Hoe het Zorginstituut hervorming van de geboortezorg voorlopig vlot trok

Maakt de doorzettingsmacht het verschil als partijen er niet uitkomen?

Jop de Vrieze
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:C3774

Tot twee keer toe greep Zorginstituut Nederland in om de hervorming van de geboortezorg vlot te trekken. Hoe verliep dat en welke inzichten biedt dit over de hierbij ingezette ‘doorzettingsmacht’?

Op 14 april 2016 is Chiel Bos het zat. In het magazine Zorgvisie uit de voorzitter van het College Perinatale Zorg (CPZ) in niet te verstane woorden kritiek over de opstelling van de verloskundigenvereniging binnen het college.1 De Zorgstandaard ‘Integrale geboortezorg’ is net massaal weggestemd door de leden van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV),2 terwijl gemachtigden vanuit de vereniging volgens Bos juist akkoord waren gegaan en het document naar het Zorginstituut kon worden gestuurd.

‘In het verleden ging het mis omdat de eerstelijnsverloskundige niet in staat bleek een goede risicoselectie te doen, met alle gevolgen van dien. Daarom is in Nederland de perinatale sterfte zo hoog. Dat is nu juist de reden waarom de Zorgstandaard “Integrale…

Auteursinformatie

Jop de Vrieze werkt als freelance-wetenschapsjournalist in opdracht van de NTvG-redactie.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Journalistiek

Gerelateerde artikelen

Reacties