Laaggedoseerde corticosteroïden bij de behandeling van patiënten met reumatoïde artritis

Klinische praktijk
J.W.J. Bijlsma
A.A. van Everdingen
J.W.G. Jacobs
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:1366-70

Zie ook het artikel op bl. 1370.

Inleiding

Het viel de Amerikaan Philip Hench rond 1940 op dat patiënten die aan reumatoïde artritis (RA) leden en die geelzucht kregen of zwanger werden vaak een opmerkelijke, zij het tijdelijke, verbetering van de RA doormaakten. Hij veronderstelde dat het lichaam tijdens zwangerschap of geelzucht een stof produceerde, die een bijzonder gunstige uitwerking op RA had. Zijn gedachten gingen uit naar hormonen uit de hypofysevoorkwab en van de bijnierschors, respectievelijk adrenocorticotroop hormoon (ACTH) en hydrocortison. In 1948 kon voldoende synthetisch cortison worden gemaakt om dit als medicijn te testen. Bij patiënten met RA waren de resultaten verbluffend: al binnen enkele dagen ontstonden er geweldige verbeteringen, die echter na stopzetting van de therapie weer snel verdwenen. Dit gunstige effect van cortison was een sensatie: eindelijk leek er een werkelijk krachtig en effectief middel tegen een van de ergste reumatische aandoeningen te zijn gevonden.1

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Reumatologie, Postbus 85.500, 3508 GA Utrecht.

Contact Prof.dr.J.W.J.Bijlsma en dr.J.W.G.Jacobs, reumatologen; A.A.van Everdingen

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties