Kliniek, behandeling en follow-up van 32 patiënten met een primair intracranieel germinoom uit de afgelopen 15 jaar, geregistreerd in het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA)
Open

Onderzoek
24-11-2000
K.G. Sloetjes, J.P.W. van den Bergh, P. Wesseling, B.J. Otten, G.F.F.M. Pieters en A.R.M.M. Hermus

Doel.

Onderzoek naar klinische presentatie, behandeling en follow-up van patiënten met een primair intracranieel germinoom in Nederland.

Opzet.

Retrospectief.

Methode.

Dossiers van 32 patiënten met een histologisch vastgesteld intracranieel germinoom, gediagnosticeerd in de periode 1983-1999 en geregistreerd in het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) werden onderzocht (van de 59 geregistreerde patiënten werden er 50 getraceerd, van wie 6 geen germinoom hadden; ‘informed consent’ werd gegeven door 32 van de 44 patiënten voor dossieronderzoek betreffende leeftijd, klachtenpresentatie, diagnostiek, aanwezigheid van tumormerkstoffen, behandeling en follow-up).

Resultaten.

De patiëntengroep bestond uit 23 mannen en 9 vrouwen van 6-35,6 jaar oud (gemiddelde: 17,3) en werd ingedeeld op grond van de lokalisatie van de germinomen. Bij de pineale germinomen stonden verhoogde intracraniële druk en oogbewegingsstoornissen op de voorgrond; bij suprasellaire lokalisatie waren dat endocriene stoornissen. Van de patiënten werden 31 behandeld met radiotherapie; 1 kreeg tevens chemotherapie. Bij 1 patiënt werd alleen chirurgische tumorextirpatie verricht. Van de 32 patiënten waren 26 ziektevrij na een mediane follow-upduur van 39 maanden (uitersten: 0-144). Een patiënt kreeg een intracranieel embryonaalcelcarcinoom en een andere een testisseminoom; 2 patiënten kregen een recidief waaraan zij kwamen te overlijden. Twee anderen overleden, maar niet aan de directe gevolgen van een germinoom.

Conclusie.

Op het moment van dit onderzoek was 84 van alle patiënten die radiotherapeutisch behandeld waren ziektevrij. Het genezingspercentage na radiotherapie was hoog. Echter, na behandeling (chirurgisch en radiotherapeutisch) hielden dan wel kregen veel patiënten neurologische en endocrinologische uitvalsverschijnselen.