Maak 2026 gezond!

Marcel Olde Rikkert
Marcel Olde Rikkert
namens de NTVG-redactie

Begin vorig jaar waarschuwde een groep Britse huisartsen dat er anderhalf keer zoveel dokters en vijf keer zoveel verpleegkundigen nodig zijn om de patiëntgerichte leefstijlaanbevelingen van het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE) uit te voeren. Daarmee lijkt NICE doof voor de noodkreet van de WHO, die…

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Pim
Assendelft

Met interesse las ik het redactioneel van de hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Marcel Olde Rikkert, waarin hij het nieuwe jaar opent met een beschouwing over leefstijl en preventie in de zorg. Het is te prijzen dat dit onderwerp zo expliciet wordt geagendeerd.

 

Waar ik het mee eens ben

Ik deel een aantal kernpunten uit zijn redenering. De overheid moet veel meer doen om commerciële krachten te beteugelen die bijdragen aan een ongezonde, verslavingsbevorderende en obesogene leefomgeving. Verder is het terecht dat leefstijl geen exclusief domein moet worden van aparte ‘leefstijlartsen’: het is beter dat iedere arts hier in de dagelijkse praktijk aandacht voor heeft. Ook ben ik het ermee eens dat artsen hun toch al beperkte consulttijd niet grotendeels moeten inruimen voor preventieve activiteiten. Wel ligt binnen het reguliere consult een belangrijke kans om empathisch naar leefstijl te vragen: het zogeheten teachable moment. Daarna kan de patiënt worden doorgeleid naar begeleiding elders. 

 

Waar ik het niet mee eens ben

Mijn bezwaar richt zich op de conclusie dat we terughoudend zouden moeten zijn met leefstijlaanbevelingen vanwege een vermeend gebrek aan evidence. Voor diverse chronische aandoeningen is er wel degelijk bewijs dat leefstijl een relevante rol speelt (1). Dat is precies de reden dat leefstijladvisering in de huisartsenpraktijk een vast onderdeel is van de zorgprogramma’s voor onder andere diabetes, COPD en hart- en vaatziekten.

In tegenstelling tot wat in het redactioneel wordt gesuggereerd, beschikken huisartsen wel degelijk over aparte en goed uitgewerkte preventierichtlijnen (2). Dat deze richtlijnen bestaan en worden toegepast, onderstreept dat leefstijl geen vrijblijvende toevoeging is, maar een integraal onderdeel van goede zorg.

Daarnaast laten recente rapporten van het ministerie van VWS (3) en ZonMw (4) zien dat het klassieke onderzoeksmodel – de strak geprotocolleerde randomized controlled trial, waarin iedere patiënt dezelfde, vaak kortdurende, eenzijdige interventie krijgt en slechts één ziekte-uitkomst centraal staat – mogelijk niet het meest geschikte paradigma is om preventieprogramma’s te evalueren. Het ontbreken van dit type evidence betekent dus niet automatisch dat leefstijlinterventies ineffectief zijn.

 

De praktijk en de toekomst

Miljoenen patiënten in Nederland hebben een aandoening waarbij zij potentieel baat hebben bij minder eten, minder alcoholgebruik, stoppen met roken, beter slapen en meer bewegen (5). Uiteraard hoeft niet alles binnen de zorg te worden opgelost. Met recente zorgakkoorden, zoals het Integraal Zorg Akkoord en het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord, wordt hopelijk de ‘achterdeur’ van de zorg – de verbinding met de leefomgeving (de ‘wijk’) en het sociale domein – steeds beter georganiseerd.

Als docent zie ik bovendien dat geneeskundestudenten de afgelopen jaren steeds beter op de hoogte zijn van het belang van een gezonde leefstijl en van hun eigen rol daarin, in lijn met het Raamplan Geneeskunde 2020. Dat stemt hoopvol, en laten we dat vasthouden.

 

Tot slot

Laten we er als artsen voor waken dat we patiënten met welvaartsziekten uitsluitend medicijnen blijven aanbieden. Het is minstens zo belangrijk dat we hen ook de weg wijzen naar mogelijkheden om zelf aan hun gezondheid te werken. Daarnaast hebben artsen een rol als pleitbezorger: door onze stem te laten horen richting politiek en beleid kunnen we bijdragen aan het terugdringen van commerciële prikkels die een gezonde leefstijl ondermijnen. En dat laatste deed Marcel Olde Rikkert heel goed!

Pim Assendelft
Literatuur
  1. Wetenschappelijk bewijs Leefstijlgeneeskunde Update 2025. https://publications.tno.nl/publication/34645002/4qhUaOP7/nilg-2025-kennisbundel.pdf
  2. Nederlands Huisartsen Genootschap. Praktijkhandleiding Leefstijl. https://www.nhg.org/praktijkvoering/leefstijl/
  3. Adviescommissie richtlijn passend bewijs voor preventie. https://open.overheid.nl/documenten/551ff7b5-c686-4956-9c0e-a36dca3f4f3c/file
  4. Passende onderzoeksmethoden naar leefstijlinterventies in de zorg. https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/passende-onderzoeksmethoden-naar-leefstijlinterventies-de-zorg?utm_source=chatgpt.com
  5. Budget impact analyse van gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) : Raming van het benodigde budget bij opname van de GLI in de basisverzekering. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2018-0092.html

Beste Pim,

 

Veel dank voor je goede aanvullende reactie. We zijn erg blij met je onderschrijving van de meeste punten die we maken.

