Lessen uit de evacuatie van het VUmc na wateroverlast

Perspectief
Tessa H. Biesheuvel
Corline Brouwers
Frank Bloemers
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D861
Abstract

Samenvatting

Op 8 september 2015 werd het VUmc getroffen door een overstroming van de onderste verdiepingen. Veel cruciale technische voorzieningen, zoals de water- en stroomvoorziening, werden hierdoor zwaar beschadigd. Het academische ziekenhuis moest volledig worden geëvacueerd. In dit artikel beschrijven we de chronologie en de acties van die bewuste dag. We delen een aantal belangrijke lessen die wij hebben geleerd en hopen hiermee de lezer de kennis te geven om de crisisorganisatie in het eigen bedrijf te optimaliseren. Een ernstige situatie of ramp is nooit in protocollen of draaiboeken te standaardiseren; daarom zijn flexibiliteit, improvisatie en vertrouwen in elkaars expertise en inzet essentieel.

Auteursinformatie

VUmc, Amsterdam.

Afd. Heelkunde/SEH: drs. T.H. Biesheuvel, chirurg.

Afd. Traumachirurgie: dr. F.W. Bloemers, traumachirurg.

EMGO+, afd. Sociale Geneeskunde: dr. C. Brouwers.

Contact drs. T. Biesheuvel

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

Graag willen we alle patiënten en familieleden, medewerkers van het VUmc, de ziekenhuizen en alle organisaties die ons hebben bijgestaan tijdens de evacuatie hartelijk bedanken. Het was indrukwekkend om te zien hoe intensief er met elkaar werd samengewerkt en hoe de inzet en hulp van iedereen ervoor heeft gezorgd dat de evacuatie en de heropening van het VUmc naar omstandigheden goed zijn verlopen.

Auteur Belangenverstrengeling
Tessa H. Biesheuvel ICMJE-formulier
Corline Brouwers ICMJE-formulier
Frank Bloemers ICMJE-formulier

Reacties

Paulus
Jong

26 maart 2017 - 10:16

Het artikel van Biesheuvel et al over de wateroverlast in het VUmc is verhelderend en straalt naar mij een zekere tevredenheid uit over hoe het gegaan is. Bij de conclusie valt het woord “suboptimaal” ver­loop zonder concretisering en erna worden aanbevelingen gedaan om zaken te optimaliseren, die echter niet altijd realis­tisch lijken. Moet men bijvoorbeeld extra personeel aannemen om op een eventuele calamiteit voor­bereid te zijn? De meeste rampenbe­strij­dings­oefeningen in afgelopen jaren lieten ernstige hiaten zien, ver­moedelijk vanwege de uniciteit van de ramp en de complexiteit van de situatie erna waar­door inder­daad gedetailleerde draaiboeken nauwelijks werkzaam bleken. Mogelijk is het beter per instantie een calamiteiten team in te stellen dat enkele keren per jaar overlegt over mogelijkheden als brand, explosie, of een neerstortend vliegtuig.

Ik miste dat voorkomen beter is dan genezen. De voorzitter van de RvB van het VUmc zei na de ramp op het nieuws dat zoiets niet te voorzien was omdat het nog nooit in Nederland was voorgekomen. Kennelijk wist hij niet dat het St. Maartens Gasthuis in Venlo in 1993 en 1995 door Maasoverstro­min­gen hetzelfde overkwam. En wat te denken van de verzuchtingen van de onderzoekers van New York University Langone Medical Center die, na de Sandy orkaan in 2012, jaren onderzoek verdampt zagen door verdronken proef­dieren en uitvallende diepvriezers: “Ze hadden beter de managers in de kelder kunnen zetten dan de proefdieren.”

Het lijkt mij evident dat architecten in dit land onder de zeewaterspiegel zich realiseren dat kwets­bare voorzieningen boven NAP geplaatst moeten worden en zelfs in Limburg nog hoger. Vandaar dat ik het TNO rapport 2015 R 11234 “Waterrobuustheid Nederlandse ziekenhuizen” (helaas net te laat voor het VUmc uitgeko­men) miste in dit artikel en onder de aandacht wil brengen.

P.T.V.M. de Jong.