Dokters, bemoei u met technologie

Over e-health, Google Glass, serious games en loombandjes
Interview
15-12-2014
Lucas Mevius

Chirurg en tech-liefhebber Marlies Schijven vindt dat dokters zich nadrukkelijker moeten bemoeien met technologie in de zorg. ‘Anders worden we straks overspoeld met waardeloze toepassingen.’ Wat haar betreft gaan dokters en designers samen aan de slag om uit te zoeken welke technologie welke patiënt op welke manier zou kunnen helpen. ‘We moeten niet afgaan op hypes, maar goed bedenken wat ons te wachten staat en nieuwe technologie gedegen onderzoeken. Ik hoop dat ik daar zinnige dingen in kan betekenen. Ik wil meer duidelijkheid creëren in de chaos.’

Google Glass

Schijven haalde in oktober 2013 de wereldpers door als eerste met Google Glass – een smartphone in de vorm van een bril – een anti-refluxoperatie live te streamen naar YouTube, en naar de Google-bril van een collega-chirurg die ergens anders op een congres stond. Op de waaromvraag antwoordt zij: ‘Toen ik van Google Glass hoorde, wilde ik weten wat hij kon en of hij bruikbaar zou zijn in de zorg. Toen het na veel omzwervingen gelukt was de bril in bezit te krijgen, ben ik direct gaan experimenteren. Je kunt hem op je neus zetten en een filmpje maken, maar ik wilde weten of hij nuttig kon zijn tijdens mijn werk. Met Google Glass kun je live-beelden streamen in een beperkte omgeving, Google Hangouts. Dat is al eerder gedaan, ik ben zeker niet de eerste dokter die zo’n bril opzet en een filmpje maakt, maar dat heeft, met alle respect, niet zoveel met innovatie te maken. Ik wilde weten of Google Glass kan omgaan met beperkingen in de zorg. Dat kunnen technische beperkingen zijn, maar ook niet-technische. Mijn collega’s hebben bijvoorbeeld vaak geen idee wat een ‘Google Hangout’ is, laat staan dat ze het op hun mobieltje hebben. ‘s Nachts een collega in consult vragen via Google Hangouts en Google Glass is daarom geen optie.’

En omdat bijna iedereen wel met YouTube kan omgaan, wilde Schijven weten of je ook live naar YouTube kon streamen. ‘Maar dat kan Google Glass niet als je hem uit de doos haalt. Ik moest de bril dus ‘hacken’ voor ik aan de slag kon. En dan ben je er nog niet, want kan de WiFi-verbinding het aan? Hoe lang gaat de batterij mee? Nadat ik dit allemaal getest had, heb ik een ‘proof of concept’ gedaan en een laparoscopische Toupet-fundoplicatie live op YouTube uitgezonden via Google Glass. Ik vond het best eng om te doen, hoewel we natuurlijk gestopt zouden zijn met uitzenden als het niet goed was gegaan. Het grappigste kwam toen ik de echtgenote van de patiënt belde om te zeggen dat de operatie klaar was. “Dat had ik allang gezien”, zei ze. Zij had ook gewoon meegekeken.’

‘Juist artsen moeten goed nadenken over technologie’

Het display van Google Glass kan allerlei informatie projecteren in het gezichtsveld van degene die de bril draagt. Philips en Accenture hebben bijvoorbeeld een app ontwikkeld die tijdens operaties de bloeddruk en de hartslag van de patiënt weergeeft. ‘Maar dit kan ook heel erg afleiden’, zegt Schijven. ‘Het is prachtig dat dit mogelijk is, maar als chirurg wil ik deze informatie niet continu in mijn gezichtsveld hebben. Wat ik wel zou willen is een ‘surgical radar’, die mij alleen een signaal geeft als de technologie op de OK uit de pas loopt, en die idealiter ook leert van mijn interpretatie van signalen. Dat is technisch mogelijk, alleen moet je dan als bedrijf wel samenwerken met iemand uit de zorg. Anders heb je gewoon een monitor in Google Glass en staat de technologie mij alleen maar in de weg.’

Samenwerken

Na de succesvolle Google Glass-operatie wilden allerlei bedrijven samenwerken met Schijven. Ze vertelt dat ze daar voor openstaat: ‘Als je met technologie iets wil betekenen moet je samenwerken. Je moet dokters, die weten wat er in een ziekenhuis gebeurt, verbinden met ontwerpers en productontwikkelaars.’ Schijven richtte daarom ook in 2014 de WATCH-Society op, een internationale vereniging voor ‘Wearable Technology in Healthcare’. Deze vereniging heeft als doel om de arts-patiëntrelatie te versterken met draagbare technologie zoals brillen, smartwatches en bewegingstrackers. ‘Er zijn in Nederland allerlei mensen die de bühne op gaan met gadgets en futuristische verhalen, maar dat zijn vaak geen zorgverleners. Juist artsen moeten goed nadenken over technologie. Patiënten hangen zich straks vol met allerlei apparaatjes en komen dan op het spreekuur met bakken vol data. En wat doen we dan? We moeten op zijn minst nadenken over de validiteit van al die ‘wearables’. Werken ze? Welke zijn er bruikbaar? Waar versterk je de band met de patiënt mee? Als we nu niet goed nadenken, dan ontstaat er straks een soort schijnzekerheid. Zeker als wearables niet goed werken, de ene stappenteller telt nogal eens anders dan de andere. Maar ook als een wearable werkelijk valide blijkt moeten we ons afvragen of de metingen relevant zijn. En als ze relevant zijn, wat zijn dan de consequenties? Moet het apparaatje communiceren met het elektronische patiëntendossier? Welke wearables gaan wat aan welke dokter doorgeven? Kunnen artsen vertrouwen op deze gegevens? Kun je er beleid op maken, of is het één grote brei aan data? Op dit soort vragen moeten dokters van tevoren antwoorden bedenken.’

‘Patiënten hangen zich straks vol met allerlei apparaatjes’

Schijven vindt het uitermate belangrijk dat dokters zich met de ontwikkeling van technologie bemoeien. ‘Ik krijg bij collega’s namelijk niet de handen op elkaar voor iets wat niet gevalideerd is, voor iets waarvan de werking niet aangetoond is. Als ik dat met designers bespreek dan snappen ze dat niet goed, want het is toch allemaal ‘hip and happening’? Maar als je wilt dat technologie mensen gaat helpen, dan moet je het goed aanpakken en samenwerken. Artsen moeten in een vroeg stadium meedenken met ontwikkelaars om producten op de markt te brengen die echt nuttig kunnen zijn. En daarom heb ik de WATCH-Society opgericht. Het is maar een klein clubje, maar ik denk veel liever samen met een paar dokters, verpleegkundigen en designers na over technologie, dan dat ik op een groot congres wordt uitgenodigd met mijn Google Glass-verhaal voor de ‘ooh’ en de ‘ahh’.’

Remmende voorsprong

In de ogen van dokters doet Schijven allerlei hippe dingen, terwijl designers juist vinden dat zij niet hard genoeg loopt. ‘Als je op dit gebied uitglijdt dan duurt het lang voordat je weer opstaat. De vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt is heilig. Als je tussen een patiënt en zijn dokter technologie zet die niet werkt, of erger nog, de patiënt schaadt, dan heb je een probleem als arts. Dat klinkt negatief, maar juist door er zo tegen aan te kijken kun je voorsprong nemen. Maar ik ben bang dat bedrijven en ook de overheid zich te veel laten leiden door de waan van de dag en door hypes. En daar zijn dokters wars van. Je kunt een hoop indruk maken door hard te gaan blazen over allerlei spullen, maar je gaat bij artsen en patiënten onderuit als het niet werkt.’

‘We moeten ons niet laten opjagen door de buurman’

Schijven wil de creativiteit en ideeën van designers graag koppelen aan de manier waarop dokters en andere zorgverleners in ziekenhuizen werken. ‘Nieuwe technologie moet werken voor de patiënt, het moet geen schade berokkenen en het moet de arts-patiëntrelatie ondersteunen of versterken. We moeten ons vooral niet laten opjagen door de buurman die de nieuwste gadgets al heeft, maar op een wetenschappelijke manier tegen technologie in de zorg aan kijken. Dat gaat misschien niet zo snel, maar dan heb je wel een grotere kans op nuttige technologie.’

Serious gaming

Onlangs leverde een van Schijvens promovendi, Maurits Graafland, een proefschrift af over het onderwerp ‘serious gaming’. Hij onderzocht of games een goed instrument zijn om chirurgen-in-opleiding te trainen. Een deel van zijn proefschrift gaat over ‘situational awareness’, het opvangen van signalen in de omgeving zonder daar direct op te letten. Schijven: ‘In dit geval gaat situational awareness om alles waar je niet mee bezig bent tijdens een operatie, omdat je gefocust bent op wat je aan het doen bent.’ In een gerandomiseerde trial kreeg een groep mensen training in situational awareness. De ene helft met een game, de andere helft zonder game. Het awareness-spel, ‘Dr. Game: Surgeon Trouble’, lijkt een beetje op Candy Crush – het populaire verslavende puzzelspel. In het spel zitten allerlei situaties versleuteld die ervoor zorgen dat de boel af en toe vastloopt, en tijdens het gamen moet de speler ook allerlei andere zaken en alarmsignalen in de gaten houden.

