Levensverlenging of -bekorting bij ernstig demente patiënten; nuanceringen vanuit de verpleeghuisgeneeskunde

Opinie
C.M.P.M. Hertogh
M.W. Ribbe
J.W.P.M. Konings
M.T. Muller
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1993;137:1180-3

Onlangs verscheen de discussienota van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) Levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwame patiënten, deel 3, ernstig demente patiënten.1 In deze belangwekkende nota wordt het probleem benoemd en erkend, waardoor de vragen over levensbeeindigend handelen bij ernstig demente patiënten voor het eerst uit de taboesfeer worden gehaald. Tevens stelt de nota een aantal richtlijnen en zorgvuldigheidseisen voor die een belangrijke bijdrage leveren tot verbetering van de kwaliteit van zorg op dit gebied.

Nadrukkelijker nog dan de eerder verschenen deelrapporten heeft dit derde deel het karakter van een discussienota: over diverse onderwerpen acht de commissie nog geen standpuntbepaling mogelijk en bepleit zij de wenselijkheid van een nadere discussie. Onderwerpen van die discussie zouden moeten zijn:

– de reikwijdte van een levenstestament waarin om levensbeëindigend handelen wordt verzocht;

– de aanvaardbaarheid van actieve levensbeëindiging, overeenkomstig een schriftelijk verzoek of de veronderstelde wil van de patiënt, uitsluitend…

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, vakgroep Huisarts- en Verpleeghuisgeneeskunde, Van der Boechorststraat 7, 1081 BT Amsterdam.

Dr.C.M.P.M.Hertogh, prof.dr.M.W.Ribbe en dr.J.W.P.M.Konings, verpleeghuisartsen; M.T.Muller, sociaal-gerontoloog.

Contact dr.C.M.P.M.Hertogh

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties