Kanttekeningen bij het succes van de wereldwijde immunisatie

Perspectief
I. Wolffers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:1662-5

Op 8 oktober 1991 ontving de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Javier Perez de Cuellar, tijdens een kleine plechtigheid in New York, uit handen van de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), dr.Hiroshi Nakajima, en de uitvoerend directeur van het kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF), James Grant, de bevestiging dat het doel van het programma van de Universele Kinderimmunisatie (UCI) – eind 1990 een wereldwijd bereik van 80 – gehaald was. Voorwaar, een groot succes in de preventieve geneeskunde. Dat bereik van 80 betreft immunisatie tegen tuberculose met Bilivaccin Calmette-Guérin (BCG), immunisatie tegen difterie, pertussis en tetanus (DPT) en immunisatie tegen polio. Voor mazelenimmunisatie liggen de cijfers iets lager (ongeveer 75) en het bereik van het programma met tetanus-toxoïd-vaccin voor zwangere en vruchtbare vrouwen is nog geen 60.12

Het grote succes van het ‘extended program of immunization’

In 1979 was het wereldwijde bereik van immunisatie nog geen 15…

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, Instituut voor Sociale Geneeskunde, Postbus 7161, 1007 ML Amsterdam.

Prof.dr.I.Wolffers, hoogleraar Gezondheidszorg in Ontwikkelingslanden.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties