Late diagnose van hiv-patiënten in Rotterdam
Open

Risicofactoren en gemiste kansen
Onderzoek
08-04-2013
Marjolijn Schouten, A.J. (Rianne) van Velde, Ingrid J.M. Snijdewind, Annelies Verbon, Bart J.A. Rijnders en Marchina E. van der Ende

Doel

Onderzoeken wat het percentage patiënten is bij wie de diagnose ‘hiv-infectie’ laat wordt gesteld, welke factoren gerelateerd zijn aan een verhoogd risico op een late hiv-diagnose en of er kansen zijn om de diagnose eerder te kunnen stellen.

Opzet

Retrospectieve analyse.

Methode

We includeerden alle hiv-positieve patiënten die werden behandeld in het Erasmus MC Rotterdam in de periode januari 1996-maart 2012. We verdeelden deze patiënten in 2 groepen: patiënten met een tijdige diagnose en patiënten met een late diagnose (aantal CD4+-T-cellen: < 350/mm3). We namen een gestructureerd interview af bij patiënten die waren gediagnosticeerd in de periode januari 2009-maart 2012. Om mogelijke risicofactoren voor een late diagnose vast te stellen gebruikten we uni- en multivariate analysen.

Resultaten

Bij 59% van de 2256 patiënten werd de diagnose ‘hiv-infectie’ laat gesteld. Onafhankelijke patiëntkenmerken die hiermee waren geassocieerd, waren heteroseksuele transmissie (oddsratio (OR): 1,87; 95%-BI: 1,44-2,43; p < 0,001), leeftijd > 50 jaar (OR: 1,73; 95%-BI: 1,28-2,34; p < 0,001), en een Sub-Saharisch Afrikaanse (OR: 1,66; 95%-BI: 1,02-2,71; p = 0,043) of Aziatische afkomst (OR: 2,31; 95%-BI: 1,20-4,43; p = 0,012). Uit de interviews bleek dat bij ruim 75% van de laat-gediagnosticeerde patiënten al eerder een risicofactor voor hiv, volgens de soa-standaard van de NHG, bekend was.

Conclusie

In de afgelopen 15 jaar presenteerde 59% van de hiv-positieve patiënten in Rotterdam zich laat. Dit waren vooral patiënten ouder dan 50 jaar en immigranten afkomstig van hiv-endemische gebieden. Het is belangrijk een late diagnose te voorkomen, aangezien dit kan leiden tot een minder goede respons op antiretrovirale combinatietherapie en een hogere mortaliteit.