoon. Uit deze werken blijkt dat Viktor Tausk en Freud niet altijd goede vrienden waren.

Marius' moeder, Martha Frisch, maakte moeilijke tijden door na de scheiding, maar met grote moed en vastberadenheid heeft zij zich hieruit gewerkt door het inhalen van haar scholingsachterstand. Zij hielp mee de vrouwenbeweging binnen de Oostenrijkse sociaal-democratische partij op te zetten en werd onder andere afgevaardigde in het subparlement van Stiermarken (1919-1927). In de periode 1928-1934 werkte zij bij het secretariaat van de Socialistische Arbeiders Internationale te Zürich (Zwitserland). In 1948 kwam zij naar Nederland en zij woonde tot aan haar dood te Nijmegen.

Marius Tausk kreeg, zoals hij dat later in de biografie van zijn vader beschrijft, als ‘mooiste geschenk voor zijn derde verjaardag’ de verhuizing van het gezin naar Wenen. Daar en in Graz heeft hij vervolgens zijn verdere opleiding (gymnasium, medische studie) voorspoedig doorlopen. Hij bleef daarbij in contact met zijn vader, die hem onder andere als voorname levensles meegaf dat hij zijn eigen weg moest zoeken en zich niet door autoriteiten moest laten imponeren.

Studie geneeskunde.

Tijdens zijn studie geneeskunde heeft Marius Tausk enige tijd bij prof. Otto Loewi in Graz gewerkt aan ‘de overbrenging van zenuwprikkels door stoffen’, het onderwerp (identificatie van acetylcholine) waarvoor Loewi samen met Sir Henry Dale in 1936 de Nobelprijs voor Geneeskunde ontving. Kort voor zijn 24e verjaardag studeerde Tausk af en enkele maanden later ging hij als lid van de Oostenrijkse delegatie naar een internationaal socialistisch jeugdcongres in Amsterdam. Hij had een introductiebrief van Loewi meegekregen en via de leider van het kamp, Koos Vorrink (voorman van de toenmalige Sociaal-democratische Arbeiderspartij), kwam hij in contact met de Amsterdamse vakgenoot van Loewi, prof. Ernst Laqueur. Hij kreeg een aanbod om enige maanden als gastmedewerker in het farmacologisch laboratorium aan de Polderweg deel te nemen aan een onderzoek naar de invloed van hormonen op de secretie van melk. Toen hij de vraag kreeg of hij misschien geïnteresseerd zou zijn in werken bij een klein en nieuw bedrijf dat zich richtte op ‘de bereiding van medische orgaanpreparaten uit de te verwerken producten’, dat wil zeggen uit klierweefsel van dieren dat naar de destructor ging, greep hij zijn kans.

Organon.

Het bedrijf was in 1923 opgericht door (later dr. honoris causa) Saal van Zwanenberg, de eigenaar van een vleesfabriek in Oss, in samenwerking met Laqueur, met als eerste doel isolering van insuline uit het pancreas, naar het voorbeeld van de Canadezen Banting en Best. Het bedrijf werd Organon genoemd, een naam die mogelijk verwees naar de organen waarvan gebruik werd gemaakt of naar ‘werktuig’, de betekenis van ‘organon’ in het Grieks, maar zelfs de op taalgebied zeer begaafde Tausk was later niet in staat de juiste herkomst te achterhalen. Het isoleren van insuline was een succes, want in 1925 bestond 85 van de omzet van Organon uit de verkoop van een insulinepreparaat. Tausk, die nog nooit een fabriek van binnen gezien had, begon na enige aarzeling, maar zou zijn gehele leven aan het bedrijf verbonden blijven en medeverantwoordelijk zijn voor de groei ervan. Hij nam afscheid in 1967, maar bleef actief tot aan zijn overlijden in Nijmegen in 1990.

Bij de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht werd hij in 1937 privaatdocent en in 1956 buitengewoon hoogleraar in de ‘theoretische endocrinologie’. Deze cryptische omschrijving werd gekozen om te voorkomen dat hij zich zou bezighouden met behandeling van patiënten. Zijn oratie ‘Endocrinologie als methode’ vermeldt dat endocrinologie met name een bijzondere wijze van denken is, bepaald door regelsystemen en hun onderlinge interacties. Na zijn emeritaat (1972) bleef hij voor de faculteit werken als voorzitter van de Documentatiecommissie, de commissie die de benoeming van hoogleraren in deze faculteit behandelde.

