Maligne intracerebrale kiemceltumor behandeld met chemotherapie en radiotherapie zonder histopathologische diagnose
Open

Casuïstiek
17-03-2000
W.L. Vervenne, P.J.M. Bakker, L.J.A. Stalpers en D.A. Bosch

Bij 2 mannen van 19 en 24 jaar werd een zeldzame maligne intracerebrale kiemceltumor vastgesteld in de regio van de glandula pinealis en bij de tweede ook suprasellair. Hoewel in zijn algemeenheid een histologische bevestiging vereist is om de diagnose van een maligniteit te stellen, kan bij intracerebrale tumoren deze bevestiging soms moeilijk en potentieel gevaarlijk zijn. Het klinisch beeld van een jonge patiënt met een intracerebrale tumor in de mediaanlijn van de hersenen en verhoogde concentraties van de tumormarkers α1-foetoproteïne en/of humaan choriongonadotrofine (β-HCG) in bloed en/of liquor maakt een andere diagnose zeer onwaarschijnlijk en pathologisch onderzoek overbodig. Er is geen plaats voor radicale chirurgie in de eerstefasebehandeling van de maligne intracerebrale kiemceltumor vanwege de gevoeligheid voor chemo- en radiotherapie. De gevoeligheid voor chemotherapie maakt het bovendien mogelijk om het bestralingsvolume en de -dosis te reduceren in een poging om de ernstige complicaties van craniospinale bestraling te voorkomen. Bij beide patiënten was er een complete remissie van de ziekte na behandeling met chemotherapie op basis van cisplatine, gevolgd door radiotherapie.