Stoppen met roken

Een zaak van de werkgever
Interview
12-07-2017
Lucas Mevius en Joost Zaat

Niet alle rokers zijn ziek. Deze ‘gezonde’ rokers komen dus niet vanwege een vervelende hoest, kortademigheid of piepende ademhaling bij een dokter op het spreekuur. Wie moet hen dan aanzetten tot en helpen bij het stoppen met roken? Is er wellicht een rol voor werkgevers en bedrijfsartsen? Een kwart van de rokers haalt zijn pensioen toch ook niet? Longarts Pauline Dekker en bedrijfsartsen Ron Tewarie en Marcel de Ree vertellen over hun ervaringen met het rookstopprogramma voor werknemers van bedrijfsorganisatie Zorg van de Zaak. ‘40% is na een jaar nog steeds gestopt met roken.’

Rookstoppoli

Longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter begonnen in 2008 vanuit het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) met de Rookstoppoli, een speciale poli voor mensen die willen stoppen met roken. Op deze poli krijgen rokers een motiverend intakegesprek, voorlichting en huiswerk, persoonlijke begeleiding tot het moment van stoppen en groepsbegeleiding gedurende een jaar na de laatste sigaret. Dekker vertelt dat je met ‘motivational interviewing’ pas gaat zenden als de ontvanger aan staat. ‘Je luistert eerst – Waarom rookt iemand? Waarom wil iemand stoppen? – en daarna ga je pas kennis uitdelen. Als laatste vertel je hoe het traject er verder uitziet.’

Deelnemers die zich inschrijven krijgen huiswerk mee: het boek Nederland stopt! Met roken lezen en een persoonlijk stop-stappenplan invullen. Dekker: ‘Het boek bevat achtergrondinformatie in jip-en-janneketaal. Want kennis helpt bij het stoppen met roken en het gestopt blijven. Die kennis kun je erin pompen, maar het helpt veel beter als mensen het zelf tot zich nemen.’

In een vervolggesprek met een rookstopcoach bespreken de rokers het boek en het rookstopplan. Bij deelnemers die meer dan 20 pakjaren achter hun kiezen hebben, wordt de longfunctie getest en een longfoto gemaakt. ‘Omdat we het niet op ons geweten willen hebben dat mensen toch met longkanker zitten 6 maanden later’, aldus Dekker. Na het intakegesprek, het huiswerk en de vervolgafspraak weten de deelnemers wat pillen, pleisters en cognitieve gedragstherapie wel en niet kunnen doen. En nadat ze volgens het opgestelde plan gestopt zijn met roken komen ze terecht in een van de roulerende groepen, om terugval te voorkomen. Aanvankelijk begeleidden Dekker en De Kanter de groepen zelf, nu doen hun rookstopcoaches dat.

Gedachtekronkels

De voorlichting helpt rokers bij het herkennen van ‘gedachtekronkels’ en bij het voorbereiden op moeilijke momenten waarbij terugval op de loer ligt. Dekker: ‘Iedere roker heeft gedachtekronkels over roken, bijvoorbeeld dat een sigaret helpt bij stress. Dat komt omdat ontwenningsverschijnselen aanvoelen als een soort stress. En die ontwenningsverschijnselen verdwijnen natuurlijk wel door een volgende sigaret. Maar echte stress, bijvoorbeeld als je je auto total loss hebt gereden of als je ontslagen bent, verdwijnt natuurlijk niet door een sigaret. Stel, je bent 6 maanden gestopt, het gaat helemaal top, je komt thuis en dan is de kat dood. Wat een stress, wat een verdriet. Als je zo gestrest en verdrietig bent, dan kun je niet nadenken. Wij leren mensen na te denken over de dode kat vóórdat de kat dood is. We laten ze in gedachten die sigaret nemen. Wordt de kat weer levend? Nee. En dan heb je dus twee problemen: de kat is dood en je rookt weer.’

Ook fijne gebeurtenissen komen aan bod. ‘Leuke feestjes met gezellige rokers en een slok op, zodat je een “what the hell”-effect krijgt. Eentje kan toch geen kwaad?’

Vergoeding

De behandeling op de poli wordt vergoed vanuit de basisverzekering; mensen die alleen voor de stophulp komen zijn wel hun eigen risico kwijt. Toen VWS-minister Edith Schippers in 2011 stophulp uit het basispakket haalde, is de Rookstoppoli in het Beverwijkse ziekenhuis doorgegaan. Dekker: ‘Dan maar voor nop. We vonden het niet moreel om mensen voor COPD te behandelen en dan geen stophulp te kunnen aanbieden. Want stoppen met roken is de enige effectieve maatregel. Die pufjes zijn minder effectief dan stoppen met roken. We hadden er geen zin in om mensen de beste zorg te onthouden omdat er iemand op VWS zit die niet weet waar ze het over heeft. Onze raad van bestuur was het gelukkig met ons eens.’ In de periode 2009-2016 begonnen bij de Rookstoppoli 2217 nieuwe patiënten.

Zorg van de Zaak

Bij het Zorg van de Zaak Netwerk zijn allerlei bedrijven aangesloten op het gebied van bedrijfszorg, leefstijlzorg en medische zorg. Ook het RKZ is onderdeel van het netwerk, samen met onder andere verslavingszorg, psychische hulpverlening en schuldhulpverlening. In 2015 benaderde bedrijfsorganisatie Zorg van de Zaak de Rookstoppoli van het RKZ omdat zij rookstophulp voor bedrijven wilde organiseren. Marcel de Ree, bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak: ‘Preventie is een belangrijk thema bij Zorg van de Zaak.’ Dekker: ‘En dat vonden wij heel interessant. Want bij bedrijven werken mensen die nog niet ziek zijn. Als longartsen patiënten zien, dan hebben ze al kanker of COPD.’ In maart 2016 is het rookstopprogramma van start gegaan.

Het rookstopprogramma op het werk moet door de bedrijfsarts en de leiding van het bedrijf goed in elkaar gezet worden, vertelt Dekker. ‘Het moet binnen werktijd en er moet een goede lunch bij zitten. Je moet de werknemers een beetje verwennen, anders doen ze niet mee.’ De Ree vult aan: ‘Je moet ze kietelen. De baas moet een inleidend praatje houden en zeggen: “Ik vind jullie heel erg belangrijk, dit is mijn cadeau aan jullie.”’ Dekker: ‘Daarna houdt een rookstopcoach een motiverend groepsgesprek van een uur, na afloop kunnen mensen besluiten om wel of niet mee te doen.’

Een motiverend groepsgesprek werkt hetzelfde als een 1-op-1-gesprek. Dekker: ‘We vragen eerst aan de zaal of het goed is dat we het over roken gaan hebben. Want als je er geen zin in hebt, kun je beter een lekker broodje pakken en weggaan. En dan gaan we de zaal rond. We vragen naar redenen waarom mensen roken, waarom ze willen stoppen, en die schrijven we op. We houden niet alleen maar een verhaal, dat komt later. Als laatste vertel je hoe het traject eruitziet: inschrijven, het boek lezen, het stop-stappenplan invullen en na 2 weken nog een individueel gesprek met een rookstopcoach. Vervolgens komen ze bij de bedrijfsarts die hen verder in groepen gaat begeleiden.’

Op dit moment bieden 12 bedrijfsartsen van Zorg van de Zaak rookstopbegeleiding bij bedrijven en sinds kort is daar een aantal bedrijfsmaatschappelijk werkers aan toegevoegd, die speciaal opgeleid zijn voor deze vorm van begeleiding.

De individuele eindgesprekken worden door de rookstopcoaches uitgewerkt zodat de bedrijfsarts weet waarom de deelnemers roken en willen stoppen. De Ree: ‘Wij krijgen een uitgebreide samenvatting van het gesprek, dat nemen we door voordat we de groep gaan begeleiden. Die groep moet elkaar motiveren. Ze horen van elkaar hoe ze hun problemen aanpakken. Ze moeten elkaar steunen, dat is de kracht van de groep.’

De werknemers die meedoen volgen 8 groepsbijeenkomsten in een jaar. In het begin om de 4 weken, later wordt de tussenperiode wat langer. Volgens Zorg van de Zaak-bedrijfsarts Ron Tewarie zijn de deelnemers enorm gemotiveerd. ‘Ze worden met zichzelf geconfronteerd, in het bijzijn van hun collega’s. Uiteraard spreek je van tevoren af dat ze niet roddelen. Er is een behoorlijke openheid, mensen zijn bereid om veel te delen en om elkaar te steunen.’

De bedrijfsarts als coach

Om de groepen te kunnen begeleiden hebben Tewarie en De Ree een cursus gesprekstechnieken en motivational interviewing gevolgd. De Ree: ‘En bij alles wat je doet houd je jezelf op de achtergrond en houd je het gesprek op gang. Mijn ervaring is dat als je iets in de groep gooit, ze het razendsnel oppikken en van elkaar leren. In het boek staat bijvoorbeeld dat de trek in een sigaret 3 minuten duurt. Het boek beschrijft mooi hoe je dat verwerkt, het is een soort golf die over je heengaat en weer uitdooft. Dat kun je dan bespreken. “Stel, je krijgt trek, wat doe je dan?” Iemand gaat bijvoorbeeld het geld tellen dat hij in een potje doet voor elk pakje dat hij zou hebben gekocht. Een ander schilt rustig een appeltje en is daar een paar minuten zoet mee. Weer een ander gaat de afwas doen. Zo geven ze elkaar ideeën en dat is ontzettend leuk.’ Tewarie gaat verder: ‘Het valt nooit stil. Ze kennen elkaar, maar soms moet je ingrijpen om een onderwerp aan te snijden. En je hebt altijd wel iemand in de groep die continu aan het woord is, daar moet je als begeleider mee aan de slag. Het is ontzettend leuk om te doen.’

