Diederik Gommers is intensivist en afdelingshoofd van de IC voor volwassenen en het OK-complex in het Erasmus MC. Vooral tijdens de coronapandemie is hij veel in de media geweest.
artikel
Wat was de aanleiding voor uw eerste mediaoptreden?
‘Begin maart 2020 vertelde een collega me over de situatie rondom covid in Italië. Daarop stuurde ik als toenmalige voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) een brief aan al onze leden. Die e-mail lekte uit en toen is het balletje gaan rollen. Ineens zat ik bij Nieuwsuur om als een van de eersten te vertellen dat covid eraan zat te komen. Daarna wist iedereen me te vinden, terwijl ik daarvoor nooit in de media was geweest.’
Hoe ging dat eerste mediaoptreden?
‘Goed. Ik wilde heel duidelijk laten zien dat wij professionals zijn waar je op kunt vertrouwen. Ik ben eigenlijk best wel verlegen, maar daar had ik tijdens mijn mediaoptreden helemaal geen last van. Ik was ook niet zenuwachtig, dat komt denk ik omdat ik het als mijn professionele verantwoordelijkheid zie om de situatie zo goed mogelijk uit te leggen.’
Hebt u een voorkeur voor een bepaald medium?
‘Mijn voorkeur hangt af van het publiek dat ik wil bereiken en de boodschap die ik heb. Zo heb ik van Famke Louise geleerd dat je jongeren niet via de televisie bereikt, maar via sociale media. Daarom ben ik mijn Instagramaccount ook gestart. Als je daarentegen ouderen wilt bereiken, moet je je richten op televisie en geschreven tekst. Wil je een boodschap verkondigen, dan kun je het beste een podcast maken.’
Hoe bepaalt u waar u ja of nee tegen zegt?
‘Ik heb tijdens de covidperiode een paar spelregels voor mezelf bedacht. Een mediaoptreden moet over mijn vak gaan en ik wil maximaal een keer per week aanschuiven bij een talkshow. De talkshows wisselde ik af; als ik de ene keer bij Op1 had gezeten, dan schoof ik de keer erop bij Jinek aan.’
Hoe bereidt u zich voor op een mediaoptreden?
‘Ik denk van tevoren goed over een optreden na. In de taxi op weg naar een programma bel ik soms nog een paar mensen om te sparren over mijn boodschap. Ik blijk mediaoptredens overigens min of meer hetzelfde aan te pakken als slechtnieuwsgesprekken: ik schakel terug naar versnelling 2, zoek contact met mijn gesprekspartner, probeer aan te sluiten bij het niveau van de ander en laat ook mijn eigen emoties zien. Dat deed ik ook met Famke Louise en dat pakte goed uit omdat ze er in meeging. Sowieso weet ik van mijn kinderen dat het geen succes is als ik de indruk wek dat ik het allemaal beter denk te weten.’
Ziet u een mediaoptreden meer als een verplichting, of als iets dat u graag doet?
‘Ik zie het als mijn professionele verantwoordelijkheid om mensen van eerlijke informatie te voorzien. Mensen hebben tegenwoordig geen blind vertrouwen meer in dokters, maar we staan nog steeds hoog op de hiërarchische ladder van beroepsgroepen waar mensen vertrouwen in hebben.’
Wordt u gevraagd, of neemt u ook weleens contact op met media?
‘Tijdens de covidperiode werd ik veel gevraagd, maar tegenwoordig zou ik zelf ook contact op kunnen nemen met media. Ik heb tijdens de pandemie geleerd dat je goed kunt samenwerken met journalisten en redacties. Je kunt gewoon aangeven waar je wel en niet over wilt praten.’
Hebt u spijt van een bepaald mediaoptreden?
‘Ik zat een keer bij een talkshow waar Wilfred Genee hard werd aangepakt om iets wat hij in een ander programma over de zwartepietendiscussie had gezegd. In een reflex wilde ik het voor hem opnemen, terwijl ik dat programma zelf helemaal niet gezien had. Dat viel niet goed. Begin dit jaar zei ik in een interview met studenten dat covid “peanuts” was. Die uitspraak werd vervolgens helemaal uit de context getrokken en bepaalde media en politieke partijen gingen ermee aan de haal. Vroeger zou ik dat heel vervelend hebben gevonden, maar inmiddels denk ik: jongens, maak je niet druk. Ik weet welke boodschap ik heb en de ene keer kom ik wat beter uit mijn woorden dan de andere keer.’
Wat vindt u van de discussie op de sociale media? Doet u daar actief aan mee?
‘Ik heb geen Twitteraccount. Je ziet daar vooral veel scheldpartijen en negativiteit; dat past niet bij mij. Voor het overbrengen van mijn boodschap op jongeren heb ik mijn Instagramaccount. Het was gek om te merken dat ik met mijn Instagramberichten nieuws “maakte”. Plaatste ik op zondagmiddag een berichtje, besteedden media zoals Nu.nl en NOS daar diezelfde middag nog aandacht aan. Ergens in juli 2021 schreef ik dat Mark Rutte gewoon sorry had moeten zeggen over “dansen met Janssen”. Hoorde ik ’s avonds op tv ineens: “Mark Rutte zegt sorry”. Dat maakte me plots bewust van de enorme invloed die ik blijkbaar had.’
Wat voor reacties krijgt u op uw mediaoptredens?
‘Natuurlijk heb ik vervelende reacties gekregen, maar ik kreeg juist ook veel positieve reacties. Het hielp dat het om een crisissituatie ging; mensen waren zenuwachtig en wilden graag horen wat ik te zeggen had, ze hadden een houvast nodig. Ik denk dat ik het wat dat betreft makkelijk had. Mensen vonden ook dat ik rustig overkwam. Dat verbaasde me, ik ben namelijk helemaal niet rustig; ik ben een ontzettende ADHD’er.’
Hoe gaat u om met minder leuke reacties, of bedreigingen?
‘Ik kan negatieve reacties steeds makkelijker van me af laten glijden. Ik kijk vooral naar of het me gelukt is mijn boodschap over te brengen. Als een bepaald percentage mensen het niet met die boodschap eens is, of mijn optreden slecht vindt: prima.’
Wat is uw gouden tip voor collega’s ten aanzien van mediaoptredens?
‘Schroom niet om met de media te praten. Artsen moeten journalisten veel meer als professionals zien met wie je kunt samenwerken. Journalisten zijn er niet om je onderuit te halen, maar op zoek naar kennis die ze met hun publiek kunnen delen. Je moet de media juist ook zelf benaderen; bel gewoon een journalist van een kwaliteitskrant en bespreek of het interessant is om aandacht te besteden aan jouw onderwerp. Op die manier kun je ook de politiek bereiken.’
Voelt u zich gesteund door de beroepsvereniging/FMS/KNMG?
‘Ik heb veel steun gehad van de KNMG en de federatie. Met de PR-mensen van de federatie heb ik goed kunnen overleggen over de manier waarop we dingen zouden communiceren. De beroepsvereniging stond achter me, maar daar was ik natuurlijk zelf de voorzitter van.’
Reacties