Waar je aangeeft het oneens mee te zijn, zien wij vooral complementaire en nuttige aanvullingen.

We willen zeker niet huisartsen en andere collega's ontmoedigen om korte leefstijlaanbevelingen te geven, zoals het NHG die bijvoorbeeld aangeeft in  zijn standaarden voor diverse aandoeningen.

Waar we voor waarschuwen is om  (huis)artsen en verpleegkundigen, die het veelal al te druk hebben met zorgvragen, zelf daarnaast veel werktijd te laten investeren in uitvoering van individu- of groepsgerichte preventieprogramma's .

Dat er geen aparte NHG standaard is gericht op leefstijl verandering in het algemeen, maar  dat dit bijvoorbeeld wel in de cardiovasculair risicomanagement (CVRM) standaard wel een duidelijke rol speelt, sluit daar onzes inziens ook goed op aan.

We onderschrijven ook dat preventief gerichte interventies, van welke aard dan ook,  met name wanneer ze langere tijd nodig hebben om uitkomsten te kunnen genereren, andere vormen van bewijs rechtvaardigen.

Toch is ook met die andere onderzoeksopzetten, zoals recent gepropageerd in het fraaie advies over Wetenschappelijk bewijs Leefstijlgeneeskunde (1), goed bewijs nog slechts spaarzaam geleverd.
Dat stelt bijvoorbeeld recent de Gezondheidsraad ook terecht in haar conclusies over het bewijs van leefstijlaanpassingen ter uitstel en preventie van dementie (2), hoewel ze tegelijkertijd aangeeft dat daarmee waarschijnlijk wel veel winst te behalen is voor dementie en andere chronische aandoeningen.

Dat de leefstijlinterventies waar nog geen bewijs voor is ineffectief zijn hebben we ook niet gezegd. Wel dat in tijden van schaarste en oplopende wachttijden voor veel patiënten met actieve gezondheidsproblemen, diagnostiek, behandeling en begeleiding daarvan door artsen en verpleegkundigen de meeste meerwaarde heeft en voorrang moet krijgen, mits ook daar doelmatig ingezet. 

Dus laten we de handen vooral ineen slaan op waar we het met elkaar eens zijn en de complementariteit verder benutten.

 

Laurine Alderlieste, huisarts / Redacteur NTVG

 

Marcel Olde Rikkert, klinisch geriater Radboudumc/ Hoofdredacteur NTVG

Laurine Alderlieste
Marcel Olde Rikkert
Literatuur

1. Wetenschappelijk bewijs Leefstijlgeneeskunde Update 2025. https://publications.tno.nl/publication/34645002/4qhUaOP7/nilg-2025-kennisbundel.pdf

 

2. Advies Risicoreductie en vroegdiagnostiek. Gezondheidsraad 2025
https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/2025/11/25/advies-risicoreductie-en-vroegdiagnostiek-van-dementie 

Pim
Assendelft

Bedankt Laurine en Marcel!

 

Mijn bedoeling was de belangrijke rol van de huisarts m.b.t. leefstijl te benadrukken. 'Leefstijl' is weliswaar geen aparte NHG-standaard, maar wel een uitgebreide NHG-praktijkhandleiding, die in 2024 uitkwam (1). Die geeft goed de rol van de huisarts aan:

 

Wanneer een gesprek over leefstijl?

Een gesprek over leefstijl met zo nodig toeleiding naar passende zorg is aangewezen in de volgende situaties: 

  • Bij leefstijl- en preventievragen vanuit de patiënt zelf.
  • Bij een nieuwe klacht of aandoening waarbij leefstijl een belangrijke rol speelt.
  • Bij chronische klachten/aandoeningen waarbij leefstijl en belangrijke rol speelt. De motivatie tot verandering wordt periodiek gepeild. De frequentie hiervan wordt bepaald door de behandelend arts.
  • Bij reeds ingezette leefstijlverandering om de voortgang te bespreken en positief te bekrachtigen.
  • Bij terugval of beëindiging van de gezonde leefstijlbevorderende activiteiten.

Veel aanknopingspunten dus. Dat kost tijd, en hierin zullen inderdaad keuzes moeten worden gemaakt. Maar duidelijk is dat leefstijl een belangrijke rol heeft in de consultvoering in de huisartsenpraktijk. Waarbij moet worden aangetekend dat de praktijkondersteuner hierin een cruciale rol heeft.

Pim Assendelft
Literatuur
  1. Nederlands Huisartsen Genootschap. Praktijkhandleiding Leefstijl. https://www.nhg.org/praktijkvoering/leefstijl/