Sinds 1928 was hij getrouwd met Norah Gladys von Hellmer (geboren in 1907 in Rome en overleden in 1999 te Nijmegen); zij kregen twee zonen en twee dochters, die allen nog in leven zijn.

tausk en organon

Bij Organon, de nieuwe onderneming die poogde medicijnen te maken op basis van eigen onderzoek, in nauwe samenhang met algemene wetenschappelijke ontwikkelingen, kreeg Tausk in 1926 te maken met:

- de verdere zuivering van de insulinepreparaten;

- nieuwe hormonen zoals oestrogenen: deze waren in 1925 door Zondek uit ovaria van paarden geïsoleerd, vervolgens uit placenta's en tenslotte uit paardenurine;

- gonadotrope hormonen: Aschheim ontdekte deze hypofysaire hormonen en vond dat urine van zwangere vrouwen veel ervan bevatte;

- mannelijke hormonen, progesteron en vitaminen. Na de isolering van androsteron (15 mg uit 25.000 l mannenurine) door Butenandt in 1929, werd in 1935 te Amsterdam door Laqueur het ‘echte’ hormoon testosteron uit stierentestes gezuiverd. Progesteron werd in 1929 uit extracten van corpora lutea uit runderovaria gezuiverd en in 1934 geïdentificeerd. Maar ook vitaminen stonden in de belangstelling: het werk aan vitamine D, B12 en C vormde de basis voor nog bestaande vitaminepreparaten. Later werd bij Organon uitstekend werk verricht op het gebied van de synthese van vitamine A.

Corticosteroïden.

Bij de opheldering van de werking van de steroïdhormonen uit de bijnierschors speelde Tausk een belangrijke rol door T.Reichstein (Zürich, Zwitserland) in 1934 te suggereren om te gaan zoeken naar de actieve verbindingen. Bij Organon had men een biologische meting van de activiteit van een preparaat ontwikkeld met behulp van een diermodel: ratten met spierzwakte door het ontbreken van bijnieren. De spierkracht na injectie van een preparaat met onbekende sterkte was een maat voor de steroïde activiteit in het preparaat. Verder stelde Organon extracten van vele kilogrammen runderbijnieren ter beschikking. Zo werden onder andere corticosteron en cortison ontdekt en onder invloed van Tausk als stof gepatenteerd. Als eerste synthetische verbinding werd desoxycorticosteron gemaakt en gebruikt. Cortison werd van groot belang nadat de Amerikaanse legerleiding de beslissing had genomen om deze stof te laten synthetiseren, op grond van de onjuiste geruchten dat Duitse piloten bijnierhormonen gebruikten; de synthese slaagde in 1945.

Toen de Amerikaanse reumatoloog P.S.Hench rond 1948 cortison toepaste bij zijn patiënten met reuma en de ontstekingsremmende effecten ontdekte, werd een nieuwe groep geneesmiddelen geboren. Organon bleek de patenten op deze stoffen te bezitten. Snel kwamen synthetische analoga van cortison beschikbaar en met name bij het maken van prednison speelde Organon weer een duidelijke rol. Reichstein en Hench ontvingen samen met E.C.Kendall de Nobelprijs voor Geneeskunde in 1950.

Als andere nieuwe hormonale producten in de periode van Tausk zijn te noemen: synthetische analoga van adrenocorticotroop hormoon (ACTH), de anticonceptiepil, de zwangerschapstest als doe-het-zelftest en anabole steroïden. Met name de orale anticonceptiva hebben grote gevolgen gehad; volgens Tausk was de mens bezig één van de grote natuurkrachten onder controle te krijgen en zou deze ontwikkeling voor het leven op aarde waarschijnlijk belangrijker zijn dan de eerste bemande vlucht naar de maan en terug.

Discussies over insecticiden en penicilline leidden tot de conclusie dat het verstandig was ‘bescheiden schoenmakers bij onze hormonale leest’ te blijven. Succesvoller werden stappen gezet bij pogingen geneesmiddelen te ontwikkelen op het gebied van tuberculostatica, antihistaminica, psychofarmaca, anesthesiemiddelen en heparineanaloga.

tausk als wetenschapper en mentor

De wetenschappelijke belangstelling van Tausk is te herkennen aan de vele publicaties die (mede) van zijn hand verschenen. Al in 1927 verscheen zijn eerste artikel over menformon, de toenmalige naam van oestrogenen. Vanzelfsprekend werd dit gepubliceerd in het Deutsche Medizinische Wochenschrift; Duitsland was het Mekka van de medische wetenschap. Vanaf 1928 tot 1932 schrijft Tausk een reeks artikelen in dit blad onder de naam ‘Sammelreferate aus der Holländischen Literatur’; het onderzoek in ons land was relevant. Het tijdschrift Acta Brevia Neerlandica Physiologica werd mede door hem opgericht en gebruikt voor vele artikelen (in het Engels en Duits) over hormonen van hypofyse, bijnierschors en geslachtsorganen. In totaal heeft hij meegewerkt aan ruim honderd publicaties en meer dan twintig boeken (deels educatief) over endocrinologie. Hij was redacteur van sectie 48 van de International encyclopedia of pharmacology and therapeutics, waarin progesteron, progestatieve stoffen en preparaten met antifertiliteitswerking beschreven worden. Als hoogleraar in Utrecht heeft Tausk 7 promovendi begeleid, waartoe de auteurs van dit artikel behoren.