Volgens Tewarie en De Ree stimuleren werknemers elkaar. De Ree: ‘En ze trekken elkaar mee het verderf in. Want als Annie en Willy altijd samen naar buiten gaan en Annie het roken niet kan laten, dan kan Willy het ook niet laten. Dat gevaar bespreek je in de eerste sessie. Je moet van tevoren rekening houden met en nadenken over vaste patronen en gewoontes.’ Tewarie: ‘En werknemers corrigeren elkaar, naast motiveren, bij dreigende ontsporingen of signalen. En ze zijn ongelofelijk trots, dat viel me bij een van de eerste sessies al op, dat ze die eerste stap gezet hebben. Ze doen iets wat ze nooit van zichzelf verwacht hadden.’

Betrokken werkgevers

Rokers zijn niet alleen vaker ziek, ze verzuimen volgens Dekker ook als ze niet ziek zijn. ‘Zo’n 3 weken aan extra vakantie door rookpauzes.’ Maar volgens Tewarie is dat niet de reden waarom bedrijven het rookstopprogramma inschakelen. ‘Dat dragen we ook zeker niet uit. Het komt voort uit betrokkenheid en zorg voor medewerkers. De invulling van goed werkgeverschap.’

Tewarie begeleidt op dit moment een groep voor een grotere opdrachtgever. ‘Dit bedrijf was vatbaar voor het programma omdat het elk jaar al een preventief programma aan werknemers aanbiedt. Voeding, beweging, overgewicht, stressmanagement, en nu stoppen met roken. Zorg van de Zaak heeft ook dergelijke programma’s.’ Tewarie heeft het rookstopprogramma zelf ter sprake gebracht bij de werkgever.

De Ree gaat verder: ‘Het initiatief komt vanuit Zorg van de Zaak. Je kijkt of je het bedrijf geïnteresseerd krijgt om met het product aan de slag te gaan. Je moet de juiste mensen in de juiste bedrijven interesseren, en hopen dat de werknemers meedoen.’ Er zijn voor werknemers geen kosten verbonden aan deelname, de werkgever betaalt. Tewarie ziet voor kleine en middelgrote bedrijven nog wel een knelpunt in de financiering. ‘Om meer impact te hebben moet je misschien naar een sector- of branchegewijze financiering toe.’ De kosten van het programma hangen af van het bedrijf en het aantal deelnemers.

De huisarts schrijft de pillen voor

Werknemers die met het rookstopprogramma van Zorg van de Zaak meedoen zien een rookstopcoach, eventueel een longarts en een bedrijfsarts, maar voor pillen en pleisters moeten zij naar de huisarts. ‘Wij kunnen de bijwerkingen niet monitoren’, vertelt Dekker. Volgens haar is het niet ingewikkeld om dat uit te leggen aan de deelnemers; de huisarts krijgt op dit moment geen brief. ‘Het is een goed idee om dat wel te doen, voor onze polipatiënten sturen wij wel uitgebreide brieven naar de huisarts.’ Ook als medewerkers onder begeleiding van de bedrijfsarts staan, ontvangt de huisarts geen brief. Dekker: ‘Eigenlijk zouden wij dat moeten doen. “Meneer Jansen is in het traject opgenomen, het zou kunnen dat hij langskomt.”’

Succespercentage

De Ree en Tewarie hebben tot nu toe in hun groepen een score van ongeveer 40% behaald, ofwel: 40% is na een jaar nog steeds gestopt met roken. Volgens Dekker is dat ontzettend goed, ‘internationaal is het 25% in grote groepen’. Mensen die na een jaar niet gestopt zijn, krijgen geen vervolg aangeboden. De Ree: ‘Als het programma klaar is, dan stopt het. Dan heb je als groep je best gedaan, wij raken dan uit beeld.’ Tewarie: ‘Ik zeg wel tegen uitvallers dat ik hoop dat ze een volgende keer terugkomen als ze misschien weer gemotiveerd zijn.’

In deze serie publiceren wij artikelen over roken. De onderwerpen lopen uiteen van de gezondheidseffecten van roken tot de kosten voor de samenleving en de preventie van roken onder jongeren.