‘Als je hiermee gamet, word je sneller een betere chirurg’

Schijven: ‘Vervolgens observeerden we de deelnemers terwijl ze op varkentjes aan het opereren waren. Maar tijdens de operatie haalden OK-verpleegkundigen bijvoorbeeld het hartslagmetertje van het pootje, zodat er geen signaal meer was. Veel mensen opereerden vrolijk verder, terwijl het dier allang ‘dood’ was. We zagen uiteindelijk dat de mensen in de game-groep zich beter bewust waren van hun omgeving dan de niet-gamers, en de alarmsignalen beter oppikten.’

Serious games lijken dus krachtige middelen om situational awareness te trainen. Schijven: ‘En door dit in een RCT op basis van goede statistiek te bestuderen, til je het boven het hype-niveau uit. Maar dat duurt een jaar of drie, vier. En ja, daar hangt een kostenplaatje aan. En ja, daar hangt een promovendus aan. Maar dan kun je wel met recht zeggen ‘als je hiermee gamet, word je sneller een betere chirurg’.’

Onverwachte resultaten

Technologie werkt niet altijd zoals verwacht. Dat ondervond Schijven met de door haar bedachte ‘Hospitality App’. Via deze app kunnen ouderen die het AMC bezoeken eenvoudig een taxi regelen, en kunnen ze begeleiding van een geneeskundestudent aanvragen. Deze student loopt met hen mee naar de poli, en kan indien gewenst ook bij het consult blijven en na afloop het gesprek nog even nabespreken. De app houdt ook poli-afspraken bij. Schijven: ‘Tijdens een proefperiode op de GIOCA-afdeling zagen we dat mensen de app wel downloadden, maar eigenlijk vooral het automatische agenda-pushbericht gebruikten. Weinig mensen bestelden een student. Dat is op zich jammer, maar daar leren we ook van. Misschien is deze functie juist beter geschikt voor de afdeling Oogheelkunde, waar het vervoer en het zelfstandig de weg vinden in het ziekenhuis een groter probleem is. Maar ook dat moeten we weer onderzoeken. Je moet kritisch zijn, ‘take your losses’, en wat werkt neem je mee.’

E-health

Sommige mensen zien in e-health dé oplossing voor de stijgende zorgkosten. Ook minister Edith Schippers en staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) hebben hoge verwachtingen van e-health. Zij stuurden in juli 2014 een brief aan de Tweede Kamer over e-health en zorgverbetering. Volgens hen kan e-health de kwaliteit van zorg verbeteren, zorgkosten besparen en patiënten meer regie geven. Schippers en Van Rijn spreken in de brief 3 ambities uit. Zo willen zij realiseren dat 75% van de chronisch zieken en kwetsbare ouderen – die dat willen en hiertoe in staat zijn – binnen 5 jaar zelfstandig metingen uitvoeren, al dan niet in combinatie met gegevensmonitoring op afstand door de zorgverlener. Ook willen zij flink inzetten op beeldschermzorg.

‘Goede technologie vermenselijkt’

Schijven is voorzichtig: ‘Het is uiteraard prachtig, een videoconsult voor iemand die slecht ter been is en thuis zit. Maar als die persoon de boel niet aan de praat krijgt, dan mist hij of zij wel zijn dokter. Natuurlijk zijn er mensen die dat kunnen en willen, en zijn problemen op te lossen. Maar je moet e-health niet zonder nuance over de maatschappij heen storten als een soort van verkapte bezuinigingsmaatregel. Je kunt het ‘patient empowerment’ noemen, maar is dat waar te maken? Voor een deel van de mensen wel, maar er is zeker ook een kwetsbare groep die niet met e-health te ontzorgen is. We moeten echt goed kijken waar technologische interventies passen, en vooral ook waar ze niet passen. Goede technologie vermenselijkt en kan er voor zorgen dat het leven een stukje makkelijker wordt. En dan blijft er misschien wel wat meer tijd over voor patiënten die niet zo handig zijn met technologie. Dat zou prachtig zijn. Maar technologie is geen panacee voor alles. Dat geldt voor geen enkel medicijn, ook niet voor een e-health-pil.’

Loombandjes

Voor artsen die huiverig zijn voor technologie heeft Schijven een heldere boodschap: ‘Blijf nadenken op de manier waarop je dat hebt geleerd en blijf kritisch, maar houd wel een open blik voor wat er allemaal mogelijk is. Vroeger werd op het schoolplein de ene week getold en de week daarna geknikkerd, en nu maakt iedereen loombandjes. Zo zal het ook in de zorg zijn, er zullen altijd ‘loombandjes’ op ons af blijven komen. Dat is heel erg leuk, maar het zou mooi zijn als we er samen gerechtvaardigde toepassingen voor kunnen vinden. En nogmaals, dat kost tijd, geld en onderzoek.’

Aan Schijvens enthousiasme om dit goed te doen zal het in ieder geval niet liggen.