Magnum of meesterproef?
Open

Redactioneel
08-10-2020
Marcel Olde Rikkert

Reacties (1)

Inloggen om een reactie te plaatsen
louwrens boomsma
26-10-2020 11:28

  De waarde van promotie

De waarde van promotie

Het aantal promoties blijkt sinds 1992 verdrievoudigd, met een vrouwelijk overwicht, van wie 10 jaar later ruim 40% een aanstelling had bij een UMC.

De kwaliteit van promoties wordt niet benoemd. Veel promotieonderzoek vormt een toegang tot een specialisatie, maar de meeste doctores ambiëren geen academische carrière. Voor wetenschappelijk denken zijn eenvoudiger cursussen dan een promotie.

Jonge promovendi hebben nog weinig (klinische) ervaring. Hun diepgaande onderzoek mist een brede basis, die in het specialisatietraject wordt gevormd. Dat kost genoeg energie. Waarom moeten jonge, merendeels vrouwelijke artsen die periode waarin ook het gezin wordt gesticht verzwaren met promotieonderzoek? Hun zwangerschapsverlof is nodig om de klus af te maken. Dan kan een artsenstudie, specialisatie, stichten van een gezin en promotie bijna 20 jaar vergen. Dat vraagt niet zozeer wetenschappelijke ambitie als wel hard werken en toekunnen met weinig slaap. Soms wordt promotieonderzoek gestart bij de ene specialisatie maar volgt een andere, bijv. huisartsgeneeskunde. Het promotieonderwerp staat dan geïsoleerd ver van de dagelijkse praktijk.

Alternatief is dat specialisten, toenemend vrouwen, eerst hun vak beheersen en ruimte hebben voor het stichten van een gezin. Gaandeweg zal een aantal blijk geven van wetenschappelijke belangstelling door bijvoorbeeld klinische lessen. Als het gezin minder aandacht vraagt, kan zich een onderzoeksvraag aandienen en verdere wetenschappelijke vorming. Dat leidt tot minder, maar mogelijk betere promoties bij wetenschappelijk gemotiveerde artsen die voldoende begeleiding kunnen krijgen. Daarna is nog ruimte voor een wetenschappelijke carrière.

Soms komen artsen pas na hun werkzame leven toe aan promotieonderzoek. Zij hebben alle tijd, hoeven geen salaris en zijn goed gemotiveerd. Nadeel is hun (gebrek aan) kneedbaarheid.

Mogelijkheden genoeg om verspilde onderzoeksinspanning om te zetten in zinvolle wetenschappelijke output.

Louwrens Boomsma, huisarts np