Kinderen beginnen minder vaak met roken als zij denken dat hun ouders het streng afkeuren
Open

In het kort
03-06-2002
M. Kabos en S. Mahesh

Volgens het rapport ‘Tijd voor gezond gedrag’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vertonen jongeren in Nederland nog veel ongezond gedrag, ondanks de preventieve aandacht die de afgelopen jaren op hen is gericht.1 Zo rookt in Nederland 44 van de 15-19-jarigen. Uit het RIVM-rapport blijkt dat ook veel ouders niet gezond bezig zijn: van de mannen rookt 37-50. Kunnen rokende ouders toch een goede invloed op het (on)gezonde gedrag van hun nageslacht hebben?

Sargent en Dalton onderzochten of kinderen die dachten dat hun ouders het (beginnen met) roken expliciet zouden veroordelen, minder gaan roken dan degenen die verwachtten dat hun ouders minder afkeurend zijn.2 Hiertoe verrichtten zij een dwarsdoorsnedeonderzoek in 3 groepen van elk ruim 700 kinderen en een longitudinaal onderzoek onder 372 kinderen in een landelijk gebied in New England (VS). Deelnemers waren 9-16 jaar oud en 96 was blank. Hun werd onder andere gevraagd naar de reactie die zij van hun ouders verwachtten wanneer zij zouden vertellen dat zij waren begonnen met roken, naar hun rookgewoonten en die van hun ouders. De niet-rokers werden in 3 jaar 3 maal geënquêteerd.

Kinderen die een negatieve reactie van beide ouders verwachtten, bleken half zo vaak te roken als de anderen (34 versus 65). In de longitudinale analyse bleek de kans om te beginnen met roken ook half zo groot voor de kinderen die dachten dat allebei hun ouders het roken streng zouden afkeuren (gecorrigeerde oddsratio 0,4; 95-BI: 0,1-1,0). In alle analysen was het effect van de verwachte ouderlijke afkeuring sterker dan dat van het ouderlijk rookgedrag. Sterke afkeuring van de ouders leek in een interactieanalyse zelfs de invloed van het hebben van rokende vrienden/vriendinnen te modificeren.

Deze resultaten maken duidelijk dat hoewel ouders zelf roken, zij toch gunstige invloed op het niet-roken van hun kinderen kunnen hebben. Bij preventiecampagnes kan men hier zijn voordeel mee doen.

Literatuur

  1. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).Tijd voor gezond gedrag. Rapportnummer 270 55 5004. Bilthoven: RIVM;2002.

  2. Sargent JD, Dalton MD. Does parental disapproval ofsmoking prevent adolescents from becoming established smokers? Pediatrics2001;108:1256-62.