Deze wetenschappelijke ‘productie’ zou tegenwoordig niet als zeer groot beschouwd worden, maar de kwaliteit van Tausks publicaties en de veelzijdigheid van de onderwerpen zijn zeer bijzonder. Ook heeft hij vroegtijdig het grote belang van patenten ingeschat en dat zou heden ten dage als zeer positief opgevat worden.

Tausk vond het doorgeven van wetenschappelijke informatie van eminent belang en daarom werd in 1931 begonnen met de uitgave van een tijdschrift Het Hormoon, met als motto ‘Relata refero’. Tausk heeft zeer actief meegewerkt aan de in dit tijdschrift verstrekte informatie. Zijn scherpzinnige geest was uitstekend in staat om, aan de grenzen van de beschikbaar komende kennis, het kaf van het koren te scheiden; hij had de gave uit een grote hoeveelheid gegevens de essentiële te halen. Hij hield van dit arbeidsintensieve werk; hij was zeker wat men nu een ‘workaholic’ zou noemen. Na zijn emeritaat heeft hij bovendien een zeer lezenswaardig boek over Organon geschreven onder de titel De geschiedenis van een bijzondere Nederlandse onderneming. Dit boek werd in 1978 uitgegeven en later (in 1984) ook in het Engels vertaald.

marius tausk als persoon

Tausk was een opvallende en bijzondere man. Hij beheerste vijf talen op een dusdanig niveau dat hij discussies voerde over het Engelse taalgebruik met een Engelsman, maar ook over het Nederlands met een Nederlander. Hij was een uitstekend spreker; niet alleen zijn colleges waren befaamd, maar hij werd ook veel gevraagd als voorzitter van sessies op vele gebieden. Hij was toegankelijk voor verzoeken om te komen spreken en hij was een zeer geliefde ‘after-dinner’-spreker. Zijn speeches en colleges waren doorspekt met anekdotes en historische feiten waar hij zelf vaak bij betrokken was geweest.

Hij was zowel bij Organon als bij de universiteit befaamd, maar ook gevreesd vanwege zijn uiterst heldere en overtuigende wijze van redeneren. Hij formuleerde uitstekend, hetgeen blijkt uit zijn boeken, maar hij stelde ook de contracten op voor ‘zijn’ industrie, op een wijze waaraan juridische experts meestal weinig toe te voegen hadden. Hij was dus een man die met zijn Weense charme zeer geliefd was bij velen, maar die ook vanwege zijn scherpzinnigheid gevreesd werd. Wij hebben zelf ervaren hoe plezierig, maar ook hoe moeilijk het soms was met prof.Tausk wetenschappelijk te argumenteren.

Hij werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1949. In 1963 kreeg hij de gouden Hoogewerff-medaille, die werd toegekend aan iemand die uitmuntend werk verricht had op chemisch-technisch gebied. In 1972 ontving hij een eredoctoraat van de universiteit van Graz en in 1981 een eredoctoraat van de Ludwig Maximilians Universität te München. Hij was erelid van de Deutsche Gesellschaft für Endokrinologie, die jaarlijks een ‘Marius Tausk Award’ geeft aan jonge veelbelovende onderzoekers op endocrinologisch gebied. De Nederlandse Vereniging voor Endocrinologie heeft hem geëerd door een jaarlijkse ‘Marius Tausk Lecture’ in te stellen. In 1998 werd door het Leids Universitair Medisch Centrum de ‘Marius Tausk Leerstoel’ ingesteld, bedoeld voor een wetenschapper die een buitengewone bijdrage geleverd heeft aan de ontwikkeling van geneesmiddelen op endocrinologisch terrein.

Mw.G.van den Berg-Bos, pedel, en J.H.A.M.van Poppelen en S.H.A.Lelie, afd. Archief en Registratie van de Universiteit Utrecht, hielpen bij het verzamelen van gegevens.

Een overzicht van de publicaties van Tausk is op verzoek verkrijgbaar bij de auteurs.